De ongeruste ouders bellen de huisarts omdat hun dochtertje van anderhalf flink ziek is en hoge koorts heeft. De huisarts en de onder diens verantwoordelijkheid vallende huisarts in opleiding schatten de situatie als niet ernstig in, maar uiteindelijk brengen de ouders het kind zelf naar het ziekenhuis, waar hersenvliesontsteking (meningokokkenziekte) met bloedvergiftiging wordt vastgesteld. Gelukkig blijft het meisje na behandeling in leven, maar zij houdt aan de ziekte wel restverschijnselen over. De ouders vinden dat de artsen niet hebben gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend huisarts in opleiding respectievelijk huisartsopleider mocht worden verwacht. Bovendien zou onvoldoende zorg zijn betracht ten aanzien van de overdracht aan de waarnemer. Daardoor ging kostbare tijd verloren, want als de ziekte bijtijds was herkend en de dochter daardoor eerder behandeld, zou zij betere genezingskansen hebben gehad. De rechtbank acht hen aansprakelijk voor de gevolgen van hun tekortkoming in de nakoming van de behandelovereenkomst. Er wordt besloten nog een deskundige te benoemen, vooral om het verlies van de kans op een beter behandelingsresultaat te schatten wanneer tijdig zou zijn behandeld.

Additional Metadata
Keywords burgerlijk recht, civil law, deskundigenonderzoek, diagnostische fouten, medische aansprakelijkheid, normstelling, private law
Persistent URL hdl.handle.net/1765/18183
Citation
Giard, R.W.M. (2010). Noot bij Rechtbank 's-Hertogenbosch 30 september 2009. Jurisprudentie Aansprakelijkheid, 5, 17–25. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/18183