Patienten met een sterk verminderde ontwikkeling van het middengezicht kunnen al vroeg na de geboorte ernstige problemen met de ademhaling en een bedreigde visus ontwikkelen. Op kinderleeftijd worden grote operaties uitgevoerd om deze ernstige functionele symptomen te corrigeren. In dit proefschrift wordt een aantal fundamentele en klinische studies beschreven die handelen over de gevolgen van het chirurgisch naar voren verplaatsen van het middengezicht. Bij deze operatie wordt de neus, bovenkaak en jukbeenderen inclusief oogkassen naar voren geplaatst, de zogenaamde Le Fort III osteotomie (LF III). Het doel van dit proefschrift was om meer inzicht te verwerven in het effect van de LF III op de anatomie en te bepalen in hoeverre deze ingrepen het obstructief slaap apneu syndroom (OSAS) kan verbeteren. Ten slotte werd er gekeken naar de lange termijn uitkomsten van deze ingrepen en geassocieerde complicaties. Analyses van CT-scans wezen uit dat na een LF III een duidelijke voorwaartse verplaatsing van de onderste randen van de oogkas plaatsvindt samen met een significante volume toename van de oogkassen. De oogbol positie blijft nagenoeg onveranderd. Na LF III treedt verder bij het merendeel van de patienten een volume toename van de bovenste luchtweg op; een verbetering van OSAS treedt niet bij alle patienten op. Er werd geconcludeerd dat behalve de onderontwikkeling van het middengezicht, ook het samenvallen van de wand van de bovenste luchtweg en mogelijk luchtweg obstructies op niveau van de onderkaak een rol spelen. Als er sprake is van een duidelijke volumetoename van de bovenste luchtweg na LF III en de slaapstudie weinig winst laat zien, is endoscopie van de bovenste luchtweg geindiceerd om het niveau van de obstructie vast te stellen. Met betrekking tot de lange termijn resultaten kan gesteld worden dat de LF III een adequate behandeling is voor de onderontwikkeling van het middengezicht. Echter, een verkeerde stand van tanden en kiezen lijkt na de operatie frequent aanwezig te zijn. Hoewel een flink aantal patienten wel een indicatie heeft om deze verkeerde stand van tanden en kiezen later chirurgisch te laten corrigeren, vindt bij deze patientengroep slechts weinig additionele chirurgie plaats. Hoogstwaarschijnlijk zijn patientfactoren hier debet aan. Ten aanzien van de in deze studie geregistreerde milde en ernstige complicaties kan de conclusie worden getrokken dat die zowel verband houden met de ingreep zelf als met het apparaat dat na de operatie aan de schedel gefixeerd wordt om het aangezicht langzaam naar voren te laten bewegen. Door specifieke voorzorgsmaatregelen te nemen, het nauwkeurig bestuderen van de voorgeschiedenis en de medewerking van de patient vooraf door een psycholoog te laten evalueren, kunnen deze complicaties worden voorkomen en kan een optimaal behandelresultaat worden bereikt.

Additional Metadata
Keywords Le Fort III, airway, complications, craniosynostosis, distraction osteogenesis, midface, obstructive sleep apnea syndrome, orbital volume, orthognatic surgery
Promotor K.G.H. van der Wal (Karel)
Publisher Erasmus University Rotterdam
Sponsor FSC Mix, B. Braun Sharing Expertise, Carolien Bijl Stichting, Dentalair, Goedegebuure Slaaptechniek, Henry Schein dental, Hofmeester Dental BV, J.E. Jurriaanse Stichting, KLS Martin Group, Laverman Laboratorium, Michiel Wouters Tandtechniek, Orthotec, Straumann, Synthes, Tandtechnisch Laboratorium Capelle, Tromp Medical
Persistent URL hdl.handle.net/1765/21397
Citation
Nout, E.. (2010, November 19). On the Le Fort III Osteotomy. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/21397