<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Hemels, S.J.C.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/28315/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Gedefinieerde belangen: algemeen nut na de Geefwet (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/34776/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: Sinds 1 januari 2012 is voor het eerst sinds de introductie van het begrip ‘algemeen belang’ in de Nederlandse belastingwet in 1917 het begrip ‘algemeen nut’ gedefinieerd. Bovendien geldt nu één definitie van algemeen nut voor alle belastingwetten, doordat deze definitie is vastgelegd in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Alleen de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) zal zijn eigen, aan de BTW Richtlijn ontleende begrippenkader houden in de vrijstellingsbepalingen van artikel 11 Wet OB. Anders dan in de aanhef van artikel 132 van de BTW Richtlijn komt het begrip ‘algemeen belang’ overigens niet voor in de Wet OB, waardoor dit vermoedelijk niet tot problemen zal leiden. Ook ‘sociaal belang behartigende instelling’ is nu voor alle Rijksbelastingen gelijk gedefinieerd en wel in artikel 5c AWR. Het begrip ‘sociaal belang’ is echter ongedefinieerd gebleven. Daarnaast bevat de AWR sinds 1 januari ook de nieuwe definitie van ‘steunstichting SBBI’, maar die moet in 2012 nog nader worden ingevuld.
In deze bijdrage analyseer ik de veranderingen die de nieuwe definitie van ‘algemeen nut’ met zich brengt. Ik plaats de nieuwe regelgeving in het perspectief van de ontwikkelingen op het gebied van het begrip ‘algemeen nut’ in de afgelopen jaren en maak vergelijkingen met ontwikkelingen in het buitenland. Deze analyse maakt duidelijk dat het Nederlandse wetgevingsproces niet optimaal is geweest en de discussies over de invulling van het begrip ‘algemeen nut’ met deze wetswijziging niet zijn beëindigd.</description>
    </item> <item>
      <title>ANBI anno 2012: jurisprudentie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38223/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Samenvatting: De afgelopen maanden is veel jurisprudentie over algemeen nut beogende instellingen verschenen. In dit artikel bespreek ik de door de Hoge Raad ontwikkelde dubbele algemeen nut toets, de stichtingen die pas bij overlijden actief worden en jurisprudentie over periodieke giften. In een volgend artikel komt de nieuwe uitvoeringsregeling aan de orde.</description>
    </item> <item>
      <title>ANBI anno 2012: wet- en regelgeving (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38226/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Samenvatting: In de op 22 juni 2012 gepubliceerde Uitvoeringsregeling Geefwet krijgen anbi's meer mogelijkheden voor commerciële activiteiten en is het winststrevenverbod beperkt. Bovendien zijn de eisen aan de liquidatiesaldobepaling gewijzigd. De regels voor aanwijzing met terugwerkende kracht veranderen niet. Ook wordt nagedacht over een alternatief voor de verplichte notariële akte bij periodieke giften. In dit artikel worden deze belangrijke ontwikkelingen besproken.</description>
    </item> <item>
      <title>Anbi-wetgeving in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32142/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op 6 april 2011 publiceerde de Europese Commissie (hierna: EC) een persbericht waarin de EC aankondigde Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) te brengen, omdat de Nederlandse fiscale behandeling van schenkingen aan algemeen nut beogende instellingen (hierna: anbi’s) discriminerend zou zijn en in strijd met de EU-regels betreffende het vrije verkeer van kapitaal.2 Dit bericht wekte bij mij enige verbazing. Uiteraard wist ik dat de EC op 18 maart 2010 Nederland formeel had verzocht om de anbi-regeling aan te passen. Het leek mij echter een uitleg van de Nederlandse regeling de EC gerust zou moeten stellen. Dat was dus kennelijk niet het geval. De vraag is nu of de EC een punt heeft en de huidige Nederlandse regeling inderdaad in strijd is de vrijheid van kapitaalverkeer. In deze opinie zoek ik een antwoord op deze vraag. Daartoe zal ik eerst de bezwaren van de EC bespreken en deze analyseren in het licht van de jurisprudentie van het HvJ over anbi’s en de Nederlandse anbi-regeling. Daarbij is mede van belang de wijze waarop de Belastingdienst uitvoering geeft aan deze wetgeving en een wijziging naar aanleiding van de Geefwet.3 Deze verzwakken mogelijk de Nederlandse procespositie.</description>
    </item> <item>
      <title>Anbi na de Geefwet (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32144/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De Geefwet (Stb 2011, 641) heeft ervoor gezorgd dat de wereld er in 2012 voor algemeen nut beogende instellingen (hierna: anbi’s) weer anders uitziet. Het grote aantal wijzigingen dwingt mij om in dit artikel een keuze te maken. Ik verwijs voor de wijzigingen inzake de herroepelijke schenking, het nieuwe beleid voor commerciële activiteiten van anbi’s en de aftrek voor kenbaar fondsenwervende activiteiten naar FBN 2011/59 en 60.2 In dit artikel richt ik mij op de sinds 2012 geldende anbi-definitie, de multiplier voor culturele instellingen, de aanwijzingsprocedure voor culturele instellingen en de naar het lijkt uitgebreide aanwendingsmogelijkheden voor de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting.</description>
    </item> <item>
      <title>De Europese Stichting en de Nederlandse ANBI (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32445/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op 8 februari 2012 is het voorstel voor een Verordening inzake de Europese Stichting (FE) gepubliceerd. Dit voorstel bevat een fiscaal hoofdstuk. De lidstaten moeten de FE, haar donoren en haar begunstigden gelijk behandelen als binnenlandse goede doelen. Geanalyseerd wordt hoe het FE voorstel zich verhoudt tot de Nederlandse ANBI regelgeving. De auteur betwijfelt of de Verordening in de voorgestelde vorm zal worden aangenomen, omdat deze onvoldoende waarborgen biedt tegen misbruik van belastingfaciliteiten.</description>
    </item> <item>
      <title>Nederlandse grensoverschrijdende fiscale ondersteuning van kunst en cultuur (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38078/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op 1 mei 1893 introduceerde Nederland zijn oudste nog bestaande fiscale faciliteit voor kunst en cultuur: een vrijstelling voor voorwerpen van kunst en wetenschap in de toenmalige vermogensbelasting. Sindsdien zijn in de Nederlandse belastingwetten een groot aantal fiscale faciliteiten voor kunst en cultuur geïntroduceerd. Met name de periode 1995-2005 zag een grote groei van het aantal belastingsubsidies voor kunst en cultuur. Inmiddels zijn of worden diverse in die periode geïntroduceerde belastingsubsidies al weer afgeschaft, zoals de filmfaciliteiten en de faciliteiten voor cultureel beleggen die, na eerder beperkt te zijn, met ingang van 1 januari 2013 volledig zullen verdwijnen. Na de val van het gedoogkabinet afgelopen voorjaar, is de in 2011 in werking getreden afschaffing van het verlaagde BTW tarief voor podiumkunsten en voor kunstvoorwerpen die van de maker of zijn erfgenamen worden gekocht, echter per 1 juli 2012 weer teruggedraaid. Diverse belastingsubsidies voor kunst en cultuur hebben mede een grensoverschrijdend effect, waardoor bijvoorbeeld ook in België wonende particulieren of culturele instellingen hiervan kunnen profiteren. In paragraaf 2 geef ik een definitie van het door mij gehanteerde begrip ‘belastingsubsidie’ en zijn synoniemen. In deze bijdrage staat de grensoverschrijdende fiscale ondersteuning van kunst en cultuur centraal. Ik richt mij hierbij op particulieren en culturele instellingen. Met ‘grensoverschrijdend’ bedoel ik dat hetzij een in Nederland wonende particulier een fiscale tegemoetkoming ontvangt als hij een buitenlandse culturele instelling ondersteunt, hetzij een buitenlandse particulier of culturele instelling aanspraak kan maken op een Nederlandse fiscale tegemoetkoming. Op deze wijze ondersteunt de Nederlandse fiscus derhalve niet alleen kunst en cultuur in Nederland, maar ook daarbuiten. In veel gevallen is deze grensoverschrijding afgedwongen door Europese regelgeving. Bij het verlaagde BTW-tarief voor diverse culturele leveringen en diensten is het grensoverschrijdende effect inherent aan de faciliteit. Als een inwoner van Antwerpen in Breda naar het theater gaat, zal hij hetzelfde BTW-tarief betalen als een inwoner van Breda, omdat de plaats van dienst bij een dienst verricht aan een niet-ondernemer de zetel van de bedrijfsuitoefening van de dienstverlener is. De BTW-faciliteiten laat ik in het navolgende buiten beschouwing. De Nederlandse faciliteiten die ik op basis van de criteria ‘belastingsubsidie’ en ‘grensoverschrijdend’ heb geselecteerd zijn de giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de multiplier voor giften aan culturele instellingen, de vrijstelling van schenk- en erfbelasting, de mogelijkheid om erfbelasting met kunst te betalen en de aftrek van onderhoudsuitgaven voor monumentenpanden. Overigens is de grensoverschrijdende werking van belastingsubsidies voor kunst- en cultuur, ook los van de Europeesrechtelijke verplichtingen, goed verdedigbaar. Kunst en cultuur houdt zich immers niet aan landsgrenzen. Zo zijn de Grieken en Romeinen ook onderdeel van onze cultuurhistorie ongeacht het feit dat de archeologische vindplaatsen zich over het algemeen niet in Nederland bevinden, profiteren Nederlanders ook van de kunstschatten die buitenlandse musea tentoonstellen en hebben Nederlandse musea er voordeel bij als een buitenlandse verzamelaar een kunstwerk aan hen overdraagt.</description>
    </item> <item>
      <title>De Toren van Babel. Grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever en de invloed daarvan op (fiscale) wetenschapsbeoefening (Inaugural Lecture)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23045/</link>
      <pubDate>2011-04-15T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Externe factoren beperken de belastingwetgever bij het invoeren van allerlei belastingen. De vliegtaks en de BTW-verhoging voor de podiumkunsten zijn zo maar wat belastingen waar de burgers duidelijk hun grenzen aangaven bij de wetgever. Door interdisciplinair onderzoek naar belastingwetgeving kan dit fenomeen beter worden geanalyseerd. Dit stelt prof.dr. Sigrid Hemels in haar oratie 'De Toren van Babel. Grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever en de invloed daarvan op (fiscale) wetenschapsbeoefening', die zij uitspreekt op vrijdag 15 april 2011. Zij aanvaardt hiermee het ambt van hoogleraar Belastingrecht in de Erasmus School of Law aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De externe factoren die de belastingwetgever begrenzen kunnen verschillende vormen aannemen. Zo zijn er de gedragsreacties van de calculerende burger: wij dwongen de afschaffing van de vliegbelasting af door massaal vanuit Duitsland en België te vliegen. Maar er zijn ook juridische grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever, zoals de Grondwet en internationale verdragen. Zo riepen in het verleden belastingen op kranten grote weerstand op bij de bevolking, omdat dergelijke taxes on knowledge de vrijheid van meningsuiting aantasten. Een maatschappelijke grens werd afgelopen winter bereikt toen de belastingwetgever met onmiddellijke ingang de BTW op podiumkunsten wilde verhogen.  

Een belastingwetgever die geen rekening houdt met deze psychologische, maatschappelijke en juridische factoren, heeft een probleem. Deze veelzijdigheid laat zien dat belastingen ook voor wetenschappers uit andere disciplines een interessant studieobject zijn. Hemels pleit in haar oratie dan ook voor meer interdisciplinair onderzoek naar belastingwetgevingen. Zowel de belastingwetenschap als de belastingwetgever hebben hier volgens haar baat bij.</description>
    </item> <item>
      <title>What if Gulbenkian had been Persche: taxing charitable giving in Europe (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23173/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Many EU Member States only grant tax incentives to resident charities. This limits the choice of donors and restricts the free movement of capital. The paper discusses this problem and the action taken by the European Commission, the ECJ (the Stauffer and Persche cases) and private organisations. The case law of the European Court of Justice again set an important boundary to the fiscal autonomy of the EU Member States.</description>
    </item> <item>
      <title>Giftenaftrek in de vuurlinie? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23369/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De afgelopen anderhalf jaar hebben de Nederlandse geeffaciliteiten zeer in de belangstelling gestaan. In de fiscale en goede doelen wereld gingen geruchten rond dat de giftenaftrek zou worden afgeschaft. De politiek lijkt zich hier inmiddels tegen te hebben uitgesproken. Deze opinie onderzoekt de oorzaak van de geruchten en geeft een analyse van de politieke stand van zaken met betrekking tot de giftenaftrek.</description>
    </item> <item>
      <title>Beperkt belang versus particulier belang: een tweetrapstoets voor anbi’s (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23371/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Dit artikel analyseert hoe de wetgever en de jurisprudentie het begrip algemeen nut hebben ingevuld door het af te zetten tegen het 'particulier belang'. De auteur leidt uit de jurisprudentie een tweetrapstoets af op grond waarvan het onderscheid tussen beperkt belang en particulier belang moet worden gemaakt. Uit recente jurisprudentie, onder meer over woningstichtingen blijkt dat de Belastingdienst en sommige lagere rechters deze dubbele toets niet consequent toepassen. Zij concluderen uit het feit dat de activiteiten van een instelling ten goede komen aan bepaalde personen dat sprake is van een particulier belang. Dit is volgens de auteur niet in overeenstemming met de vaste jurisprudentie. Bovendien stelt zij aan de hand van deze toets de vraag of een vakbond en sportvereniging nog wel als particulier belang moeten worden aangemerkt. Deze publicatie maakt onderdeel uit van het programma fiscale autonomie en haar grenzen. De maatschappelijke opvattingen geven mede vorm aan het kader waarbinnen de belastingwetgever en belastingrechter de faciliteiten voor algemeen nut vormgeven en toepassen. De invulling van beperkt belang die de belastingdienst voorstaat, stemt niet overeen met de maatschappelijke opvattingen over dit begrip. Deze maatschappelijke opvattingen beperken de fiscale autonomie om dit begrip in te vullen.</description>
    </item> <item>
      <title>Belastingen en de vrijheid van meningsuiting (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23372/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Artikel 7, lid 1 van de Grondwet bepaalt dat niemand vooraf verlof nodig heeft om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Op grond van het derde lid geldt dit eveneens voor het openbaren van gedachten en gevoelens op andere wijze dan via drukpers of radio- en televisie (waarvoor het tweede lid de vrijheid waarborgt). Tussen de vrijheid van meningsuiting en het belastingrecht bestaat al lang een, niet altijd even harmonieuze, relatie. In de loop van de geschiedenis zijn overheden er, al dan niet terecht, talloze malen van beschuldigd door het gebruik van belastingen de pers op indirecte wijze te muilkorven. Belastingen tasten de vrijheid van meningsuiting weliswaar niet aan, maar ze kunnen het kostbaar maken om van deze vrijheid gebruik te maken. Dit is ook wel ‘economische’ persvrijheid genoemd ter onderscheiding van de in Nederland sinds 1848 in de Grondwet opgenomen ‘juridische’ persvrijheid. In deze bijdrage wordt hier nader op ingegaan, zowel vanuit een historische invalshoek (belastingen op kranten) als uit het heden (belastingen op sms).</description>
    </item> <item>
      <title>Mens Sana (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23819/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Voor werkgevers is het belangrijk dat hun werknemers gezond blijven. Gezonde werknemers zijn productiever en verzuimen minder vaak. Werkgevers proberen op verschillende wijzen aan de gezondheid van hun werknemers bij te dragen, bijvoorbeeld door het aanbieden van een griepprik en sportfaciliteiten. Ook de overheid heeft belang bij gezonde werknemers. De belastingwetgever heeft daarom sinds 1 januari 1997 bedrijfsfitness onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van loonbelasting. In dat kader komt de vraag op waarom de wetgever zich beperkt tot het stimuleren van de fysieke gezondheid van werknemers. In dit artikel wordt daarom een loonbelastingvrijstelling voor cultuurvouchers onderzocht. Dit kan het psychische welbevinden van werknemers bevorderen, leiden tot een hogere cultuurparticipatie en het verwerven van eigen middelen door de cultuursector ondersteunen.</description>
    </item> <item>
      <title>Effectiveness of EU VAT Treatment of Charities: are the objects of the VAT exemptions in the public interest being achieved and if not, how can this be improved within the restrictions imposed by EU legislation? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/26786/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Charities as such are not mentioned in the VAT Directive. However, the Directive contains “exemptions for certain activities in the public interest” and most of those activities are deemed charitable in many Member States, such as activities in the framework of medical care, welfare and social security work, education, religion, sports, and culture. In this article, the author gives an overview of the legal history of the EU VAT exemptions and discusses the position of charities whose activities may be within or outside the scope of VAT. In view of the ineffectiveness and inefficiency of these VAT exemptions, the author discusses alternative approaches, and points to developments that may affect the VAT position of charities in the future.</description>
    </item> <item>
      <title>Zonsondergang en horizon. Verantwoording van belastinguitgaven in Nederland, nu en straks. (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/26787/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In 2003 schreef Bavinck de column "Hoe rekent het Ministerie van Financiën". Hij uitte hierin kritiek op het ontbreken van een onderbouwing van de berekening van budgettaire effecten van voorgenomen maatregelen. Deze column is nog altijd actueel. De financiële onderbouwing van wetsvoorstellen is nog steeds niet controleerbaar voor parlementariërs en andere geïnteresseerde burgers. Dit staat in contrast tot de ex-post verantwoording die in Nederland wordt afgelegd, met name als het gaat over belastinguitgaven. Op dit punt is de afgelopen jaren veel gebeurd, zij het dat hier in de fiscale vakliteratuur weinig aandacht aan is besteed. In de Fiscale Agenda is nog een aanvullend instrument voor de controle op belastinguitgaven voorgesteld: de horizonbepaling, in het Engels aangeduid als sunsetclause. Het afscheid van Bernard Bavinck is voor de redactie ook een moment van terugkijken en zonsondergang, voor Bernard opent het nieuwe horizonnen. Mijn bijdrage gaat daarom over de wijze waarop Nederland op dit moment verantwoording aflegt over belastinguitgaven en de (mogelijke) wijzigingen daarin, waarbij ik tevens aandacht zal besteden aan Bavincks vraag om onderbouwing van de berekeningen.</description>
    </item> <item>
      <title>Ex-post evaluation of tax legislation in the Netherlands
 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31229/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Introduction
Since the end of the 20th century, ex-post evaluation of tax legislation has consistently
been part of the agenda of the Dutch government. In 2005, the 2001 Income tax Act was
evaluated. In addition, several tax expenditures are evaluated each year. Tax
expenditures can be a controversial aspect of tax legislation. In general, tax
expenditures have the drawback that, compared with direct subsidies, there is less
information and less democratic control on these expenditures than on direct subsidies
which are accounted for in the annual budget. In the past 20 years, the Netherlands has
taken several measures to improve the accountability of tax expenditures. One of the
measures in the 2001 Budget was the introduction of a framework consisting of several
questions which have to be answered before a tax expenditure can be introduced. This
framework has been amended several times. The current framework consists of the
following questions: (1) Is the problem clear?; (2) Is the object stated clearly and
unambiguously?; (3) Can it be proven why financial intervention is necessary?; (4) Can it
be proven why a subsidy is preferred over a levy?; (5) Can it be proven why a tax
incentive is preferred over a direct subsidy?; and (6) Is the evaluation of the provision
sufficiently safeguarded? An evaluation of a proposed tax expenditure, therefore, has to
be guaranteed before the tax expenditure is introduced. Below, the Dutch techniques for
ex-post evaluation are discussed briefly. These include accounting for tax expenditures
and similar provisions in a tax expenditure report and a tax expenditure overview,
evaluation reports and, possibly, sunset legislation.</description>
    </item> <item>
      <title>De Geefwet : gouden kans of lege huls? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31234/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Afgelopen september heeft het kabinet de Geefwet ingediend. Deze wet zou een bijdrage moeten leveren aan de kabinetsdoelstelling van een terugtredende overheid, meer particulier initiatief en cultureel ondernemerschap. De vraag is echter of de Geefwet deze hoge verwachtingen waar kan maken. In hoeverre is de cultuursector gediend met deze wet en waarom moest hij er eigenlijk komen? Dat zijn de vragen die in dit artikel aan de orde komen. </description>
    </item> <item>
      <title>Belasting betalen met kunst. Openheid in het belang van de democratische rechtsstaat en het openbaar kunstbezit (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30628/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het kan in Nederland al bijna 15 jaar, maar slechts weinig mensen zijn ervan op de hoogte: belasting betalen met kunst. Het gebrek aan openheid bemoeilijkt niet alleen de democratische controle op de rechtvaardigheid en efficiëntie van de belastingheffing, maar frustreert ook de effectiviteit van de regeling. Rechtvaardigheid, effectiviteit en efficiëntie van belastingheffing zijn belangrijke thema’s voor belastingwetenschappers. Deze fiscale beginselen vallen bij deze regeling samen met het belang van de kunst. Zowel uit fiscaal oogpunt als uit oogpunt van het nationaal kunstbezit is momenteel sprake van een sub-optimale inzet van de regeling. Voorbeelden uit het buitenland laten zien dat het ook anders kan. Deze bijdrage doet een oproep aan de Nederlandse overheid, musea en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om meer publiciteit te geven aan deze regeling. Hiermee zou meer recht worden gedaan aan de fiscaal-wetenschappelijke beginselen en het Nederlands kunstbezit.</description>
    </item> <item>
      <title>The ECJ and the Mutual Assistance Directive (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23047/</link>
      <pubDate>2010-12-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Introduction: In 1977 the European Council adopted the ‘Directive Concerning Mutual Assistance by the competent Authorities of the Member States in the Field of Direct Taxation’.3
The implementation deadline of this Directive was 1 January 1979. On 6 December 1979 the Council adopted an amendment to the Directive, extending its scope to value added tax (VAT), an extension which was rescinded by an amendment of 2003.4
However, it was not until 1992 that the Court of Justice of the European Communities (ECJ) made its first reference to the Directive. This was on 28 January 1992 in the Bachman case and the Commission v. Belgium case.5 Between 1 January 1992 and 1
May 2009 the ECJ referred to the Directive in 35 cases (34 judgments and one order).
In this paper I analyse these cases with regard to the different types of references to the Directive that can be distinguished and the way references to the Directive have evolved over time. A summary of the most important features of all cases which have
regard to the Directive is included in Annex I to this paper. As the references in several cases were derived from the purpose of the Directive, I start with the purpose of the Directive as defined by the ECJ.</description>
    </item> <item>
      <title>EATLP Report for the Netherlands on the Mutual Assistance in Tax Affairs (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23152/</link>
      <pubDate>2010-12-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>I. Introduction
It has been a great pleasure for the authors to be able to prepare a report on the Netherlands regarding “The mutual assistance in tax affairs”, which topic will be discussed at the EATLP annual meeting in June 2009 in Santiago de Compostella. The report has been limited by us to such mutual assistance between the Member States of the European Union. The report is based on the general guidelines as prepared by our German colleague Prof. Dr Roman Seer of Bochum University. The questions and answers are focussed onthe five main topics “Implementation”,
“Use”, “Efficiency”, “Burden of proof” and “Legal protection”. Since the focus is on the actual use of mutual assistance in the different Member States, the report is rather factually
and practically oriented. We did however, occasionally point at more in depth discussions and unclarities in this area.
...</description>
    </item>
  </channel>
</rss>