<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Bijker, H.G.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/29103/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>De doelmatigheid en effectiviteit van het spreidingsbeleid inzake de klinisch psychiatrische voorzieningen met behulp van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23706/</link>
      <pubDate>1994-04-06T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog richtte de aandacht van de overheid
zich op de wederopbouw van ons land. Ziekenhuisbouw was in die periode een
afgeleide van de zorg voor die wederopbouw. Door de verbeterde toegankelijkheid,
vooral onder invloed van het Ziekenfondsbesluit, nam de vraag naar gezondheidszorgvoorLieningen
in die jaren geleidelijk toe. Er ontstond een spanning tussen deze
toenemende vraag en het beperkte aanbod van voorzieningen.
De bouwactiviteiten, inclusief de ziekenhuisbouw, waren in die periode ondenvorpen
aan strikte overheidsregulering. De Wederopbouwwet van 1950 illustreett dat:
bouwen en verbouwen, ook van gezondheidszorgvoorzieningen, waren verboden,
tenzij daarvoor door de overheid toestemming was verleend.
De overheid toonde in die jaren weinig belangstelling voor de gezondheidszorg. De
kosten bleven binnen aanvaardbare grenzen, mede omdat er van spectaculaire medisch-
technologische ontwikkelingen nog geen sprake was. Geleidelijk veranderde
dat beeld. Door de toenemende economische groei enerzijds en de zich ontwikkelende
medische-tecbnologie anderzijds werd het. mede onder invloed van een veranderend
verzekeringsstelsel, mogelijk aan de toenemende vraag naar gezondheidszorgvoorzieningen
te voldoen. Het aantal voorzieningen nam dan ook toe en ten
gevolge daarvan stegen de kosten.
Deze gang van zaken bleef niet onopgemerkt en de belangstelling van de zijde van
de overheid voor de kosten(stijgingen) groeide. Meer en meer werd gestreefd naar
beïnvloeding/beheersing van aanbod en prijs in de gezondheidszorg, teneinde op die
manier de kosten binnen aanvaardbare grenzen te houden. Om dit doel te bereiken
werd een overheidsinstromentarium ontwikkeld, steunend op een tweetal pijlers:
tariefstelling en planning.
Met het oog op de beïnvloeding van de prijsontwikkeling met behulp van tariefstelling
zijn achtereenvolgens de Prijsopdrijvings- en Harnsterwet (1939). de Wet Ziekenhuistarieven
(!NZT. 1965) en de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG. 1982)
van belang.
De Wet Ziekenhuisvoorzieningen eyvzv 1971, in gewijzigde vonn van kracht met
ingang van 1 september 1979) vormt de andere pijler en richt zich op de planning
van het aanbod van ziekenhuisvoorzieningen.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>