<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Struijk, S.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/27283/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>De ISD in perspectief. Een studie naar de ISD-maatregel in het licht van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31038/</link>
      <pubDate>2011-12-22T00:00:00Z</pubDate>
      <description>SUMMARY
by public safety for the duration of detention, but also for the long-term aims of rehabilitation, treatment and other individual interests. This also enforces an adequate offer
of care, which suits the risk for recidivism and which is equivalent to the care outside
detention. With the ISD it is necessary that authorities concerned will hold the view
that the two-years detention is primarily aimed at contributing to solving the individual
offender problems. By that, not only an individual interest is served, but also the
currently prioritized collective interests of public safety and prevention of recidivism.
Moreover, this chapter discusses the research question and provides answers. First, the
positioning of the ISD in the historical development of the Dutch penal sanction system
with regard to combating recidivism and criminal nuisance is discussed. Based on
the foundation, the legitimacy of the statutory regulation, the objective, the offender
target group and the execution of this particular sanctioning, it is concluded that the
ISD fits within a broader, long-term and lasting development. In many ways, the ISD
builds on aspects of the labour colony penalty, the statutory regulation for recidivism,
the criminal custody measure and, especially, the SOV. This development appears to
be continuing, considering the bill introducing minimum penalties for recidivism of
severe crimes, as well as the bill introducing a restraining criminal measure to impose,
for example, area injunctions on offenders. Because this past and future development
together concern the criminal theoretical dual system of a penalty and a criminal
measure, the minima and maxima of the applied sanctions, the conditional or unconditional detention and finally, the restraint, it is concluded that for the last 125 years
the legislator has wanted to make full use of the penal sanction system to combat recidivism and criminal nuisance. When social problems are indeed so severe that a certain use is necessary, this broad sanctioning can in principle be legitimate. However, a
less simplistic and functional legitimation is needed. Furthermore, there is a need for
an integrated, systematic revision of the penal sanction system. The conclusion that
the ISD fits within a broader, long-term and lasting development leaves unimpeded
that there appears to be no lucid, constant, balanced development. ... etc.</description>
    </item> <item>
      <title>Maatregelen. Afdeling 3. Artikel 38m e.v. Sr (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31039/</link>
      <pubDate>2011-06-30T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: (Dit commentaar is bijgewerkt tot 30-06-2011). 
De artikelen 38m t/m 38u omvatten de regeling van de strafrechtelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel). [voetnoot: Wet van 9 juli 2004 tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, Stb. 2004, 351 (inwerkingtreding op 1 oktober 2004, Stb. 2004, 471). ] Op grondslag van deze vrijheidsbenemende maatregel kunnen stelselmatig recidiverende en overlastveroorzakende daders voor maximaal twee jaar worden gedetineerd. Het is een ultimum remedium in een keten van overige (strafrechtelijke) interventies ter bestrijding van deze ernstige maatschappelijke overlast. [voetnoot: Kamerstukken I 2003/04, 28 980, D, p. 9, alsook Kamerstukken I 2003/04, 28 980, F, p. 7. Zie voor rechtspraak waaruit blijkt dat de(ze) overweging van subsidiariteit hoog wordt gehouden, onder meer Hof Arnhem 26 januari 2009, NbSr 2009, 6, en Hof Leeuwarden 15 april 2008, LJN BD0883. ] De regeling is uitdrukkelijk gemodelleerd naar de voorheen in onderhavige wetsartikelen neergelegde regeling van de SOV-maatregel. [voetnoot: Kamerstukken II 2002/03, 28 980, nr. 3, p. 8. ] Een zeer wezenlijk verschil is echter dat de ISD-maatregel zich niet louter uitstrekt tot de aan harddrugs verslaafde veelplegers, maar integendeel een brede, heterogene toepassing kent. Omdat het naast elkaar bestaan van twee zeer sterk op elkaar gelijkende sancties wenselijk noch nodig werd geacht, is de specifieke SOV-maatregel geïncorporeerd in de algemene ISD-maatregel.</description>
    </item> <item>
      <title>De ISD-rechtspraak anno 2010: een eigenstandige normering en invloed op het beleid (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22954/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: Een jaar nadat de ISD-maatregel (hierna ook: ISD) wettelijk van kracht was geworden, verscheen in 2005 in dit tijdschrift een eerste aanzet tot een analyse van de rechtspraak ter zake. In die bijdrage stond de vraag centraal ‘of de rechter het signaal van de wetgever dat een strengere reactie en dus een langduriger vrijheidsbeneming ten aanzien van veelplegers passend is, heeft opgepikt, of dat de rechter ten aanzien van het opleggen van de ISD-maatregel en de duur daarvan tot nu toe nog een zekere terughoudendheid heeft betracht’. De analyse van de rechtspraak van dat eerste jaar leidde toen tot de
voorlopige conclusie ‘dat het signaal van beoogde langdurige vrijheidsbeneming weliswaar is opgepikt door de rechterlijke macht, maar veelal toch met een terughoudende en kritische houding’. Het tijdsverloop nadien alsook de jurisprudentiële en beleidmatige ontwikkelingen die zich met betrekking tot de ISD hebben voorgedaan, geven aanleiding om thans te bezien of deze conclusie nog stand houdt.</description>
    </item> <item>
      <title>Goed op weg naar een veiliger samenleving? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32924/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>“Terugdringen van de recidive blijft ook in 2012 een prioriteit bij de tenuitvoerlegging van sancties”, zo kondigde het Ministerie van Veiligheid &amp; Justitie onlangs alvast aan.  Deze voorbode is tekenend voor het komend ‘jubileum’jaar. Het zal in 2012 namelijk tien jaar geleden zijn dat de toenmalige regering explicieter dan voorheen de stap naar een veiliger samenleving heeft gezet. Met het programma ‘Naar een veiliger samenleving’ presenteerde het kabinet Balkenende I in 2002 zijn ambitie om de criminaliteit en overlast in de publieke ruimte te reduceren en (daarmee) de veiligheid in Nederland te bevorderen. Deze ambitie is kenmerkend voor de toegenomen focus op maatschappelijke onveiligheid en het streven de risico’s daarop zoveel mogelijk uit te sluiten; de ontwikkeling die in de literatuur wordt aangeduid met de term risicojustitie. Inmiddels zijn daartoe allerhande maatregelen ingezet, die voor het strafrecht niet alleen betrekking hebben op de (bovengenoemde) tenuitvoerlegging van sancties, maar ook op het sanctiearsenaal als zodanig.</description>
    </item> <item>
      <title>De nieuwe ISD-maatregel. Een kritische verkenning van wetgeving en praktijk (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/21962/</link>
      <pubDate>2009-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding
Vier jaar geleden werd ons strafrechtelijk sanctiestelsel uitgebreid met een nieuwe vrijheidsbenemende maatregel, de ISD-maatregel. Invoering en implementatie van deze sanctie tot plaatsing in een inrichting van stelselmatige daders heeft de gemoederen in zowel de rechtspraktijk als de politiek flink bezig gehouden. Toch is zij niet de eerste zelfstandige sanctie die specifiek is ontworpen vanuit de gevoelde noodzaak om maatschappelijke overlast (van recidive) te bestrijden. Eenzelfde crimineel-politieke gedachte lag immers ten grondslag aan de SOV-maatregel. Maar ook valt te denken aan een tweetal voorlopers uit een verder verleden, te weten de bijkomende straf van plaatsing in een rijkswerkinrichting (hierna: rwi-plaatsing) en de bewaringsmaatregel voor beroeps- en gewoontemisdadigers (hierna: bewaringsmaatregel).
 Het voorgaande vormt de aanleiding om de ISD-maatregel in onderhavige bijdrage niet op zichzelf te bezien, maar vanuit een wettelijk perspectief te plaatsen in het licht van de overige zelfstandige recidive- en overlastbestrijdende sancties sinds 1886. Gezien het korte bestek van de bijdrage worden (voorwaardelijke) sanctiemodaliteiten buiten beschouwing gelaten, alsmede de wettelijke recidiveregeling.</description>
    </item> <item>
      <title>De ISD-maatregel in het licht van overige recidive- en overlastbestrijdende sancties (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22554/</link>
      <pubDate>2009-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding
Vier jaar geleden werd ons strafrechtelijk sanctiestelsel uitgebreid met een nieuwe vrijheidsbenemende maatregel, de ISD-maatregel. Invoering en implementatie van deze sanctie tot plaatsing in een inrichting van stelselmatige daders heeft de gemoederen in zowel de rechtspraktijk als de politiek flink bezig gehouden. Toch is zij niet de eerste zelfstandige sanctie die specifiek is ontworpen vanuit de gevoelde noodzaak om maatschappelijke overlast (van recidive) te bestrijden. Eenzelfde crimineel-politieke gedachte lag immers ten grondslag aan de SOV-maatregel. Maar ook valt te denken aan een tweetal voorlopers uit een verder verleden, te weten de bijkomende straf van plaatsing in een rijkswerkinrichting (hierna: rwi-plaatsing) en de bewaringsmaatregel voor beroeps- en gewoontemisdadigers (hierna: bewaringsmaatregel).
Het voorgaande vormt de aanleiding om de ISD-maatregel in onderhavige bijdrage niet op zichzelf te bezien, maar vanuit een wettelijk perspectief te plaatsen in het licht van de overige zelfstandige recidive- en overlastbestrijdende sancties sinds 1886. Gezien het korte bestek van de bijdrage worden (voorwaardelijke) sanctiemodaliteiten buiten beschouwing gelaten, alsmede de wettelijke recidiveregeling.</description>
    </item> <item>
      <title>De SOV-effectevaluatie bezien vanuit een juridisch perspectief (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22555/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: Zes jaar na de inwerkintreding van de SOV-maatregel2 verscheen in mei 2007 de effectevaluatie aangaande deze sanctie3 (hierna: SOV-effectevaluatie). Samen met de al eerder uitgebrachte procesevaluatie4 is daarmee voldaan aan de ministeriële toezegging tijdens de parlementaire behandeling van het SOV-wetsontwerp, dat de als een experiment opgezette maatregel binnen een periode van zes jaar zou zijn geëvalueerd. Zowel deze belofte als experimentele status was een rechtstreekse en noodgedwongen reactie van de regering op de scepsis die onder Kamerleden en (overige) juristen bestond ten aanzien van de voorgestelde sanctie. Het was hoofdzakelijk het proportionaliteitsvraagstuk van de (on)evenredigheid tussen het relatief minder ernstig type veelplegersdelict en de langdurige, zeer ingrijpende SOV-vrijheidsbeneming, dat de critici op voorhand deed twijfelen aan de legitimatie daarvan. Het strikt genomen juiste, maar te makkelijke juridisch-dogmatische betoog van de regering dat de SOV geen straf maar een maatregel betrof en dat dus het proportionaliteitsbeginsel niet van toepassing was, kon deze twijfel niet wegnemen.
Als gezegd is de SOV-maatregel inmiddels uitvoerig geëvalueerd. Markant is echter dat de maatregel reeds vóór het verschijnen van beide voornoemde evaluatierapporten uit ons wettelijk sanctiestelsel was geschrapt, als gevolg van de op 1 oktober 2004 in werking getreden ISD-maatregel.5 Dit gegeven maakt bespreking van de SOV-effectevaluatie evenwel niet minder interessant, zeker nu de uitkomsten daarvan mede dienstbaar kunnen zijn aan de evaluatie en het verdere beleid van de ISD-maatregel. Eenzelfde mening was overigens uitdrukkelijk ook minister Donner toegedaan, onder wiens verantwoordelijkheid de ISD-maatregel is ingevoerd.6
In het onderstaande zal een korte terugblik worden gegeven op de SOV-maatregel (paragraaf 2), gevolgd door een eveneens beknopte bespreking van de SOV-effectevaluatie (paragraaf 3). Tot slot zullen de uitkomsten daarvan in het licht worden bezien van de huidige ISD-maatregel (paragraaf 4). Het geheel zal overigens louter vanuit een juridisch perspectief worden bezien; in de navolgende bijdrage zal de geneeskundige kant van de SOV-effectevaluatie worden belicht.</description>
    </item> <item>
      <title>Rechtshandhaving en veelplegers; ontwikkeling van drang naar dwang (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22557/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: In het eerste hoofdstuk van onderhavig boek geeft de auteur een bondige definitie van het begrip strafrechtelijke rechtshandhaving: „rechtshandhaving met strafrechtelijke middelen‟. Voor wat betreft de op te leggen sancties behelzen deze strafrechtelijke middelen samen het Nederlands wettelijk sanctiestelsel. Sinds 2001 is dit sanctiestelsel uitgebreid met een tweetal middelen dat zich specifiek richt op veelplegers. Allereerst is de maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (hierna: SOV) ingevoerd. Vervolgens is deze in 2004 alweer komen te vervallen en opgevolgd door de huidige maatregel plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (hierna: ISD). Deze maatregelen hebben de strafrechter het instrument verschaft om drugsverslaafde veelplegers voor langere tijd gedwongen te detineren in speciaal daartoe bestemde inrichtingen. Beoogd wordt de samenleving beter te beveiligen tegen de veelvuldige recidive en andere overlast veroorzaakt door deze categorie hardnekkige delinquenten. Dit beveiligingsdoel en de daartoe ontwikkelde veelplegersmaatregelen staan niet op zich zelf, maar maken onderdeel uit van een ruimere tendens die al enige tijd zichtbaar is binnen de strafrechtelijke rechtshandhaving. De maatschappelijke roep om een hardere aanpak van overlast en onveiligheid heeft zich twee decennia geleden al vertaald gezien in een aanpak van strafrechtelijke drang, waarbij de dreiging van het strafrecht ingezet wordt als toegang tot een geïntegreerd hulpverleningsaanbod.
In onderhavige bijdrage staat deze tendens tot een specifieke rechtshandhaving ten aanzien van veelplegers centraal. Allereerst zal in paragraaf twee de ontwikkeling van het drangbeleid geschetst worden, waarna vervolgens in paragraaf drie bekeken zal worden hoe zich dit heeft omgezet tot het huidige dwangbeleid. Vanuit het achterliggend theoretisch kader van dit studieboek is het voorts interessant te bekijken hoe dit type rechtshandhaving te kwalificeren is op het snijvlak van instrumentaliteit en rechtsbescherming. Een dergelijke kwalificatie zal aan de orde komen in paragraaf vijf, met als belangrijk onderdeel daarbij de vraag hoe er in de rechtspraak uitvoering wordt gegeven aan het overheidsbeleid. Paragraaf vier zal daartoe een aanzet geven met een gecomprimeerd beeld van de wijze waarop de rechterlijke macht gebruik (heeft) (ge)maakt van de dwangmaatregelen.</description>
    </item> <item>
      <title>Veelplegersoverlast en de ISD-maatregel: een gelegitimeerde waarheid(svinding)? (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22559/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: De waarheid is hard.
Nu zijn clichés wel vaker juist, maar ten aanzien van de huidige Nederlandse veelplegersaanpak lijkt bovengenoemd cliché in wel zeer sterke mate te worden bevestigd. De problematiek van verslavingsgerelateerde recidive wordt onder invloed van een veranderende maatschappelijke houding niet langer als een individueel gezondheidsprobleem beschouwd, maar vooral als een ongewenste overlast voor de samenleving. Als juridische weerslag van deze op zichzelf bezien niet-strafrechtelijke wens tot overlastbestrijding, is de veelplegersaanpak in de afgelopen twee decennia uitdrukkelijk onderdeel geworden van het strafrechtelijk beleid. Na een periode van voortdurende aanpassing en uitbreiding van ons sanctiestelsel, is de voorlopige climax hiervan de in 2004 ingevoerde ISD-maatregel. In het strafproces is daarbij de nadruk in toenemende mate verschoven van de ernst van de gepleegde criminaliteit, naar het gevaar voor de maatschappelijke veiligheid dat in het verleden is uitgegaan van de overlastgevende dader, alsmede het risico dat dit gevaar zich in de toekomst zal continueren. De strafrechtelijke waarheid(svinding) is zodoende bij (de berechting van) deze daders thans op een andere grondslag gestoeld dan voorheen. De vooronderstellingen en bewoordingen die van regeringszijde uitgaan, tonen bovendien aan dat de veelplegerswaarheid op een harde wijze wordt gepresenteerd. Uiteraard gaan aan de tweejarige ISD-maatregel vele minder ingrijpende (buiten-)justitiële (drang)interventies vooraf, maar indien deze geen of onvoldoende effect blijken te hebben gesorteerd, wordt de veelpleger onverbiddelijk beschouwd als een persoon tegen wie de maatschappij langdurig dient te worden beveiligd. De nadruk is kortom - in ieder geval beleidsmatig - verschoven van resocialisatie van de zorgbehoevende dader naar beveiliging van de maatschappij.</description>
    </item> <item>
      <title>Het veelplegersbeleid van Donner: spagaat tussen beveiliging en resocialisatie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22561/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: 
De regeringsjaren van minister van Justitie Donner hebben het strafrecht in het algemeen en het beleid ten aanzien van veelplegers in het bijzonder, niet onberoerd gelaten. Nadat hij op 22 juli 2002 als zodanig was benoemd in het eerste kabinet-Balkenende, is onder zijn verantwoordelijkheid een nieuw veelplegersbeleid ontwikkeld. Dit beleid is nadrukkelijk terug te voeren tot het ambitieuze veiligheidsprogramma „Naar een veiliger samenleving‟, dat het genoemde kabinet in oktober 2002 presenteerde.1 Met de veelzeggende titel als algemeen voornemen, stelde het kabinet zich ten doel het tekort in de rechtshandhaving terug te dringen en voorts de criminaliteit en overlast in de openbare ruimte met 20 tot 25 % ten opzichte van 2002 te reduceren.2 Het beleid dat vorm zou geven aan deze laatste doelstelling werd daarbij omschreven als een gerichte aanpak met een duidelijk accent op specifiek te benoemen groepen en gebieden.3 Voor wat betreft de groepsgerichte aanpak betekende dit een duidelijke prioriteitstelling van de aanpak van recidiverende en overlastveroorzakende veelplegers.
Als uitvloeisel van het bovenstaande kondigde Donner in mei 2003 in een specifieke beleidsbrief een intensieve aanpak van veelplegers aan.4 Deze thans nog geldende aanpak is nader uitgewerkt in landelijke beleidskaders5 en in beleidsprogramma‟s van het Openbaar Ministerie6 en de politie7. De aanpak kent een drieledige doelstelling, te weten het voorkomen dat risicojongeren uitgroeien tot veelpleger, het via effectieve sancties stoppen van het veelplegen door jeugdigen en het mogelijk maken van een langere vrijheidsbeneming van meerderjarige veelplegers. Met het oog op laatstgenoemd doel is de ISD-maatregel ontwikkeld, ter vervanging van de SOV-maatregel. Als geheel kan het veelplegersbeleid worden samengevat aan de hand van drie speerpunten die op zichzelf bezien niet nieuw, maar wel geïntensiveerd zijn. Er vindt sindsdien namelijk nog nadrukkelijker een persoonsgerichte aanpak plaats (1), waarbij alle in de zorg- en strafrechtsketen betrokken instanties samenwerken (2) via een trajectmatige benadering (3).</description>
    </item> <item>
      <title>Beslissing inzake tussentijdse beoordeling van noodzaak voortzetting maatregel tot plaatsing inrichting stelselmatige daders (ISD) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/21891/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Overwegingen&lt;br /&gt;
Bij vonnis d.d. 6 december 2005 heeft de rechtbank aan veroordeelde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaar. Het primaire doel van deze maatregel is de maatschappij te beveiligen tegen mogelijk recidiverend handelen van de verdachte. Indien de verdachte verslaafde is dan wel ten aanzien van hem andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, strekt de maatregel er mede toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek dan wel van die andere problematiek.
... etc.</description>
    </item> <item>
      <title>Het eerste bestaansjaar van de ISD-maatregel bekeken: een gretig gebruik door de rechterlijke macht of een zekere terughoudendheid? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/21964/</link>
      <pubDate>2005-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item>
  </channel>
</rss>