Dit artikel analyseert hoe de wetgever en de jurisprudentie het begrip algemeen nut hebben ingevuld door het af te zetten tegen het 'particulier belang'. De auteur leidt uit de jurisprudentie een tweetrapstoets af op grond waarvan het onderscheid tussen beperkt belang en particulier belang moet worden gemaakt. Uit recente jurisprudentie, onder meer over woningstichtingen blijkt dat de Belastingdienst en sommige lagere rechters deze dubbele toets niet consequent toepassen. Zij concluderen uit het feit dat de activiteiten van een instelling ten goede komen aan bepaalde personen dat sprake is van een particulier belang. Dit is volgens de auteur niet in overeenstemming met de vaste jurisprudentie. Bovendien stelt zij aan de hand van deze toets de vraag of een vakbond en sportvereniging nog wel als particulier belang moeten worden aangemerkt. Deze publicatie maakt onderdeel uit van het programma fiscale autonomie en haar grenzen. De maatschappelijke opvattingen geven mede vorm aan het kader waarbinnen de belastingwetgever en belastingrechter de faciliteiten voor algemeen nut vormgeven en toepassen. De invulling van beperkt belang die de belastingdienst voorstaat, stemt niet overeen met de maatschappelijke opvattingen over dit begrip. Deze maatschappelijke opvattingen beperken de fiscale autonomie om dit begrip in te vullen.

Additional Metadata
Keywords algemeen nut, anbi, beperkt belang, particulier belang
Persistent URL hdl.handle.net/1765/23371
Note Accepted Manuscript
Citation
Hemels, S.J.C.. (2011). Beperkt belang versus particulier belang: een tweetrapstoets voor anbi’s. Fiscaal Tijdschrift Vermogen, 1–9. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/23371