<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Meulenberg, M.T.G.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/14765/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Analysis of food quality perception processes (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12530/</link>
      <pubDate>1986-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>A model of the quality perception process of the consumer with respect to
food products has been developed. The model integrates a number of quality-related
concepts. An empirical study was carried out to examine the relationships between
the concepts. It appears that the various concepts can be meaningfully related
to the quality perception of different food products.
Key words: quality perception, consumer behaviour, food products, agricultural
products, quality indicators, quality attributes, quality risk.</description>
    </item> <item>
      <title>Consumer Behavior in respect of milk in The Netherlands (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12531/</link>
      <pubDate>1986-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In this paper, consumer behaviour in the Netherlands in respect of milk is investigated using a model based on the EKB model, a so-called integrated model of consumer behaviour. The objectives of the study are: to gain insight into the factors that influence buying and consumption behaviour with respect to milk and into the applicability of integrated models to consumer behaviour regarding generic products, such as liquid milk. It was established that liquid milk was perceived as a neutral drink: not ordinary or luxury, as a food not a drink for pleasure, and not as being refreshing. Liquid milk was perceived differently at varying times of consumption during the day. The most important socioeconomic variables explaining individual differences in consumer beliefs regarding milk are: age, level of education, and residential area. These and other conclusions from the analysis are useful for market segmentation. The results suggest that empirical models of the EKB type can contribute to the understanding of consumer behaviour in respect of generic food products. The specific extensions of the general EKB model made in this study may be relevant for the analysis of consumer behaviour in regard to other food products.</description>
    </item> <item>
      <title>Kwaliteitsperceptie van voedingsmiddelen (II) (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12582/</link>
      <pubDate>1986-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Door SWOKA is in 1981 het project 'Kwaliteitsperceptie van voeding' in het
programma opgenomen, waarvoor met name van de kant van het Ministerie van
Landbouw en Visserij belangstelling bestond. De centrale vraagstel1ing van dit
project was: 'Op basis van welke elementen beoordelen consumenten de
kwaliteit van voedingsmiddelen en welke betekenis heeft de factor kwali tei t in
het beslissingsproces ten aanzien van de keuze van een bepaald voedingsmiddel'.
Naar aanleiding hiervan is door de Werkgroep Consumentengedrag van de
Landbouwhogeschool een globaal projectvoorstel geformuleerd. De uiteindelijke
onderzoeksopzet is op basis van Iiter atuurstudie en een kwali tatief vooronderzoek
tot stand gekomen.</description>
    </item> <item>
      <title>Kwaliteitsperceptie van voedingsmiddelen (I) (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18387/</link>
      <pubDate>1985-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Door SWOKA is in 1981 het project 'Kwaliteitsperceptie van voeding' in het
programma opgenomen, waarvoor met name van de kant van het Ministerie van
Landbouw en Visserij belangstelling bestond. De centrale vraagstelling van dit
project was: 'Op basis van welke elementen beoordelen consumenten de
kwaliteit van voedingsmiddelen en welke betekenis heeft de factor kwaliteit in
het beslissingsproces ten aanzien van de keuze van een bepaald voedingsmiddel'.
Naar aanleiding hiervan is door de Werkgroep Consumentengedrag van de
Landbouwhogeschool een globaal projectvoorstel geformuleerd. De uiteindelijke
onderzoeksopzet is op basis van literatuurstudie en een kwalitatief vooronderzoek
tot stand gekomen.</description>
    </item> <item>
      <title>De Nederlandse termijnmarkt voor aardappelen: Gids en risicodekking voor de naturamarkt? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12535/</link>
      <pubDate>1984-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Voor tal van goederen bestaan termijnmarkten, Met name in de Verenigde
Staten zijn voor veel produkten zoals mais, tarwe, vlees, soja, en sinaasappelsap
bloeiende termijnmarkten tot ontwikkeling gekomen.
Op een termijnmarkt worden met behulp van een centrale bemiddelaar (de
'kas') koop en verkoopcontracten afgesloten voor levering op een toekomstigetermijn.
Deze contracten hebben een standaardkarakter, ze luiden in
standaardhoeveelheden, in nauwkeurig omschreven kwaliteitseisen en leveringsvoorwaarden.
Het doe1 van de termijnmarkt is het verkleinen van
prijsrisico's in de reele handel voor het betreffende produkt. Een andere
belangrijke functie van een termijnmarkt is het bieden van prijsorientatie
voor de reele handel: de naturamarkt.
De Nederlandse aardappeltermijnmarkt is in 1958 gesticht door de N.V.
Nederlandse Liquidatiekas en de Stichting Aardappeltermijnmarkt. In het
eerste jaar werden 18018 contracten in consumptieaardappelen op deze
markt afgesloten. Over de periode 1970-1980 bedroeg het gemiddeld aantal
contracten per jaar 43112.</description>
    </item> <item>
      <title>Het marketing-systeem voor Nederlandse landbouwproducten en voedingsmiddelen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12543/</link>
      <pubDate>1982-12-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het is interessant na
te gaan hoe het hele
produktie- en
afzet-gebeuren in de
landbouw tot stand komt.
Dit artikel van dr. ir.
B. Wierenga en prof. dr.
M. T. G. Meulenberg
richt de schijnwerper op
het marketing-aspect.
Het gaat na hoe het
marketing-proces van
landbouwprodukten en
voedingsmiddelen
verloopt, welke
marketing-beslissingen in
de diverse stadia van de
bedrijfskolom worden
genomen en op welke
wijze er onderlinge
coordinatie tussen de
verschillende stadia
plaatsvindt. Het zal
blijken dat hierbij
inderdaad een aantal
sterke punten naar voren
kan worden gebracht.
Daarnaast is er voor de
marketing van
landbouwprodukten en
voedingsmiddelen een
aantal structureel
nadelige factoren te noemen.</description>
    </item> <item>
      <title>Gebruiker-georienteerde informatiesystemen voor marketing beslissingen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12551/</link>
      <pubDate>1980-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze beschouwing
wordt eerst kort ingegaan
op de structuur van een
marketinginformatiesysteem.
Vervolgens wordt de
nadruk gelegd op een
gebruiker-georienteerde
benadering. Met als
leidraad het vertrouwde
marketing -concept
worden een aantal
aspecten met betrekking
tot vormgeving en
implementatie van
marketinginformatiesystemen
besproken. Tenslotte
behandelen prof. M. T.
G. Meulenberg en dr. B.
Wierenga een aantal
ontwikkelingen die van
belang zijn voor
toekomstige marketinginformatiesystemen
en
eindigen met enkele
opmerkingen over het
beleid ten aanzien van
deze informatiesystemen.</description>
    </item> <item>
      <title>Gebruiker-georienteerde informatiesystemen voor marketing beslissingen (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18102/</link>
      <pubDate>1980-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze beschouwing
wordt eerst kort ingegaan
op de structuur van een
marketinginformatiesysteem.
Vervolgens wordt de
nadruk gelegd op een
gebruiker-georienteerde
benadering. Met als
leidraad het vertrouwde
marketing -concept
worden een aantal
aspecten met betrekking
tot vormgeving en
implementatie van
marketinginformatiesystemen
besproken. Tenslotte
behandelen prof. M. T.
G. Meulenberg en dr. B.
Wierenga een aantal
ontwikkelingen die van
belang zijn voor
toekomstige marketinginformatiesystemen
en
eindigen met enkele
opmerkingen over het
beleid ten aanzien van
deze informatiesystemen.</description>
    </item> <item>
      <title>Ontwikkelen in de methoden van marktonderzoek (II) (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12555/</link>
      <pubDate>1978-03-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In het - in het vorige nummer gepubliceerde - eerste deel van dit artikel
kwam het consumentenonderzoek aan de orde en werden met name de enquete
en de analysemethoden in dit soort onderzoek behandeld. In dit tweede en
laatste deel wordt door de auteurs ingegaan op het onderzoek gericht op de
elementen van de marketing mix (produktonderzoek, prijsonderzoek, reclameonderzoek
en distributie-onderzoek) en de relatie tussen marktonderzoek en
marktbeleid (met als onderdelen marketing-informatiesystemen en marketingmodellen).
Ook wordt aandacht besteed aan toekomstige ontwikkelingen.</description>
    </item> <item>
      <title>Ontwikkelen in de methoden van marktonderzoek (I) (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12554/</link>
      <pubDate>1978-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De functie van marktonderzoek is het verschaffen van inzicht in de markt en
in het effect van het marktbeleid gericht op die markt. Marktonderzoek dient
dus om gegevens aan te dragen voor het voorbereiden en het achteraf evalueren
van het marktbeleid van al of niet winstgerichte ondernemingen en organisaties;
het functioneert als terugkoppeling van de markt naar het marktbeleid
van de onderneming. Een punt van belang is in het marktonderzoek tevens
dat opbrengsten en kosten van marktonderzoek voortdurend tegen elkaar afgewogen
moeten worden.</description>
    </item> <item>
      <title>Een onderzoek naar het toekomstperspectief van de melkman in Nederland (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12559/</link>
      <pubDate>1977-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In de periode augustus 1975-mei 1976 is door de vakgroep Marktkunde en
Marktonderzoek van de Landbouwhogeschool een onderzoek ingesteld naar
de toekomstmogelijkheden van de bezorgende melkdetailhandel in Nederland.
Dit perspectief-onderzoek geschiedde in opdracht van het Bedrijfschap Detailhandel
in Melk en Melk- en Zuivelprodukten en werd gesubsidieerd door
het Ministerie van Economische Zaken. Zoals te doen gebruikelijk bij dergelijke
onderzoekingen, werd het onderzoek begeleid door een beleidscommissie van
deskundigen uit het bedrijfsleven. Het onderzoek vloeide voort uit behoefte
aan meer inzicht in de thans bestaande structurele problemen in de bezorgende
melkdetailhandel. Deze problemen komen onder meer tot uiting in de afname
van het aantal melkslijters van 8.297 in 19i1 tot 5.883 in 1976 en in het
teruglopend marktaandeel van de bezorgende melkdetailhandel in de totale
detailhandelsomzet aan melk en melkprodukten van 85% in maart 1968 tot
40% in oktober 1976.
Het onderzoek had tot doel op basis van inzicht in de huidige toestand
en in de toekomstige ontwikkelingen tot aanbevelingen te komen voor het
beleid van de ambulante melkdetailhandel.</description>
    </item> <item>
      <title>Onderzoek naar de mogelijkheden van de bezorgende melkdetailhandel (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18392/</link>
      <pubDate>1976-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De onbevredigende ontwikkelingen in de bezorgende melkdetailhande1 hebben
ertoe geleid dat het Bedrijfschap Detai1handel in Me1k, Me1k- en Zuive1produkten
een onderzoek heeft doen instel1en naar de omvang en de oorzaken van
de problemen, die zich in deze bedrijfstak voordoen. In het Kader van het
structuuronderzoek nieuwe stijl zou ernaar moeten worden gestreefd om op zo
kort mogelijke termijn tot een inzicht in de situatie van de branche en tot
zo concreet mogelijke aanbevelingen te komen.
Bij de uitvoering van het onderzoek kon worden beschikt over aankoopgegevens
uit het nationaal consumentenpane1 van het Nederlands Instituut voor
Agrarisch Marktonderzoek over de peri ode 18 mei 1975 - 14 juni 1975.
Het Produktschap voor Zuive1 ste1de de gegevens van een enquete onder de
bezorgende detailhandel in melk en melkprodukten uit 1974 ter beschikking
voor nadere analyse. Door het Economisch Instituut voor het Midden- en
Kleinbedrijf werd het basismateriaal van een enquete onder honderd melkslijters
uit 1973 voor verdere bewerking beschikbaar gesteld. Het onderzoek
werd begeleid door een Beleidscommissie waarin zitting hadden: vertegenwoordigers
van het Bedrijfschap Detailhandel in Melk, Melk- en Zuivelprodukten,
van het Produktschap voor Zuivel, van particuliere organisaties uit diverse
schakels van de bedrijfskolom van melk en melkprodukten, en van de
Ministeries van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij. Deze commissie
stond onder voorzitterschap van Ir. B. van Dam. (zie bijlage 1 voor de
samenste1ling van de Beleidscommissie).</description>
    </item> <item>
      <title>Onderzoek naar de mogelijkheden van de bezorgende melkdetailhandel. Deel 2: Bijlagen (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18516/</link>
      <pubDate>1976-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Zie http://hdl.handle.net/1765/18392</description>
    </item>
  </channel>
</rss>