<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Varkevisser, M.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/2610/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>The impact of geographic market definition on the stringency of hospital merger control in Germany and the Netherlands (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37330/</link>
      <pubDate>2012-07-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In markets where hospitals are expected to compete, preventive merger control aims to prohibit anticompetitive mergers. In the hospital industry, however, the standard method for defining the relevant market (SSNIP) is difficult to apply and alternative approaches have proven inaccurate. Experiences from the United States show that courts, by identifying overly broad geographic markets, have underestimated the anticompetitive effects of hospital mergers. We examine how geographic hospital markets are defined in Germany and the Netherlands where market-oriented reforms have created room for hospital competition. For each country, we discuss a landmark case where definition of the geographic market played a decisive role. Our findings indicate that defining geographic hospital markets in both countries is less complicated than in the United States, where antitrust analysis must take managed care organisations into account. We also find that different methods result in much more stringent hospital merger control in Germany than in the Netherlands. Given the uncertainties in defining hospital markets, the German competition authority seems to be inclined to avoid the risk of being too permissive; the opposite holds for the Dutch competition authority. We argue that for society the costs of being too permissive with regard to hospital mergers may be larger than the costs of being too stringent. </description>
    </item> <item>
      <title>Do patients choose hospitals with high quality ratings? Empirical evidence from the market for angioplasty in the Netherlands (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37342/</link>
      <pubDate>2012-03-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>A necessary condition for competition to promote quality in hospital markets is that patients are sensitive to differences in hospital quality. In this paper we examine the relationship between hospital quality, as measured by publicly available quality ratings, and patient hospital choice for angioplasty using individual claims data from a large health insurer. We find that Dutch patients have a high propensity to choose hospitals with a good reputation, both overall and for cardiology, and a low readmission rate after treatment for heart failure. Relative to a mean readmission rate of 8.5% we find that a 1%-point lower readmission rate is associated with a 12% increase in hospital demand. Since readmission rates are not adjusted for case-mix they may not provide a correct signal of hospital quality. Insofar patients base their hospital choice on such imperfect quality information, this may result in suboptimal choices and risk selection by hospitals. </description>
    </item> <item>
      <title>Opereren binnen zorguitgavenkaders (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37329/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Door het wettelijk recht op zorg kan vooraf geen volledige zekerheid
worden geboden dat zorguitgaven onder alle omstandigheden
binnen de grenzen van het Budgettair Kader Zorg blijven.
Wel zijn aanvullende maatregelen mogelijk om marktpartijen
maximaal te prikkelen binnenskaders te blijven. Hierdoor worden
de uitgaven voor medisch-specialistische zorg aanzienlijk beter
beheersbaar dan nu het geval is.</description>
    </item> <item>
      <title>Zorgconsumenten en kwaliteitsinformatie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37341/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Voor zorgconsumenten komt steeds meer vergelijkende kwaliteitsinformatie
beschikbaar om weloverwogen een zorgaanbieder
te kiezen. Uit een enquête blijkt dat deze informatie nog maar
weinig
wordt gebruikt. Veel patiënten vragen advies aan hun huisarts.
Meer inzicht in het beperkte gebruik van vergelijkende kwaliteitsinformatie
en de adviesrol van huisartsen is wenselijk.</description>
    </item> <item>
      <title>Mening: Zet het kartelverbod niet buitenspel in de zorg (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38434/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Prijsconcurrentie gaat niet samen met macrobudget ziekenhuizen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23185/</link>
      <pubDate>2010-06-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het kabinetsvoorstel om ziekenhuizen te laten concurreren
binnen een macrobudget straft prijsconcurrentie af. De overheid
moet een keuze maken tussen prijsconcurrentie zonder
macrobudget of een macrobudget zonder prijsconcurrentie.</description>
    </item> <item>
      <title>Patient choice, competition and antitrust enforcement in Dutch hospital markets (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/17737/</link>
      <pubDate>2010-01-14T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De NMa moet de mededingingseffecten van ziekenhuisfusies strenger toetsen. Zo luidt een van de beleidsaanbevelingen die volgt uit het promotie-onderzoek van Marco Varkevisser. 
In het huidige Nederlandse zorgstelsel moet onderlinge concurrentie ziekenhuizen motiveren om de zorgverlening doelmatig te organiseren en goede zorg te leveren. Dit vereist tenminste dat zorgverzekeraars en patiënten uit voldoende ziekenhuizen kunnen kiezen. Iedere ziekenhuisfusie doet het aantal keuzemogelijkheden echter afnemen. De mededingingseffecten van fusies worden daarom vooraf getoetst door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Een fusie die de concurrentie tussen ziekenhuizen te sterk verzwakt, dient in beginsel te worden verboden. 
Varkevisser laat in zijn proefschrift echter zien dat, in vergelijking met de Verenigde Staten en Duitsland, de mededingingseffecten van ziekenhuisfusies in Nederland minder streng worden getoetst. De NMa lijkt vooral te willen voorkomen dat een ziekenhuisfusie onterecht wordt verboden. Volgens Varkevisser kan deze toegeeflijke houding negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit en betaalbaarheid van ziekenhuiszorg in Nederland. Het zou daarom beter zijn als de NMa zich sterker richt op het voorkomen dat een ziekenhuisfusie onterecht wordt goedgekeurd. 
Om ziekenhuisfusies streng te toetsen is een goede afbakening van de relevante markt cruciaal. Varkevisser stelt in zijn proefschrift dat het noodzakelijk is dat de NMa meer gedetailleerd in kaart brengt welke Nederlandse ziekenhuizen in de ogen van patiënten onderling uitwisselbaar zijn en dus met elkaar concurreren. Hij betoogt dat het berekenen van zogeheten reistijdelasticiteiten hiervoor momenteel de meest geschikte methode is. 
De basisverzekering zorgt ervoor dat reistijd feitelijk de enige prijs is die patiënten betalen voor ziekenhuiszorg. De reisbereidheid van patiënten is daardoor bepalend voor de concurrentie tussen ziekenhuizen. De NMa zou deze nieuwe methode dan ook moeten gaan toepassen bij het toetsen van ziekenhuisfusies.
Voor effectieve concurrentie tussen ziekenhuizen is het eveneens noodzakelijk dat meer en betere kwaliteitsinformatie beschikbaar komt. Uit het promotieonderzoek van Varkevisser blijkt dat patiënten naast reistijd ook de beschikbare kwaliteitsinformatie laten meewegen in hun ziekenhuiskeuze. De kwaliteitsinformatie die momenteel voor patiënten beschikbaar is, is echter incompleet, inconsistent en bovendien niet gecorrigeerd voor verschillen in zorgzwaarte. 
Ziekenhuizen die veel ernstig zieke patiënten behandelen scoren daardoor automatisch slechter dan ziekenhuizen die vooral minder ernstig zieke patiënten behandelen. Deze tekortkoming kan ziekenhuizen aanzetten tot maatschappelijk ongewenst gedrag, zoals het selecteren van gunstige risico’s. De voordelen van concurrentie tussen ziekenhuizen worden dan niet gerealiseerd.</description>
    </item> <item>
      <title>Regionale machtspositie zorggroepen baart zorgen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/19435/</link>
      <pubDate>2009-11-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Mededingingsvraagstukken bij de medisch specialistische vervolgopleidingen in nederland (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/20169/</link>
      <pubDate>2009-08-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Assessing hospital competition when prices don't matter to patients: the use of time-elasticities (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/17100/</link>
      <pubDate>2009-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Health care reforms in several European countries provide health insurers with incentives and tools to become prudent purchasers of health care. The potential success of this strategy crucially depends on insurers' bargaining leverage vis-à-vis health care providers. An important determinant of insurers' bargaining power is the willingness of consumers to consider alternative providers. In this paper we examine to what extent consumers are willing to switch hospitals when they are fully covered for hospital services, which is typical for many European countries. Since prices do not matter to these patients, we estimate time-elasticities to assess hospital substitutability. Using data from a large Dutch health insurer on non-emergency neurosurgical outpatient hospital visits in 2003, we estimate a conditional logit model of patient hospital choice taking both patient heterogeneity and hospital characteristics into account. We use the parameter estimates to simulate the demand effect of an artificial increase in travel time by 10% for every patient, holding all other hospital attributes constant. Overall, the resulting point estimates of hospitals' time-elasticities are fairly high, although variation is substantial (-2.6 to -1.4). Sensitivity tests reveal that these estimates are very robust and differ significantly across individual hospitals. This implies that all hospitals in our study sample have at least one close substitute which is an important precondition for effective hospital competition.</description>
    </item> <item>
      <title>Kwaliteitsinformatie en de marktaandelen van IVF-centra (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/19421/</link>
      <pubDate>2008-12-12T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Sinds 1997 zijn de prestaties van IVF-centra op internet onderling vergelijkbaar. Zorggebruikers lijken de beschikbare kwaliteitsinformatie te gebruiken. IVF-centra in de Randstad
met een hoger percentage doorgaande zwangerschappen hebben een groter marktaandeel.</description>
    </item> <item>
      <title>Reactie op: 'Consumentenbelang gaat boven concurrentenbelang' (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23531/</link>
      <pubDate>2008-05-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Centrale toezichthouder water voorlopig overbodig (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11266/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In hun ESB-artikel van 24 maart 2006 betogen Van Damme
en Mulder (VD&amp;M) dat de waterlasten omlaag kunnen. Hoewel
we het eens zijn met de diagnose dat verbetering van de doelmatigheid
mogelijk is en dat consumenten daar meer van moeten
profiteren, verschillen we van mening over de gewenste oplossing
om dit te bereiken.</description>
    </item> <item>
      <title>Efficientie boven water (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11267/</link>
      <pubDate>2005-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Benchmarking heeft de efficiëntie van de drinkwatersector in de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Het introduceren van
ingrijpendere vormen van marktwerking ligt niet voor de hand.</description>
    </item> <item>
      <title>Aanpassing GVS risicovol (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11268/</link>
      <pubDate>2004-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het kabinetsplan om de vergoedingslimieten van geneesmiddelen drastisch te verlagen, kan ernstige
bijwerkingen hebben.</description>
    </item> <item>
      <title>Price asymmetry in the Dutch retail gasoline market (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10899/</link>
      <pubDate>2003-11-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Abstract
This article analyses the retail price adjustments in the Dutch gasoline market. We estimate an asymmetric error correction model on weekly price changes for the years 1996–2001. We construct five datasets, one for each working day. The conclusions on asymmetric pricing are shown to differ over these datasets, suggesting that the choice of the day for which the prices are observed matters more than commonly believed. In our view, the insufficient robustness of the outcomes might explain the mixed conclusions found in the literature. Using these two approaches, we also show that the effect of asymmetry on the Dutch consumer costs is negligible.</description>
    </item> <item>
      <title>Economische integratie in Europa; een inventariserende literatuurstudie (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/894/</link>
      <pubDate>2003-09-16T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Dit rapport doet verslag van een in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door OCFEB verrichte studie. Het onderzoek is mede geïnspireerd door het zogenoemde ?proces van Lissabon?, dat erin moet resulteren dat de Europese Unie (EU) binnen tien jaar de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld is. Op basis van empirische feiten ontleend aan recente economische literatuur wordt in kaart gebracht hoe het proces van economische integratie in de EU zich heeft gemanifesteerd, welke verschillen er (nog) bestaan tussen de lidstaten en wat mogelijke belemmeringen van de economische dynamiek in Europa zijn.</description>
    </item> <item>
      <title>Industrie- en dienstenbeleid: een nadere verdieping (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/855/</link>
      <pubDate>2003-09-10T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In dit onderzoek wordt een overzicht gegeven van de wetenschappelijke stand van zaken op het gebied van het industrie- en dienstenbeleid. In dat kader komt een drietal verschillende invalshoeken aan de orde, namelijk een internationale vergelijking van de beleidspraktijk, het debat over 'competitiveness' en het onderscheidende karakter van industrie- en dienstenbeleid. Om te beginnen wordt de beleidspraktijk van een aantal OESO-landen nader bekeken. Uit deze vergelijking komt naar voren dat in de ge?ndustrialiseerde wereld grofweg drie typen industriebeleid onderscheiden kunnen worden: het Angelsaksische, Rijnlandse en Mediterrane model. Traditioneel verschillen deze prototypen sterk van elkaar wat betreft doelstellingen, instrumenten, institutionele vormgeving en aandachtspunten in het beleid. Toch lijkt er momenteel sprake te zijn van een zekere mate van beleidsconvergentie. Zo is het industrie- en dienstenbeleid van veel landen tegenwoordig gericht op het versterken van de 'competitiveness' van de nationale economie. Van dit begrip bestaat echter geen eenduidige definitie. Sommige auteurs brengen het concurrentievermogen van een land in verband met exogene comparatieve voordelen, terwijl anderen wijzen op het belang van endogeen bepaalde competitieve voordelen. Binnen de laatste stroming verschilt men bovendien van mening of het landen of juist bedrijven zijn die met elkaar concurreren. Deze verschillende stromingen komen ieder tot een andere invulling van het begrip industriebeleid. Tenslotte wordt in het voorliggende onderzoeksrapport aandacht geschonken aan het specifieke karakter van industrie- en dienstenbeleid ten opzichte van andere vormen van overheidsbeleid. Een belangrijk aspect hierbij is dat veelal getracht wordt met behulp van industriebeleid bepaalde vormen van marktfalen te corrigeren. Gezien het feit dat het niet mogelijk is een pasklaar antwoord te geven op de vraag wat industrie- en dienstenbeleid nu feitelijk inhoudt, worden verschillende kennislacunes gesignaleerd. Het onderzoek wordt afgesloten met een aantal vragen die in vervolgonderzoek beantwoord zouden moeten worden.</description>
    </item> <item>
      <title>Price assymetry in the Dutch retail gasoline market (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/810/</link>
      <pubDate>2003-09-02T00:00:00Z</pubDate>
      <description>This paper analyses retail price adjustments in the Dutch gasoline market. We estimate an asymmetric error correction model on weekly price changes for the years 1996 to 2001. We construct five datasets, one for each working day. The conclusions on asymmetric pricing are shown to differ over these datasets, suggesting that the choice of the day for which prices are observed matters more than commonly believed. In our view, the insufficient robustness of outcomes might explain the mixed conclusions  found in the literature. Using two approaches, we also show that the effect of asymmetry on Dutch consumer costs is negligible.</description>
    </item> <item>
      <title>Price competition among Dutch sickness funds (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/814/</link>
      <pubDate>2003-09-02T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In general, competition enhances efficiency. On the market for health insurance free market competition, however, has unwanted side-effects. The existence of asymmetrical information can lead to adverse selection and cream skimming. Adequate risk-adjustment removes the incentives for cream skimming and balances the negative consequences of adverse selection. In an attempt to enhance efficiency, the Dutch government in 1992 introduced price competition between social health insurers in combination with risk-adjusted capitation payments. Our estimation results indicate that this has not resulted in altering market shares. Relatively cheap insurers did not enlarge their market share at the expense of their relatively expensive competitors.

The introduction of competition among social health insurers has not been the success the Dutch government hoped for. Experiences in Belgium and Germany show that the Dutch difficulties are not exceptional. When equity considerations are high valued features of a health insurance system, it is difficult to introduce competition. To enhance efficiency, we recommend that the current capitation formula should be refined and that the insurers should be given more room for selective contracting of health care providers.</description>
    </item> <item>
      <title>Concurrentie en externe effecten (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11279/</link>
      <pubDate>1999-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In tegenstelling tot wat De Man aan het begin van zijn reactie stelt, hielden wij in ons artikel 'Handen af van ECT?' géén pleidooi voor
het handhaven van de monopoliepositie van ECT in de Rotterdamse haven. Ons gaat het om het dilemma tussen nationaal en Europees
beleid gericht op het zoveel mogelijk bevorderen van concurrentie en de wenselijkheid om zoveel mogelijk rekening te houden met de
externe effecten van concurrentie (zoals milieu en technologische ontwikkeling)</description>
    </item> <item>
      <title>Meer marktwerking maakt het water goedkoper (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11286/</link>
      <pubDate>1997-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De Nederlandse drinkwater- en afvalwaterbedrijven opereren als publieke regionale monopolies die niet aan prijscontrole
onderworpen zijn. Tussen de bedrijven bestaan grote kostenverschillen. Deze zijn deels te wijten aan exogene factoren (zoals schaal of
winningskosten), maar ook de verschillen in efficiency zijn aanzienlijk. Er kan zo'n 6% van de kosten of ƒ 140 mln per jaar bespaard
worden in de drink- watersector resp. 8% of ƒ 80 mln in de afvalwatersector. Meer marktwerking kan tot verbetering leiden, zonder
dat grote herstructureringen van de sector nodig zijn.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>