<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Stevens, L.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/27412/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>The Lawyer in the Dutch Interrogation Room: Influence on Police and Suspect (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31193/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In many European countries, providing a suspect in custody with legal aid before the first police interrogation is a heavily debated issue. In this paper, we report on an exploratory study on the use of coercion by the police and the use of the right to silence by suspects in 70 Dutch homicide cases and their relation to prior consultation and presence of a lawyer. Analysis of the data indicates that there is a relation between the presence of a lawyer in the interrogation room and the way in which police interrogators use coercion. To gain insight into whether the police use coercion and how this is achieved, we looked at the extent to which the interrogators make use of certain interrogation techniques and how the interrogation techniques are used to exert coercion. We found that legal advice from a lawyer before and during the interrogation corresponds with suspects more often using their right to silence. It also appears that the police are inclined to use ‘hard coercion’ when confronted with a silent suspect. The research thus raises the question as to whether the presence of a lawyer is an adequate way to prevent false confessions. Copyright © 2012 John Wiley &amp; Sons, Ltd.</description>
    </item> <item>
      <title>Raadsman en politieverhoor: interactie tussen verhoorders, verdachte en raadsman (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32914/</link>
      <pubDate>2011-12-30T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Als gevolg van het Salduz-arrest van het EHRM en een aankomende richtlijn van de Europese Commissie hebben diverse landen in Europa te maken met veranderingen in de gang van zaken rondom het eerste politieverhoor. Het ‘Experiment met advocaat bij eerste politieverhoor’ dat in Nederland is uitgevoerd biedt waardevolle informatie over wat deze veranderingen zouden kunnen betekenen voor de proceshouding van de verdachte en de werkwijze van de politie tijdens het verhoor. Deze bijdrage bespreekt de door de Nederlandse politie gehanteerde pressie en in hoeverre deze samenhangt met de aanwezigheid van de raadsman. Ook wordt ingegaan op hoe de verklaring van de verdachte wordt opgenomen in het proces-verbaal en in hoeverre de raadsman daar invloed op uit kan oefenen. Voorts wordt uiteengezet in hoeverre het zwijgen van de verdachte samenhangt met zowel de aan het verhoor voorafgaande consultatie met de raadsman, als de aanwezigheid van de raadsman tijdens het verhoor.</description>
    </item> <item>
      <title>Wat is er mis met een “goed gesprek”? Een exploratief onderzoek naar pressie tijdens politiële verdachtenverhoren en risico’s op valse bekentenissen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23270/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het uitoefenen van druk is een factor die een belangrijke rol speelt bij het verkrijgen van valse bekentenissen. De Nederlandse verhoormethoden – en technieken lijken in dat verband ver af te staan van de list-en-bedrogmethoden die gepaard gaan met een groot risico op valse bekentenissen. Toch blijft altijd een zeker risico aanwezig in het Nederlandse politieverhoor. Het verhoor is gericht op het beïnvloeden van de verdachte, waarbij ervan uit wordt gegaan dat een inschatting kan worden gemaakt van de schuld van de verdachte. Onder omstandigheden kunnen bepaalde verhoortechnieken dan leiden tot een valse bekentenis. De vraag is wat dit zou moeten betekenen voor de inrichting van het verhoor in het bijzonder en voor de opsporing in het algemeen.</description>
    </item> <item>
      <title>Raadsman bij het politieverhoor vraagt om maatwerk (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22029/</link>
      <pubDate>2010-12-04T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het onderzoek 'Raadsman bij politieverhoor' laat zien dat aan het verhoor voorafgaand advies van de raadsman eraan bijdraagt dat verdachten meer gebruikmaken van hun zwijgrecht. en dat Zwijgende verdachten meer worden geïntimideerd tijdens verhoor. Consultatierecht voorafgaand aan verhoor moet logischerwijs dus worden gevolgd door aanwezigheidsrecht tijdens het verhoor.</description>
    </item> <item>
      <title>Raadsman bij politieverhoor (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22067/</link>
      <pubDate>2010-11-16T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Samenvatting&lt;br/&gt;
Probleemstelling&lt;br/&gt;
Decennia lang wordt er al gediscussieerd over de toelating van de raadsman bij het politiële verdachtenverhoor. In juli 2008 is een tweejarig experiment van start gegaan waarbij de advocaat tot het (eerste) politieverhoor toegelaten wordt. Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar dat experiment en de bevindingen die we hebben gedaan. Dat de raadsman nu binnen een experimentele situatie bij het politieverhoor wordt toegelaten moet begrepen worden tegen de achtergrond van internationale ontwikkelingen en een aantal strafzaken waarin de verdachte ten onrechte veroordeeld is, mede op basis van een valse bekentenis. Aanleiding zijn de fouten die in de Schiedammer Parkmoord tijdens het vooronderzoek door politie, Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut gemaakt zijn en de daarop gebaseerde verkeerde rechtelijke beslissingen. Deze vormden de aanleiding tot het Programma Versterking Opsporing en Vervolging dat als doel had de waarheidsvinding in strafzaken te optimaliseren. Het programma omvatte maatregelen die enerzijds gericht waren op het verbeteren van de kwaliteit van het politieverhoor en anderzijds op het bevorderen van de transparantie van het politieverhoor. Eén van de maatregelen uit het programma was de invoering van audio dan wel audiovisuele registratie van verhoren in ernstige zaken. In aanvulling op het programma werd bovendien de politieke wens geuit om de advocaat toe te laten tot het politieverhoor. Nadat de Tweede Kamer de motie Dittrich aanvaard had, zegde de minister van Justitie toe tijdelijk een verandering in de procedure van de eerste politiële verdachtenverhoren in te voeren: het ‘experiment raadsman bij politieverhoor’.
Het doel van het experiment is te bekijken wat de meerwaarde is van de aanwezigheid van de raadsman op het bevorderen van de transparantie en verifieerbaarheid van het verhoor en het voorkomen van ongeoorloofde pressie. De praktische uitwerking van deze doelstelling betreft een tweeledige verandering van de verhoorsituatie: de advocaat wordt toegelaten tot het verhoor én advocaat en verdachte krijgen voorafgaand aan het verhoor de gelegenheid in beslotenheid met elkaar te overleggen. De invoering van deze tijdelijke (experimentele) maatregel geldt voor alle (voltooide) misdrijven tegen het leven gericht, genoemd in Titel XIX Wetboek van Strafrecht in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Rotterdam-Rijnmond. Ten behoeve van het experiment is het ‘protocol pilot raadsman bij politieverhoor van verdachten’ opgesteld, dat voorschrijft hoe alle deelnemers aan de verhoren zich zouden moeten opstellen. Het is belangrijk te vermelden dat raadsman en verdachte volgens het protocol tijdens het verhoor geen contact met elkaar mogen hebben. Daarbij mag de raadsman het verhoor op geen enkele manier verstoren en alleen ingrijpen wanneer het pressieverbod volgens hem overtreden wordt. De advocaat krijgt hiermee dus een passieve rol tijdens het verhoor toebedeeld.
De doelstelling van onderhavig onderzoek is de feitelijke gang van zaken rondom het politieverhoor met voorafgaande consultatie en toelating van raadslieden zo zorgvuldig mogelijk in kaart te brengen. De beschrijving van de feitelijke gang van zaken en de ervaringen van betrokkenen bij het experiment vormen dan ook de kern van het onderzoek. Daarnaast wordt getracht vast te stellen of en in hoeverre de verhoorsituatie verandert door de hierboven besproken aanpassingen. De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt:
Hoe verlopen de eerste politieverhoren met voorafgaande consultatie en aanwezigheid van de advocaat en wat zijn feitelijke waarneembare gevolgen van de consultatie en de aanwezigheid op het verloop van het verhoor?&lt;br/&gt;

[.....]&lt;br/&gt;

Als laatste kan aangestipt worden dat er inmiddels een nieuwe situatie is ontstaan naar aanleiding van jurisprudentie van het EHRM en de HR. Het is interessant te bezien in welke mate de conclusies uit dit onderzoek stand houden in de context van die ontwikkelingen. Met andere woorden: in hoeverre hebben we te maken met blijvende effecten? Dit zal over enkele jaren moeten blijken en het laatste woord over de uitbreiding van het bijstandsrecht tijdens verdachtenverhoren zal zeker nog niet gesproken zijn.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>