Abstract: Voor het idée reçue dat pornografische kunst een contradictie in de termen is wordt doorgaans het volgende argument in stelling gebracht: porno en kunst sluiten elkaar uit omdat ze met een verschillend doel worden vervaardigd en met een al even verschillend oogmerk worden geapprecieerd. Daarmee lijkt de zaak beslecht. Het is echter nog maar de vraag of dit een beslissend argument kan zijn voor een strict onderscheid tussen pornografie en kunst. De auteur pleit voor heroverweging. Daartoe houdt hij twee prominente wijsgerige pleidooien voor een boedelscheiding tussen kunst en pornografie kritisch tegen het licht: dat van de Amerikaan Jerrold Levinson en de visie van de Engelse filosoof Roger Scruton. Levinson baseert zijn argument op conceptuele analyse. Hij probeert adequate begrippen van kunst en pornografie te ontwikkelen om te laten zien dat deze twee elkaar uitsluiten. Scruton brengt morele bezwaren in tegen pornografie, waardoor pornografie volgens hem nooit kunst kan zijn. In de argumenten van beide denkers kan de auteur geen redenen vinden om aan te nemen dat de kunst- en pornopraktijk elkaar over en weer volledig uitsluiten.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/31036
Citation
Delaere, P.J.J.. (2012). Lust voor het oog. Over de schoonheid en goedheid van pornografie . Filosofie en Praktijk, 32(4), 23–37. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/31036