<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Boom, W.H. van</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/3009/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Annotatie:  Ontbinding zonder formaliteiten (HR 8 juli 2011, LJN: BQ1684; G4/Hanzevast) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32243/</link>
      <pubDate>2012-05-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De feiten en de procedure
Wanneer een partij bij een wederkerige overeenkomst
deze wil ontbinden vanwege het tekortschieten van haar
wederpartij, dan moet die partij ofwel een schriftelijke
ontbindingsverklaring uitbrengen ofwel ten overstaan
van de rechter de ontbinding vorderen (art. 6:267 BW).
De eerste manier van ontbinden, ook wel buitengerechtelijke
ontbinding genoemd, lijkt redelijk laagdrempelig.
Vereist is dat de debiteur tekortschiet in de nakoming van
een verbintenis en in verzuim is (tenzij nakoming tijdelijk
of blijvend onmogelijk is, dan is verzuim niet nodig;
art. 6:265 lid 2 BW). Als die twee voorwaarden zijn vervuld,
kan een schriftelijke ontbindingsverklaring worden
uitgebracht, die de contractsband beëindigt. Maar wat als
dat geschrift ontbreekt?1 De wet gaat ervan uit dat overeenkomsten
niet vanzelf eindigen door de tekortkoming
van een van de partijen. De partij die recht heeft op ontbinding,
moet dat recht schriftelijk uitoefenen. Bij gebreke
van een ontbindingsverklaring kan er dus geen ontbinding
hebben plaatsgevonden, zo lijkt de simpele deductie.
Toch zijn er complexe situaties denkbaar waar het weinig
realistisch is om dat geschrift te eisen, zeker als partijen
zich na de tekortkoming over en weer hebben gedragen
alsof ze niet langer tot elkaar in een contractuele
rechtsverhouding
staan. Over een dergelijke complexe situatie
gaat het geschil tussen G4 en Hanzevast.</description>
    </item> <item>
      <title>Hypotheken als consumentenrechtelijk thema (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31249/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Inleiding: In deze bijdrage verken ik de consumentenrechtelijke kant van hypothecaire kredietverlening. Die kant is de laatste jaren sterk tot ontwikkeling gekomen, maar de verhouding tussen de verschillende toepasselijke regels is niet altijd helder. Zo is er een Burgerlijk Wetboek dat nauwelijks iets bepaalt over kredietverlening, een civiele rechter die stap voor stap zorgplichten ontwikkelt, er is een opeenstapeling van moeilijk te doorgronden publiekrechtelijke regels in (eerst Wet financiële dienstverlening (Wfd) en nu) de Wet op het financieel toezicht (Wft), er is sprake van toenemende interventie door de AFM in dit gebied, en er is een onder druk staande traditie van zelfregulering door de kredietindustrie. Daarnaast zijn er nieuwe regels, zoals de Wet oneerlijke handelspraktijken, waarvan de invloed op hypothecaire dienstverlening nog niet uitgekristalliseerd is. Bovendien lijkt er een Europese richtlijn ‘woningkredietovereenkomsten’ aan te komen, die ook invloed zal uitoefenen. Ten slotte is van belang dat, waar het gaat om hypothecair krediet, er meerdere ‘rechtstoepassers’ zijn. Niet alleen de civiele rechter, maar ook alternatieve geschilbeslechters als het klachteninstituut KIFID spelen een zekere rol.
Er is kortom behoefte aan enige ordening van het veld; in deze bijdrage doe ik een poging daartoe. Volledigheid is niet nagestreefd; zo besteed ik weinig aandacht aan de positie van de hypotheekadviseur. De opbouw is als volgt. Eerst schets ik kort de civielrechtelijke kaders (par. 2), de toepasselijke zelfregulering (par. 3) en de publiekrechtelijke regels (par. 4). Daarna ga ik wat dieper in op een aantal specifieke problemen op de hypotheekmarkt, zoals de belemmeringen bij overstappen, misleidende en onduidelijke bewoordingen in overeenkomsten verband houdend met hypothecair krediet, en de ‘Altlast’ van de beleggingshypotheek (par. 5). Voor zover mogelijk probeer ik de lijnen bij elkaar te trekken in een afrondende beschouwing (par. 6).</description>
    </item> <item>
      <title>Tekstbegrip en klantbelang bij financiële producten (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38664/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De laatste jaren is tekstbegrip van consumenten in de belangstelling gekomen in de wereld van financiële dienstverlening. Onduidelijkheid van productvoorwaarden, folders en brieven zou bijdragen aan wantrouwen in deze sector. Omgekeerd wordt vaak gedacht dat het verbeteren van duidelijkheid van teksten in het belang van de klant is en resulteert in het herstel van vertrouwen. Onderzoek laat echter zien dat het allemaal niet zo eenvoudig is. Tekstbegrip is een moeilijk waar te nemen fenomeen dat opgebouwd lijkt te zijn uit een complexe keten van contextafhankelijke variabelen. Bovendien is het verband tussen tekstbegrip en klantbelang niet evident. In deze bijdrage proberen we de materie te ontrafelen en te ordenen. Een aantal vragen staat daarbij centraal: Wat maakt dat mensen productvoorwaarden, algemene voorwaarden en soortgelijke juridisch relevante teksten wel of niet lezen? Wat is duidelijkheid van tekst en hoe meet je die bij juridische teksten? Is er verband tussen de mate van duidelijkheid van de tekst en consumentengedrag? In deze bijdrage geven we een overzicht van de wetenschappelijke literatuur op dit gebied en evalueren we de uitkomsten daarvan.</description>
    </item> <item>
      <title>Strict Liability in Contemporary European Codification: Torn between Objects, Activities, and Their Risks (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/39924/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Many national legislative frameworks in Europe limit the scope of strict
liability to the specific sources of danger listed by statute. This in itself causes
disparate treatment of seemingly similar dangers, since legislatively mandated
instances cover some inherently dangerous situations but not others. Hence,
European scholars call for the introduction of a “general clause” in the area of
strict liability. A balance is sought between two opposites: restricting the application
of statutory sources of strict liability on the one hand, and allowing
unrestricted judicial policymaking to shape strict liability by referring to a
“general clause” on the other hand. This Article aims to determine an adequate
balance, taking into account fundamental prerequisites such as legal certainty,
foreseeability (and therefore insurability), and equal treatment of equal sources of
danger. It also addresses the scope of application of such rules. Should they be
limited to the pursuit of abnormally dangerous activities, as many drafts
propose, or to the control of abnormally hazardous objects? This Article argues
that an ideal solution would be based on a legal standard that takes “object”
rather than “activity” as the central criterion.</description>
    </item> <item>
      <title>Behaviour and Law – Towards Empirical Legal Studies (Miscellaneous)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31227/</link>
      <pubDate>2011-11-08T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Intro: Ladies and gentlemen, Where Jeff Rachlinski will be your main course, I consider myself the starter. So as not to ruin your palate, I will be both brief and accessible.
I would like to offer you an introduction to what exactly it is that we at Erasmus School of
Law do within the Behavioural Approaches to Contract and Tort research programme. In the
process, I’d like to share with you some reflections on the future of research in law schools
in Europe, as I believe these two topics are related.</description>
    </item> <item>
      <title>Price Intransparency, Consumer Decision Making and European Consumer Law (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30608/</link>
      <pubDate>2011-09-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Price comparison is a basic element of competition. For comparison to work, at least prices need to be transparent. Moreover, price is usually a focal point in consumer thinking and deciding on transactions. Hence, obfuscating prices can be detrimental to consumers. Therefore, it is vital for policymakers to know how transparent pricing is in reality. Commercial practices involving price intransparency can be detrimental to consumer decision making and may be associated with market failure. So, legislative intervention to ensure price transparency is sometimes warranted. Suppliers may disclose and frame pricing information in such ways as to influence consumers. For some suppliers, advantages may be gained by obfuscating price-through practices ranging from the outright hiding of price terms in the small print to subtle ways of throwing in gifts or adding charges during the vending process. Do consumers appreciate the implications of the fact that by framing price in different ways suppliers actually try to influence their demand for products? And how does the law broadly speaking respond to problems of price intransparency? In this article, behavioural science insights are combined with a legal analysis of European consumer law in order to chart some of the detrimental influences of price intransparency on the consumer decision-making process and to answer whether and to what extent European consumer law addresses these issues. In doing so, this article first reviews research from consumer psychology, marketing, and behavioural law, and economics regarding the influence of presentation, framing, and transparency of price on the consumer decision-making process. Subsequently, it describes and evaluates the legal framework offered by European consumer law and how this framework responds to practices of price intransparency. Particular problematic pricing techniques are identified and discussed. In conclusion, attention is drawn to the disadvantages of the increasing full harmonization character of European consumer law for combating price intransparency at Member State level. </description>
    </item> <item>
      <title>Klachtplicht bij koop
HR 25 maart 2011, LJN: BP8991, RvdW 2011, 419 (Ploum/Smeets II) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30606/</link>
      <pubDate>2011-03-25T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>De hand gelicht met de terhandstellingsplicht?
HR 11 februari 2011, LJN BO7108; RvdW 2011, 252 (First Data BV vs. KPN Hotspots Schiphol BV) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30607/</link>
      <pubDate>2011-02-11T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Twee arresten over ‘winstafroming’ ex artikel 6:104 BW (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22378/</link>
      <pubDate>2011-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie voor:
Huurder vs. Stichting Ymere: HR 18 juni 2010, 08/04766, LJN: BM0893
(mrs. Beukenhorst, Van Buchem-Spapens, Van Oven, Bakels en Streefkerk)
Setel NV vs. AVR Holding NV: HR 18 juni 2010, 08/04918, LJN: BL9662
(mrs. Beukenhorst, De Savornin Lohman, Numann, Van Oven en Van Schendel)</description>
    </item> <item>
      <title>Enige recente ontwikkelingen in de particuliere rechtsbijstandsverzekering (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22710/</link>
      <pubDate>2011-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In dit overzichtsartikel komen enkele recente ontwikkelingen in de particuliere rechtsbijstandsverzekering aan de orde. Daarbij wordt vooral aandacht geschonken aan de toepassing van de EG-Richtlijn Rechtsbijstandverzekering (hierna ook: Richtlijn) met betrekking tot de zogenoemde vrije advocaatkeuze en de
bundeling van acties. Ook wordt stilgestaan bij de Kwaliteitscode Rechtsbijstand van het Verbond van Verzekeraars.</description>
    </item> <item>
      <title>Dutch Treat: The Dutch Collective Settlement of Mass Damage Act (WCAM 2005) (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/25793/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>.. Introduction ..
In the ambit of adding to the discussion on the design of a possible class
action procedure for Europe, this contribution shall lay out certain main aspects
of the Dutch Collective Settlement of Mass Damage Act (Wet Collectieve
Afwikkeling Massaschade [WCAM]) of 2005. The act originated out
of the deadlock in negotiations on a compensation scheme resulting from a
mass of cases of cervical and breast cancer caused by DES, and is regarded as
operating on the crossroads of tort law, substantive contract law, and civil procedure. In terms of design, it is a composite of a voluntary settlement contract
sealed with a ‘judicial trust mark’ attached to the contract. Thus, the
foundation of the WCAM is a contract between the alleged tortfeasor and an
organisation representing the interests of the injured individuals.</description>
    </item> <item>
      <title>Do Insurers Have to Pay for Bad Behaviour in Settling Claims? Legal Aspects of Insurers' Wrongful Claims Handling (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30604/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Abstract: This article presents a comparative legal analysis of wrongful claims handling by insurance companies in indemnity and liability insurance. From the outset, it is clear that it may be difficult to draw the line between legitimate claims denial and refusal to pay, on the one hand, and malicious protraction, procrastination and rejection of valid claims, on the other hand. Therefore, it is interesting to find that European legal systems diverge considerably in their stance against wrongful claims handling. In some legal systems, the issue of wrongfulness does not seem to play a significant role. There, the focus is on less value-laden concepts such as delay, default and the imputability of the delay. The result is that, at some point in time, statutory interest may become due. Sometimes, additional damages may be claimed as well. In other legal systems, ‘bad faith’ is considered a special category for all insurance contracts, allowing an escape from the limited amounts paid by way of interest. Again other legal systems seem to regard the obligation to pay interest as the only consequence of wrongful claims handling. The analysis of the different approaches towards wrongful claims handling shows that there are different solutions not only across legal systems but also within jurisdictions. Tort law and insurance law may have to compete with alternative sources of law such as insurance business regulation. Given the wide variety of positions, the Principles of European Insurance Contract Law (PEICL) seem to go beyond merely restating the current common core.</description>
    </item> <item>
      <title>Mass Justice and its challenges (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30605/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Wetsvoorstel doorverkoop toegangskaarten: nuttig en nodig? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30609/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In april 2010 nam de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de leden Gerkens (SP) en Van Vroonhoven-Kok (CDA) inzake doorverkoop toegangskaarten aan. Het voorstel beoogt ‘woekerwinsten’ uit te bannen en de professionele doorverkoop aan de leiband te leggen. Ik heb bezwaren tegen het wetsvoorstel: de centrale gedachte van het wetsvoorstel is naar mijn mening overmatig paternalistisch, terwijl de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid ronduit problematisch zijn. In deze bijdrage beschrijf ik het wetsvoorstel en licht ik mijn bezwaren toe.</description>
    </item> <item>
      <title>Beyond Tulips and Cheese: Exporting Mass Securities Claim Settlements from the Netherlands (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22382/</link>
      <pubDate>2010-12-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>With the enactment of the 2005 Collective Settlement of Mass Damage Act
(WCAM 2005) the Dutch legal system and indeed Dutch society has taken a significant
step towards a more efficient resolution of mass damage claims. The
WCAM 2005 seems especially promising for attaining relatively swift settlement
of mass securities claims in the Dutch context. Since, however, stock traded on the
Amsterdam exchange is not exclusively owned by shareholders resident in The
Netherlands, the obvious question is to what extent settlements under the WCAM
2005 have cross-border effect. Against this background, this paper has a twofold
purpose. First, we aim at providing a general outline of the Dutch legal system
concerning the collective settlement of mass damage claims. Secondly, we discuss
issues of international jurisdiction, cross-border recognition, res judicata and
enforcement of opt-out securities settlements under the WCAM 2005. Have the
Dutch found a new export product with the enactment of the WCAM 2005?</description>
    </item> <item>
      <title>Introducing, Defining and Balancing 'Autonomy vs. Paternalism' (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/20730/</link>
      <pubDate>2010-09-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Autonomy is generally regarded as the fundamental right of individuals to shape their own future through voluntary action. In private law, it is associated with freedom of contract and the concept of casum sentit dominus (the loss lies where it falls). As such, it is opposed to legal paternalism, briefl y defi ned as instances in which legislation or the courts interfere with the individual’s decision-making process on the grounds that otherwise decisions will not be made in the individual’s own best interests.

Traditionally, legislation protecting the estate of minors and mentally disabled individuals against the consequences of their actions is considered the prime example of paternalism. However, such protection against the risks of succumbing to weakness and extortionary practices is nowadays ubiquitous in Western society. The level of protection differs from domain to domain. The prohibition of trading in humans as a commodity – ranging from slavery to prostitution and selling organs – seems to have little in common with restrictions on freedom of contract in marital and family issues or with gambling regulation, but the essential commonality is the substitution of voluntary individual decision-making with the decision that the legislator or court finds the most appropriate.

Obviously, there is no strict definition of paternalism. Indeed, the definitions used may provide an indication of the author’s own views. If paternalism is defined in terms of governments assuming the power to determine what is best for citizens because the latter cannot be trusted to make decisions in their own best interests, it may be concluded that the author is somewhat sceptical of such state intervention.

Some define paternalism as coercive intervention with the behaviour of individuals in order to prevent them from causing harm to themselves. Some authors focus on the grounds of justification for intervention as the defining element in paternalism: state intervention is paternalistic if it purports to increase the individual’s welfare and happiness or to further his or her interests, needs and values.

The authority for interfering is thought by some to lie in the mere coercive powers of the state, whereas others take a more sophisticated approach by arguing that paternalism may be founded on a hypothetical contract with the individual.</description>
    </item> <item>
      <title>Effectenlease: dwaling, zorgplicht en schadevergoeding (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18451/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>HR 5 juni 2009, LJN: BH2815 (De Treek/Dexia)
HR 5 juni 2009, LJN: BH2811 (Levob/Bolle)
HR 5 juni 2009, LJN: BH2822 (Stichting Gedupeerden Spaarconstructie/Aegon)</description>
    </item> <item>
      <title>Feiten van algemene bekendheid en ervaringsregels - virtuele werkelijkheid? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18453/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>‘Feiten van algemene bekendheid’ en zogenaamde ‘ervaringsregels’ kunnen belangrijke schakels zijn in rechterlijke beslissingen. Maar ze hoeven geen bewijs en rechters kunnen ze tamelijk vrijelijk gebruiken. De vraag is dus welke feiten en fenomenen wel en niet feiten van algemene bekendheid en ervaringsregels opleveren. Naar aangenomen mag worden, hebben rechterlijke oordelen waarin feiten van algemene bekendheid gebruikt worden, werkelijkheidspretentie, want zij lijken te refereren aan kwesties die elk weldenkend mens zonder uitvoerig nadenken zelf ook kan weten. Maar is dat ook echt zo, of moeten we concluderen dat sprake is van een virtuele werkelijkheid? In deze bijdrage analyseren wij de civielrechtelijke rechtspraak waarin feiten van algemene bekendheid en ervaringsregels worden gehanteerd, welke onderverdelingen daarbij mogelijk zijn en tot welke consequenties het gebruik
daarvan leidt. Vervolgens leggen wij een aantal feiten van algemene bekendheid, zoals deze in de rechtspraak gehanteerd zijn, voor aan een groep personen om te toetsen hoe bekend feiten van algemene bekendheid werkelijk zijn. De conclusie is dat inderdaad soms van een virtuele werkelijkheid sprake is en dat rechters daarom de contextualiteit van het gebruik van de begrippen ‘feiten van algemene bekendheid’ en zogenaamde ‘ervaringsregels’ beter dienen te benadrukken.</description>
    </item> <item>
      <title>Kroniek Energie en water (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18455/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze kroniek komen de belangrijkste ontwikkelingen
op het vlak van consumentencontracten in de sector
energie en drinkwater aan de orde.1 Ik put daarbij vooral
uit de uitspraken van de Geschillencommissie Energie en
Water (kortweg: ENE, voorheen:OPNoftewel ‘openbare
nutsbedrijven’). Waar relevant komen ook uitspraken
van de civiele rechter aan de orde.
De opbouw van deze kroniek is als volgt. In paragraaf 2
wordt eerst een algemeen overzicht gegeven van de relevante
regelgeving en voorwaarden. Daarna wordt in paragraaf
3 en volgende steeds een onderwerp aan de orde
gesteld, waarbij de relevante algemene voorwaarden en,
waar van toepassing, het wettelijk kader en eventuele regulering
van de NMa genoemd worden en vervolgens
relevante rechterlijke uitspraken en bindende adviezen
van de Geschillencommissie ENE kort worden besproken.
De kroniek is niet allesomvattend. Zo besteed ik geen
aandacht aan bevoegdheidsperikelen van de Geschillencommissie
ENE.2 Ook zal blijken dat veel van de behandelde
uitspraken over energie gaan en slechts een enkele
uitspraak de levering van drinkwater betreft; levering van
warmte komt als zodanig niet aan de orde.
De verslagperiode is niet heel concreet afgebakend, maar
de belangrijkste ontwikkelingen die ik rapporteer, dateren
van na 2003 tot zomer 2009.
De opgenomen uitspraken werden aan de redactie van
dit tijdschrift verstrekt door de Geschillencommissie,
rechtsbijstandverleners, rechterlijke instanties en anderen.
Eenieder die relevante uitspraken of informatie heeft voor
deze kroniek, wordt opgeroepen deze in te sturen naar
het redactiesecretariaat (redactie@tvch.nl) voor opvolgende
kronieken.</description>
    </item> <item>
      <title>Juxtaposing BTE and ATE – on the role of the European insurance industry in funding civil litigation (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/18635/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>One of the ways in which legal services are financed, and indeed shaped, is through private insurance arrangement. Two contrasting types of legal expenses insurance contracts (LEI) seem to dominate in Europe: before the event (BTE) and after the event (ATE) legal expenses insurance. Notwithstanding institutional differences between different legal systems, BTE and ATE insurance arrangements may be instrumental if government policy is geared towards strengthening a market-oriented system of financing access to justice for individuals and business. At the same time, emphasizing the role of a private industry as a keeper of the gates to justice raises issues of accountability and transparency, not readily reconcilable with demands of competition. Moreover, multiple actors (clients, lawyers, courts, insurers) are involved, causing behavioural dynamics which are not easily predicted or influenced.
Against this background, this paper looks into BTE and ATE arrangements by analysing the particularities of BTE and ATE arrangements currently available in some European jurisdictions and by painting a picture of their respective markets and legal contexts. This allows for some reflection on the performance of BTE and ATE providers as both financiers and keepers. Two issues emerge from the analysis that are worthy of some further reflection. Firstly, there is the problematic long-term sustainability of some ATE products. Secondly, the challenges faced by policymakers that would like to nudge consumers into voluntarily taking out BTE LEI.</description>
    </item> <item>
      <title>Handhaving prospectusaansprakelijkheid niet illusoir: vermoeden van causaal verband bij prospectusaansprakelijkheid (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/19198/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Recensie van: B. van Zelst, The Politics of European Sales Law (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/19628/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Recensies (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/19908/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Comparative notes on injunction and wrongful risk-taking (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/20906/</link>
      <pubDate>2010-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Inherent risk and organisational design in European tort law (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/17173/</link>
      <pubDate>2009-11-10T00:00:00Z</pubDate>
      <description>This paper is devoted to a complex set of issues relating to the functions of tort law in distinguishing acceptable and unacceptable risks. Often, such risks are brought about by deliberate organisational design choice. On many occasions, legislators and courts are called upon to assess which of these design choices are acceptable and which are not. By evaluating a number of recent legislative drafts and proposals I present an out-line of what seems to be becoming a standard of „organisational liability‟ for organ-isational failure. Moreover, I put forward a threefold typology of risks in tort law which seems to go a long way in categorizing tort law cases involving organisa-tional design risks. Finally, I call the reader‟s attention to the fact that tort law is in need of rational recalibration with regard to the „ranking of risks‟, as it seems that some risks are inconsistently categorized as either acceptable or unacceptable.</description>
    </item> <item>
      <title>annotatie bij:  Het Levob Hefboomeffect, Dexia KoersExtra, Aegon SprintPlan (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16720/</link>
      <pubDate>2009-09-14T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Handelspraktijken, reclame en zelfregulering (Research Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16721/</link>
      <pubDate>2009-09-14T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Aanleiding, onderwerp en vraagstelling Als beleidsmakers op rijksoverheidsniveau moeten kiezen tussen instrumenten om beleidsdoelen te realiseren, is het van belang dat zij inzicht hebben in de voor- en nadelen van de verschillende instru-menten. Dat is dus ook het geval als het gaat om “maatschappelijke reguleringsinstrumenten”, dat wil zeggen de verschillende niet-wettelijke vormen van regulering afkomstig van maatschappelijke acto-ren zonder wetgevende bevoegdheden. Wanneer kan zo‟n maatschappelijke reguleringsvorm dienst doen als instrument om overheidsbeleid mee uit te voeren? Om die vraag te beantwoorden, moet men weten welke eisen men gewoonlijk aan wetten stelt en onder welke voorwaarden de maatschappij of delen daarvan zichzelf kunnen reguleren. Deze studie heeft als doel om nader inzicht te verschaffen in de manier waarop niet-wettelijke regule-ringsinstrumenten feitelijk werken: hoe ze tot stand komen, wat de inhoud is, hoe ze functioneren en hoe ze worden gehandhaafd, en of ze een functioneel alternatief voor wetgeving kunnen vormen. Om preciezer te zijn en om bruikbare uitspraken te kunnen doen, beperkt deze pilotstudy zich tot één spe-cifieke vorm van maatschappelijke reguleringsinstrumenten, namelijk zelfregulering door middel van gedragscodes in het veld van ‘reclame en handelspraktijken’. Daarmee is de opzet van deze studie bescheiden; doel is vooral de verkenning van het probleemgebied van de regulering van reclame, mar-keting en de handelspraktijken rondom de afzet van goederen en diensten. Dat gebied is om ten minste twee redenen interessant. In de eerste plaats omdat hierin sprake is van een breed gedragen verschij-ningsvorm van zelfregulering met tal van gedragscodes. In de tweede plaats omdat het gebied sterk in beweging is, zowel wat betreft de normering als de handhaving. Op sommige plekken laat de overheid toenemend ruimte voor zelfregulering, maar op andere plekken wordt zelfregulering afgedankt en trekt de overheid de teugels strakker aan. Wij onderzochten drie concrete gebieden waarin dit speelt: ge-dragscodes op het gebied van alcohol, telemarketing, en consumentenkrediet.</description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie onder rb Zuthpen 14 mei 2009, JA 2009,100 (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16701/</link>
      <pubDate>2009-09-09T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Nasleep legionellabesmetting West-Friese Flora
(1999). De whirlpoolverkoper die verantwoordelijk
was voor de uitbraak van legionella op de 66e
West-Friese Flora, had een verzekeringsdekking bij
Nationale Nederlanden van 1 miljoen gulden. De
verzekeraar heeft de volledige verzekerde som in
handen gegeven van een speciaal opgerichte Stichting
Talpa, die als statutair doel heeft het verdelen
van de verzekerde som onder de slachtoffers. De
Consumentenbond vordert thans dat de stichting
aangeeft welke gelden zij onder zich heeft en dat
overleg over uitkering daarvan wordt gestart. De
stichting geeft hieraan geen gehoor zodat de Bond
de onderhavige voorlopige voorzieningprocedure
aanvangt. De stichting verweert zich onder andere
met een beroep op verjaring van de individuele
schadevergoedingsvorderingen. Zij stelt dat de eerdere
collectieve actie van Consumentenbond die tot
verklaring voor recht van aansprakelijkheid leidde
geen stuitende werking toekomt voor de slachtoffers.
De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer,
wijst het gebod tot onderhandelen over een WCAMschikking
toe, wijst alvast een dwangvertegenwoordiger
aan indien niet binnen drie maanden een
WCAM-schikking is bereikt en stelt het vermogen
van de stichting onder bewind.</description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie onder rb Alkmaar 22 april 2009, JA 2009, 101 (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16702/</link>
      <pubDate>2009-09-09T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Nasleep legionellabesmetting West-Friese Flora
(1999). Een individuele benadeelde vordert in deze
bodemprocedure vergoeding van whirlpoolverko-
per. Het beroep van de verkoper op verjaring wordt
verworpen. De strekking van de collectieve actie
van art. 3:305a BW brengt immers mee dat de indi-
viduele gerechtigde die een schadevergoedingsvor-
dering wenst in te stellen hiermee mag wachten tot-
dat in het kader van een collectieve actie onherroe-
pelijk is vastgesteld wie daarvoor aansprakelijk kan
worden gehouden, aldus de rechtbank. Laatstge-
noemde dient er dus, zowel wat zijn bewijspositie
als zijn vermogenspositie betreft, rekening mee te
houden dat er na een toewijzende uitspraak waarin
hij berust, aansluitend individuele schadevergoe-
dingsacties kunnen volgen.</description>
    </item> <item>
      <title>Collective Settlement of Mass Claims in The Netherlands (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16703/</link>
      <pubDate>2009-09-09T00:00:00Z</pubDate>
      <description>As far as collective mass claim settlement is concerned, it has been said that ‘the European landscape is a mixed bag of differing collective redress mechanisms’. One of the legal sys-tems in this ‘mixed bag’ is the small jurisdiction of the Kingdom of The Netherlands. With the enactment of the 2005 Collective Settlement of Mass Damage Act (WCAM 2005) the Dutch legal system and indeed Dutch society has taken a significant (although far from perfect) step towards a more efficient resolution of mass damage claims.
In this paper, I provide the reader with an outline of the Dutch legal system concerning the collective settlement of mass damage claims. Obviously, the emphasis is on the 2005 Collec-tive Settlement of Mass Damage Act (WCAM 2005). First I will give a brief outline of the fun-damental position of Dutch law with regard to collective action and a chronological overview of the developments towards the WCAM 2005. Then I will analyse the WCAM 2005 in more detail and commit some thoughts on the future amendment of the Act.</description>
    </item> <item>
      <title>Pas op! Borgtocht in bedrijf (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16704/</link>
      <pubDate>2009-09-09T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De borgtocht is een ‘gevaarlijke overeenkomst’. De borg
staat als derde in voor de nakoming van een schuld van
een ander en de borg moet goed oppassen dat hij niet verstrikt
raakt in twee verschillende rechtsverhoudingen, te
weten die tussen hem en de schuldeiser enerzijds en die
tussen de hoofdschuldenaar en de schuldeiser anderzijds.
Dat is met name van belang als verweren uit die laatste
rechtsverhouding van invloed kunnen zijn op de positie
van de borg, maar het onduidelijk is of het verweer tijdig
en terecht is ingeroepen door de hoofdschuldenaar. De uitspraak
van de Hoge Raad in de zaak Bras vs. Satisfactorie
illustreert het belang van gedegen communicatie tussen
de betrokken partijen en toont dat de mededelingsplichten
bij borgtocht nog niet goed ontwikkeld zijn.</description>
    </item> <item>
      <title>De ontwerprichtlijn Consumentenrechten: gemaakte keuzes en gekozen onderbouwing (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16191/</link>
      <pubDate>2009-07-02T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Harmonizing Tort Law (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16140/</link>
      <pubDate>2009-06-17T00:00:00Z</pubDate>
      <description>This paper presents a review of the literature on comparative tort law and economics. It pays special attention to the economics arguments against and in favour of harmonization of tort law in Europe.</description>
    </item> <item>
      <title>De minimis curat praetor (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16029/</link>
      <pubDate>2009-06-08T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie onder Gerechtshof Amsterdam16 september 2008, nr. 104.003.148, LJN BF0810; Aandelenlease. Massaschade-afwikkeling. (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/14860/</link>
      <pubDate>2009-02-19T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De stichting Spirit liet zich door ruim 1400 teleurgestelde Sprintplan-beleggers de vorderingen tegen Spaarbeleg cederen die in elk van de beleggingscontracten zouden zijn ontstaan door onder andere de vernietiging wegens dwaling en  schadeplichtigheid door tekortschieten in de zorgplicht. De stichting wordt als cessionaris in beide feitelijke instanties in het ongelijk gesteld. Er is geen sprake van misleiding in de zin van art. 6:194 BW. Wat betreft het beroep op dwaling is kort gezegd onvoldoende concreet gesteld ten aanzien van de concrete beleg
gers wat de feiten en omstandigheden zijn die tot een geslaagd beroep kunnen leiden. Het hof oordeelt bovendien dat Spaarbeleg weliswaar haar zorgplicht heeft geschonden (waarschuwen voor risico restschuld en ‘‘ken uw cliënt’’) maar nu de stichting onvoldoende concreet schade en causaal  verband in elk van de vorderingen heeft gesteld, wordt de eis tot  vergoeding van schade ook afgewezen.</description>
    </item> <item>
      <title>Wie verre reizen maakt, kan veel verhalen. Over het spreiden van het letselschaderisico bij arbeidsgerelateerde verkeersbewegingen (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/14682/</link>
      <pubDate>2009-02-05T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze bijdrage probeer ik zicht te krijgen op de grondslag van de verzekeringsplicht 
van de werkgever voor het arbeidsgerelateerde letselschaderisico bij verkeersbewegingen.
 Die grondslag bepaalt immers het perspectief van waaruit vergoeding wordt toegekend
 en bepaalt ook de grens van de verzekeringsplicht. In § 2 wordt de ontwikkelingslijn
 in de rechtspraak geschetst. In § 3 worden de mogelijke grondslagen voor de verzekeringsplicht
 geanalyseerd. De conclusie luidt dat de grondslag vooral verbonden is met 
de werkelijke verzekeringsmogelijkheden, en dat dit tot belangrijke beperkingen aanleiding
 geeft</description>
    </item> <item>
      <title>De beslissing van de Hoge Raad in de effectenleasezaken (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/17540/</link>
      <pubDate>2009-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op 5 juni jl. deed de Hoge Raad uitspraak in drie proefprocedures waarin omstreden effectenleaseovereenkomsten
centraal stonden. De drie arresten geven uitdrukkelijk en bedoeld richting aan de afwikkeling
van vele duizenden dossiers die na de Duisenberg-regeling nog openstaan. In deze bijdrage worden de drie
arresten samengevat en kort becommentarieerd.</description>
    </item> <item>
      <title>Review of F. Ferretti, The Law and Consumer Credit Information in the European Community – The Regulation of Credit Information Systems (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/17668/</link>
      <pubDate>2009-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Insurance Law and Economics: an empirical perspective (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13696/</link>
      <pubDate>2008-11-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>The  theory of  insurance  law and economics holds  that  the  insured will display  less care as a consequence of  the  insurance coverage.  It also holds  that bad  risks are more likely than good risks to display demand for coverage. These behavioural predictions,  which are associated with moral hazard and adverse selection respectively, are firmly embedded in rational choice theory. This paper reviews empirical findings and addresses the question how close insurance law and economics theory is to insurance  reality.  Indeed,  it  seems  that  insurance  law  and  economics  theory  can  be enriched by empiricism. Review of empirical evidence nuances some of the theoretical
 predictions and offers a proper occasion for investigating the policy implications. Both strands are explored.</description>
    </item> <item>
      <title>Le droit de la responsabilité civile de demain en Europe. Questions choisies (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/14191/</link>
      <pubDate>2008-11-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Principles of European Tort Law –  art. 5:101-102 - Strict liability (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13494/</link>
      <pubDate>2008-10-13T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Een juridisch advies over Paulianeus handelen (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13487/</link>
      <pubDate>2008-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Een advocaat wordt gevraagd om te adviseren over
een verkoop van de inventaris van een bedrijf dat in financiële
moeilijkheden verkeert. De advocaat stelt een
meerpartijencontract
op waarmee hij denkt de risico’s van
een beroep op de Actio Pauliana (art. 42 Fw) in een eventueel
faillissement te hebben ingedamd. Het komt inderdaad
tot een faillissement, maar de curator beroept zich
op andere gronden dan waar het contract vanuit ging, te
weten paulianeuze betaling van een opeisbare schuld (‘samenspanning’
als bedoeld in art. 47 Fw) en onrechtmatige
deelname aan deze betaling (art. 6:162 BW). Het gevolg
is dat de betrokken partijen tot terugbetaling en schadevergoeding
worden veroordeeld. Een van deze partijen
spreekt de advocaat aan tot schadevergoeding wegens gebrekkig
juridisch advies. Om te kunnen beoordelen of dat
advies tot schade heeft geleid, moet o.a. worden bepaald of
artikel 47 Fw terecht is ingeroepen en zo ja, wat de gevolgen
van het beroep van de curator op dat artikel zijn geweest
voor het contract van partijen. De Hoge Raad geeft
daarover aanwijzingen.</description>
    </item> <item>
      <title>Een juridisch advies over Paulianeus handelen (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/15247/</link>
      <pubDate>2008-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze annotatie staat het volgende centraal. Een advocaat wordt gevraagd om te adviseren over een verkoop van de inventaris van een bedrijf dat in financiële
moeilijkheden verkeert. De advocaat stelt een meerpartijencontract
op waarmee hij denkt de risico’s van
een beroep op de Actio Pauliana (art. 42 Fw) in een eventueel faillissement te hebben ingedamd. Het komt inderdaad
tot een faillissement, maar de curator beroept zich op andere gronden dan waar het contract vanuit ging, te
weten paulianeuze betaling van een opeisbare schuld (‘samenspanning’
als bedoeld in art. 47 Fw) en onrechtmatige
deelname aan deze betaling (art. 6:162 BW). Het gevolg is dat de betrokken partijen tot terugbetaling en schadevergoeding
worden veroordeeld. Een van deze partijen
spreekt de advocaat aan tot schadevergoeding wegens gebrekkig
juridisch advies. Om te kunnen beoordelen of dat advies tot schade heeft geleid, moet o.a. worden bepaald of artikel 47 Fw terecht is ingeroepen en zo ja, wat de gevolgen
van het beroep van de curator op dat artikel zijn geweest voor het contract van partijen. De Hoge Raad geeft daarover aanwijzingen.</description>
    </item> <item>
      <title>Compensatie van verkeersletsel van werknemers: wat is een behoorlijke verzekering? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/14578/</link>
      <pubDate>2008-07-15T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Beleggingspolissen en consumentengedrag (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12363/</link>
      <pubDate>2008-05-20T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Na de aandelenlease is er nu onrust over beleggingspolissen. Consumenten hadden geen inzicht in de ondoorzichtige kostenstructuur en vergoedingen voor tussenpersonen.  In een recent advies van de  Ombudsman voor de verzekeringsbranche wordt  zowel verzekeraars als consumenten verwijt gemaakt: verzekeraars moeten transparanter zijn en consumenten moeten oplettender zijn. Het is echter voor de consument niet mogelijk geweest om zelf de kosten van de dienstverlening zichtbaar te maken. Anderzijds hadden zij wel kunnen bevroeden dat gratis advies en gratis beleggingsdiensten niet bestaan. Moet de smart dus worden gedeeld?</description>
    </item> <item>
      <title>Harmonizing Tort Law: A Comparative Tort Law and Economics Analysis (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13452/</link>
      <pubDate>2008-05-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>This paper presents a review of the literature on comparative tort law and economics. It pays special attention to the economics arguments against and in favour of harmonization of tort law in Europe.</description>
    </item> <item>
      <title>Oneerlijke handelspraktijk is onrechtmatige daad. Maar wat schieten we daar mee op? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12506/</link>
      <pubDate>2008-03-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Introduction: collective interests, ‘prêt à porter’ justice? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11449/</link>
      <pubDate>2008-02-21T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Individuals expect to be treated as such. We all want to be considered unique persons with unique characters (and at moments of introspection we may also admit to having character flaws), leading unique lives with unique sets of values and goals. Our sense of justice is modelled accordingly, so we may expect the institutions of the law to treat us as individuals as well.
By comparing and distuingishing cases the person is thought to be treated fairly. In fact, the judicial process aims at categorizing the case fairly.</description>
    </item> <item>
      <title>I.N. Tzankova, Toegang tot het recht bij massaschade (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11994/</link>
      <pubDate>2008-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Inpassing en handhaving van de Wet oneerlijke handelspraktijken (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/11993/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In dit artikel worden de hoofdpunten uit het Wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken op een rij gezet.
Bijzondere aandacht is er voor de inpassing in het BW en de verhouding tot andere civielrechtelijke
rechtsfiguren. Ook wordt ingegaan op de handhaving van de wet. In een bijlage is de voorgestelde wettekst
opgenomen.</description>
    </item> <item>
      <title>Principles of European Tort Law: art. 5:101-102 – Strict Liability (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12017/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Effective Enforcement of Consumer Law in Europe: Synchronizing Private, Public, and Collective Mechanisms (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13448/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In this paper, we argue that there is a need for collective enforcement of consumer law in Europe. We evaluate a number of legal instruments that already have been developed to this end in European law and domestic legal systems. Furthermore, we make suggestions for further policy initiatives and for finding the right balance between private and public enforcement efforts. The analysis offered is partly based on the findings of the contributors to a book that we edited in 2007.</description>
    </item> <item>
      <title>European Tort Law - An Integrated or Compartmentalized Approach? (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13455/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>The existing modest body of European tort law is, by necessity, an organically grown set of various rules, entered into force as a result of piecemeal legislative effort, sometimes of a contradictory nature in practice, and always lacking the dogmatic depths and overarching aspirations that national systems of private law tend to have. Working with this material necessitates a compartmentalized approach. By addressing the policy issues involved in each of these torts one by one, the European Union can make harmonized tort law more attainable. 

Rather than discussing the intricacies of tort theory, the quest should be aimed at finding a concrete balance between the interests of those involved in specific torts - businesses, consumers, and the insurance industry. In this paper I try to demonstrate that such an approach would take us away from projects aimed at restating 'Principles' and would lead to a more compartmentalized approach. Social and cultural divergence and differences in domestic preferences in the tort area do not necessarily exclude some level of harmonization in concrete 'tort files' as long as there is the political will and perceived need for harmonization. This paper identifies a number of torts that seem more ready for harmonization than others.</description>
    </item> <item>
      <title>Autonomie en paternalisme in het privaatrecht (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/39500/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Le Droit De La Responsabilité Civile De Demain En Europe. Questions Choisies (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13450/</link>
      <pubDate>2007-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In this paper, the recent Austrian, French, Swiss, and Turkish legislative drafts, proposals and pre-proposals concerning tortious liability are analysed against the background of the Principles of European Tort Law (PETL). We address three issues in particular. First, we deal with the use of the concepts of 'danger' and 'increased danger' as founding principles for both fault-based liability and strict or semi-strict liability for dangerous activities and objects. We argue that the legislative use of general clauses - or standards - rather than a more or less fixed set of rules for strict liability is not to be preferred.

Secondly, we address the virtual division of tort law into two systems of tort law, one for natural persons acting without a specific professional role, and one for legal persons, corporations and organisations. It seems that all the drafts, proposals and principles implicitly or explicitly adhere to this bipolar structure of tort law.

Finally, we turn to the question what the drafts, proposals and principles learn us about the goals of tort law as perceived by the draftsmen and how these goals are actually served in the drafts.</description>
    </item> <item>
      <title>Collectieve actie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10702/</link>
      <pubDate>2007-08-06T00:00:00Z</pubDate>
      <description>SCP is eigenaar van een monumentaal pand te Willemstad op Curacao. Het pand gaat door brand gedeeltelijk teniet en omdat het een beschermd monument is, mag SCP de resten niet zonder vergunning slopen. Niettemin sloopt SCP in strijd met de Monumenteneilandsverordening het pand. In de onderhavige civiele procedure vordert de Stichting Monumentenzorg Curacao dat SCP tot de bouw van een replica van het oorspronkelijke gebouw wordt veroordeeld. Het gerecht van eerste aanleg wijst de vordering toe, maar het Gemeenschappelijk Hof wijst de vordering af, omdat kort gezegd door de sloop onherstelbare schade is ontstaan zodat herbouw tegenover de Stichting zou
neerkomen op vergoeding van immaterie¨ le schade.
De Hoge Raad laat in het midden of deze redenering van het Hof juist is, maar hij oordeelt dat de Stichting zich heeft gebaseerd op de onrechtmatige sloop van de restanten, zodat de vordering niet verder kan strekken dan tot herstel van de restanten.
Ook de eilandsverordening biedt geen
grondslag voor een vordering door de Stichting tot de bouw van een replica. De vordering van de Stichting gaat kortom verder dan door de grondslag daarvan wordt gerechtvaardigd en dus moet zij niet-ontvankelijk worden verklaard.</description>
    </item> <item>
      <title>Hoge Raad 2 februari 2007, nr. C05/302HR, LJN AZ4564 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10724/</link>
      <pubDate>2007-04-11T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze procedure stelt de client van een advocaat schade te hebben geleden als gevolg van het verzuim van de advocaat om zijn client te informeren over de risico’s verbonden aan het executeren van een vonnis. De advocaat verweert zich onder meer met betwisting van causaal verband, door te stellen dat de client ook tot betekening van het vonnis zou hebben besloten als de advocaat zijn client anders of vollediger had geınformeerd over de risico’s. Het hof oordeelt dat op de client de bewijslast rust van het betwiste causaal verband en dat dit bewijs niet is geleverd.
De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand. De omkeringsregel mag hier niet worden toegepast omdat niet is voldaan aan het vereiste dat is komen vast te staan dat sprake is geweest van een gedraging in strijd met een norm die strekt tot het voorkomen van een specifiek gevaar ter
zake van het ontstaan van schade. Grondslag van de vordering is immers schending van de plicht van de advocaat om door de client voor te lichten omtrent de risico’s die verbonden zijn aan het treffen van rechtsmaatregelen als waarvan in deze
zaak sprake is, deze in staat te stellen goed geınformeerd te beslissen of zij al dan niet opdracht zal geven tot het treffen van die rechtsmaatregelen. Deze op de advocaat rustende informatieverplichting strekt dus niet ertoe de client te beschermen tegen die risico’s, maar de client in staat te stellen goed geı¨nformeerd te beslissen. Het
tekortschieten in de nakoming van deze informatieverplichting roept het risico in het leven dat de client toestemming geeft die hij niet zou hebben gegeven indien hij goed geınformeerd was, maar niet het risico dat zich in deze zaak heeft verwezenlijkt of dreigt te verwezenlijken (vgl. HR 23 november 2001, nr. C99/259, NJ 2002, 386 en HR 23 november 2001, nr. 00/069, NJ 2002, 387).</description>
    </item> <item>
      <title>HR 13 oktober 2006, C04/279 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10662/</link>
      <pubDate>2007-02-06T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Hoge Raad 13 oktober 2006, nr. C04/279HR, LJN AW2077 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10725/</link>
      <pubDate>2007-02-06T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>HvJ EG 26 oktober 2006 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10707/</link>
      <pubDate>2007-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie HR 28 april 2006, LJN: AV0653 (Mr. Huijzer q.q./Rabobank West-Kennemerland (Far Beheer BV)); betaling van bankrekening gedaan door gefailleerde na faillietverklaring maar voor publicatie in Staatscourant (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8331/</link>
      <pubDate>2007-01-10T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Betaling van bankrekening gedaan door gefailleerde na faillietverklaring maar voor publicatie in Staatscourant. Fixatiebeginsel versus goede trouw van de bank: moet de bank het overgemaakte bedrag teruggeven aan de curator of wordt goede trouw van bank vóór publicatie van faillietverklaring beschermd?</description>
    </item> <item>
      <title>Informatie en financiele dienstverlening aan consumenten (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10703/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Het hebben van juiste, volledige en relevante informatie
wordt algemeen gezien als een belangrijke factor bij het
nemen van beslissingen. Zo ook waar het betreft beslissingen
van consumenten. Overheidsbeleid is wat consumentenbeslissingen
aangaat sterk beïnvloed door het
economische mensbeeld van de consument: de rationele
actor die in theorie door autonome beslissingen met
behulp van volledige informatie en in afwezigheid van
transactiekosten de nutsmaximaliserende beslissing
neemt. Natuurlijk wordt erkend dat de praktijk minder
perfect is dan de theorie, maar het streven naar perfectie
staat toch wel centraal in het economische consumentenbeleid.
Dat verklaart waarom ook in het consumentenbeleid
verbetering van kennis en informatievoorziening
een centrale plaats inneemt.1 De aanname is kennelijk
dat als men de consument voorziet van informatie,
hij deze zal gebruiken om afgewogen beslissingen te
nemen die zo veel als mogelijk aansluiten bij zijn
preferenties.2 In die visie dient informatie ertoe om de
rationele, autonome keuze van de consument te ondersteunen
en te vervolmaken.</description>
    </item> <item>
      <title>Concluding Remarks to the Book Shifts in Compensation between Private and Public Systems, Tort and Insurance Law (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13453/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>The text contains concluding remarks to the book Shifts in Compensation between Private and Public Systems, Tort and Insurance Law. Why have some legal systems abandoned tort law in some areas and replaced it with some form of no-fault compensation scheme or strict liability? What have been the effects? How should we evaluate these 'shifts'? Why have they not been adopted in other countries? 

These questions have been the focus of the Shifts in Compensation research project and this is the final volume in this series, addressing, on the one hand, the issues relating to 'shifts' in compensation systems at a more general level, and on the other hand, addressing shifts in particular domains. 

The papers examining the shifts at a more general level provide a framework for the analysis of the various shifts and explain the shifts towards an increasing use of strict liability and no-fault regimes. To what extent shifts in compensation can be explained by insurance markets and their relative flexibility is also dealt with. In addition, shifts in the specific areas of medical mishaps and disasters are also examined. 

This book brings together lawyers and economists from various jurisdictions thus providing a multidisciplinary approach to tort law and alternative instruments.</description>
    </item> <item>
      <title>Privaatrecht ondersteund - Doelen, baten, kosten en effecten van bijzondere ondersteuning door de overheid van privaatrechtelijke handhaving (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/39501/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Effectuerend handhaven in het privaatrecht (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/9884/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Privaatrecht bestaat voor een deel uit gedragsregels die gehandhaafd worden met
klassieke remedies als schadevergoeding, nietigheid, ontbinding en vernietiging. Aan
de hand van drie voorbeelden en drie kenmerken van deze klassieke remedies wordt in
dit essay geprobeerd aannemelijk te maken dat de effectiviteit van deze remedies in
bepaalde gevallen twijfelachtig is. Als dat juist is, zal voor die gevallen gezocht moeten
worden naar alternatieven. Die alternatieven bestaan gedeeltelijk al, maar het gebruik
ervan lijkt in de praktijk niet optimaal te zijn. Voor die gevallen zou kunnen worden
gezocht naar manieren om het gebruik te stimuleren. Voor een ander deel zal moeten
worden gezocht naar nieuwe wegen.</description>
    </item> <item>
      <title>Compensating and preventing damage: is there any future left for tort law? (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8138/</link>
      <pubDate>2006-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Europe is witnessing an ongoing debate amongst scholars, practitioners, and policy makers on the need for tort reform, especially with regard to the field of personal injury. Although the call for reform has not been voiced as distinctly as in the United States of America, there is a growing number of incidents that points towards a central question for European tort law scholars: is there any future left for tort law when it comes to compensating and pre-venting death and personal injury?</description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie HR 7 april 2006, C05/004HR (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7891/</link>
      <pubDate>2006-07-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Dit arrest is om verschillende redenen belangwekkend te noemen. Allereerst is het arrest een serieuze toepassing van de Kelderluik-factoren (zie hierna onder 1). In de tweede plaats geeft het toepassing aan het Taxusstruik-arrest (onder 2). En in de derde plaats is het arrest een voorbeeld van het ineenvloeien van de onrechtmatigheidsvraag en de omkeringsregel (onder 3).</description>
    </item> <item>
      <title>Efficacious enforcement in contract and tort (Inaugural Lecture)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7687/</link>
      <pubDate>2006-04-21T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Shifts from Liability to Solidarity: The Example of Compensation of Birth Defects (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13451/</link>
      <pubDate>2006-04-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In most western legal systems, physician and hospital liability for birth defects have been subject of civil liability procedures. In some jurisdictions, however, the liability pressure on obstetrics and gynaecology has decreased as a result of state intervention in the tort process. Such shifts away from tort usually lead to substituting liability with some form of solidarity. The main political motives for these shifts towards solidarity, however, differ. This raises the question of whether and to what extent policymakers act rationally when fully shifting from liability to an alternative scheme. Are these shifts based on a thorough analysis of the problems experienced by the children, their families, the physicians and hospitals involved? What do the underlying causes of these problems tell us about the policy choices made? 

Against this background, this paper sets out to give an overview of these shifts. In particular, we focus on the United States, England and Wales, and France. We aim to evaluate the alternatives for liability law that have been adopted in some jurisdictions, and to analyse the policy implications of the paths chosen.</description>
    </item> <item>
      <title>HR 16 december 2005, C04/276 HR, JA 2006 nr. 21 (Organice) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7646/</link>
      <pubDate>2006-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie bij HR 16 december 2005, C04/276 HR, JA 2006 nr. 21 (Organice).</description>
    </item> <item>
      <title>Financiële toezichtwetgeving en nietige overeenkomsten (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8244/</link>
      <pubDate>2006-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze bijdrage wordt als het ware ingezoomd op de verhouding tussen
financiële toezichtwetgeving en een van de hoekstenen van het vermogensrecht:
artikel 3:40 BW. In dat artikel biedt de wetgever namelijk een
algemeen kader voor de beoordeling van nietigheid (c.q. vernietigbaarheid)
van rechtshandelingen wegens strijd met een wetsbepaling. Het artikel
gaat terug op een lange, typisch civielrechtelijke traditie om een van
beide partijen of zelfs beide partijen de mogelijkheid te bieden zich te onttrekken
aan ‘contracten met een luchtje’.3 Omdat de toezichtwetgeving
bepaalde contracten indringend reguleert en er dus al snel ‘luchtjes’ te ontdekken
zijn, rijst de vraag of contracten gesloten in strijd met die toezichtwetgeving
ook werkelijk nietig zijn en of ze nietig zouden moeten zijn.</description>
    </item> <item>
      <title>De empirische dimensies van zorgplicht (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/10661/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description></description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie bij HR 2-12-2005, C04/353HR (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7511/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Letsel- en en zaakschade van de werknemer, opgelopen bij de uitoefening van de beroepswerkzaamheden, kunnen op de werkgever worden verhaald, tenzij de werkgever kan aantonen geen zorgplicht te hebben geschonden of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (art. 7:658 BW). Bij
verkeersongevallen waarbij de werknemer betrokken is, speelt de complicatie dat de werkgever veelal geen invloed op de verkeerssituatie kan uitoefenen en dus geen
zeggenschap heeft over de ‘werkplek’. Dat brengt met zich dat de zorgplicht van de werkgever uit artikel 7:658 BW veelal niet de verkeersbewegingen van de werknemer
bestrijkt. Een werknemer die zelf een auto bestuurt en letsel oploopt waar geen andere weggebruiker voor aansprakelijk kan worden gesteld, zal daarom niet met een beroep op
art. 7:658 BW de werkgever tot vergoeding kunnen aanspreken.</description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie bij HR 14 oktober 2005, C04/200HR , NJ 2005, 539 (City Tax BV / De Boer) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7512/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Een taxichauffeur neemt op een nachtelijke rit dezelfde route die hij de dag ervoor zonder problemen ook al had gebruikt, maar in het duister komt hij met zijn taxi in een stuk (intussen?) uitgefreesd wegdek terecht. De schade aan de ruim tien jaar oude taxi bedraagt ruim hfl. 8.000 (ongeveer eur 3600) en de werkgever is kennelijk niet cascoverzekerd tegen deze schade. Ik maak mij sterk dat de chauffeur in dit geval ook geen  aansprakelijkheidsverzekering had, want dergelijke voorvallen plegen niet onder WAMpolis of AVP te worden gedekt. Het gaat hier dus waarschijnlijk om een zuivere aansprakelijkheidscasus zonder verzekeringsperikelen, en dan komt de beschermingsidee van artikel 7:661 BW duidelijk naar voren. Die idee is simpel gezegd dat de werknemer als sociaal-economisch zwakkere behoudens opzet of bewuste roekeloosheid niet de lasten van zijn onzorgvuldige taakuitoefening behoort te dragen, mede gezien het ervaringsfeit dat waar (met routine) gewerkt wordt, ook fouten worden gemaakt. Het is integendeel de
werkgever die de lusten én lasten van de opgedragen werkzaamheden draagt.</description>
    </item> <item>
      <title>Annotatie bij HR 11-11-2005, C04/253HR (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7513/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De werknemer kan letselschade die hij oploopt bij de uitoefening van de beroepswerkzaamheden, op de werkgever verhalen, tenzij deze kan aantonen dat hij geen
zorgplicht heeft geschonden of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer zelf (art. 7:658 BW). Werkgevers lijken
deze bewijslastomkering nogal eens te onderschatten. Niet alleen dient de werkgever te bewijzen wát er is gebeurd (HR 29 juni 2001, NJ 2001, 476), maar ook dat hij in de
gegeven omstandigheden voldoende zorg heeft betracht. Die zorgplicht is niet absoluut, zodat de werkgever niet de verplichting heeft om ‘door theoretisch en praktisch
onfeilbaar werkende veiligheidsmaatregelen een werknemer volledig tegen gevaren te beschermen’ (aldus HR 14 april 1978, NJ 1979, 245). Het gaat er om of het gevaar op de
werkvloer zodanig onder controle is gebracht als redelijkerwijs van de werkgever gevergd kan worden. Dat klinkt vriendelijk, maar in werkelijkheid wordt een serieuze
inspanning van de werkgever gevraagd. En de feitenrechter moet in dat verband alle relevante omstandigheden serieus wegen, zo luidt de boodschap van dit arrest.</description>
    </item> <item>
      <title>Compensatie bij geboorteschade - van aansprakelijkheid naar 'no fault'? (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7545/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>[8] Sinds de jaren zestig hebben artsen en ziekenhuizen te maken met aansprakelijkheidsprocedures
waarin ouders en hun gehandicapte kind schadevergoeding vorderen voor de schade die
zij ondervinden door de geboorte en de handicap van het kind. In beginsel maakt dit type
claims gewoon onderdeel uit van het privaatrechtelijke beslissingskader, maar in bepaalde landen
hebben rechters en wetgevers er op uiteenlopende gronden voor gekozen om deze claims
buiten het aansprakelijkheidsrecht te houden. In sommige landen is zelfs een verschuiving opgetreden
naar een op solidariteitsnoties gebaseerd alternatief vergoedingsarrangement.
Is dat ook een optie voor ons land? De KNMG doet in het Kwaliteitsmanifest 2003 inderdaad
de aanbeveling voor een algehele verschuiving naar een no-fault compensatiesysteem. Die
aanbeveling komt zeker wat betreft geboorteschades niet uit de lucht vallen: in sommige landen
is het aansprakelijkheidsrecht wat dat betreft al ingeruild voor een no-fault compensatiesysteem.
1 Maar de vraag is gewettigd of dergelijke alternatieve arrangementen wel goed doordacht
[9] zijn en of ze werkelijk tegemoet komen aan de behoeften van de betrokken families én artsen. Voor ons land is specifiek van belang of er werkelijk aanleiding is om naar een alternatief
arrangement om te zien.</description>
    </item> <item>
      <title>Compensatie bij geboorteschade; verschuivingen van aansprakelijkheid naar alternatieve vergoedingsarrangementen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8243/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Sinds de jaren zestig hebben alle westerse rechtsstelsels te
maken met aansprakelijkheidsprocedures tegen artsen
waarin ouders en hun gehandicapte kind schadevergoeding
vorderen voor de schade die zij ondervinden door de
geboorte van het kind. In beginsel maakt dit type claims
gewoon onderdeel uit van het privaatrechtelijke beslissingskader,
maar in bepaalde landen hebben rechters en
wetgevers er op uiteenlopende gronden voor gekozen om
deze claims buiten het aansprakelijkheidsrecht te houden.
In sommige landen is zelfs een verschuiving opgetreden
naar een op solidariteitsnoties gebaseerd alternatief vergoedingsarrangement.</description>
    </item> <item>
      <title>Productaansprakelijkheid en productveiligheid (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8249/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Vragen rond productaansprakelijkheid zijn na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling geraakt. Moderne productietechnieken en de verdere schaalvergroting van productieprocessen hebben onder meer geleid tot een enorme toename van het aantal in massa geproduceerde en daarmee gestandaardiseerde producten die in het dagelijks leven gebruikt worden. Productie- en distributieketens zijn vaak lang en onoverzichtelijk voor consumenten. Producten worden steeds ingewikkelder en technischer, maar aan de andere kant worden producenten steeds 'professioneler'  zodat de aandacht voor kwaliteitszorg en verbetering toegenomen is. Dat neemt niet weg dat een product niet altijd de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, bijvoorbeeld door een incidentele productiefout of door een gebrekkig ontwerp. Dit hoofdstuk betreft de positie van de consument ten aanzien van deze onveilige producten.</description>
    </item> <item>
      <title>De Richtlijn oneerlijke bedingen en haar plaats in het Nederlandse recht (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8255/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Bijdragen van een aantal onderzoekbijeenkomsten en van een congres dat op 23 juni 2006 aan de Juridische Faculteit van Erasmus Universiteit Rotterdam werd gehouden (Reeks Rotterdam Institute of Private Law, ISSN 1873-9512)</description>
    </item> <item>
      <title>Oublié d'Assurer, Obligé de Compenser? (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8266/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Voor gevallen waarin een werknemer letsel of zaakschade lijdt als gevolg
van een eigen fout of een onbekende oorzaak, kon tot voor kort de werkgever
eigenlijk niet aansprakelijk worden gesteld. De basis voor werkgeversaansprakelijkheid
was namelijk kort gezegd het handelen in strijd met
de materiële zorgvuldigheidsnorm van art. 7:658 BW of een specifieke risicoaansprakelijkheid
(bijvoorbeeld art. 6:170 of 6:174 BW). Gevallen waarin
de werknemer schade opliep die wel gerelateerd was aan het werk maar
waarin van enige schending van een zorgplicht van de werkgever niet
gesproken kon worden, bleven buiten het bereik van het aansprakelijkheidsrecht.</description>
    </item> <item>
      <title>Compensating and Preventing damage: is there any future left for tort law? (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8267/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Europe is witnessing an ongoing debate amongst scholars, practitioners,
and policy makers on the need for tort reform, especially with regard to the
field of personal injury. Although the call for reform has not been voiced as
distinctly as in the United States of America, there is a growing number of
incidents that points towards a central question for European tort law scholars:
is there any future left for tort law when it comes to compensating and preventing
death and personal injury?</description>
    </item> <item>
      <title>Toezicht op consumentenrecht en de komst van de Consumentenautoriteit (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/9883/</link>
      <pubDate>2006-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Marije Hulshof is per 1 september 2006 benoemd tot
directeur van de Consumentenautoriteit. De Consumentenautoriteit
is de nieuwe toezichthouder die, na
aanvaarding van het wetsvoorstel Wet handhaving consumentenbescherming
(Whc),1 vanaf 1 januari 2007
verantwoordelijk zal zijn voor de handhaving van de
regels inzake de consumentenbescherming. Hiermee is
een belangrijke mijlpaal bereikt wat betreft consumentenbescherming,
en is het consumentenrecht verrijkt
met een voor Nederland geheel nieuw handhavingsmechanisme
op dit gebied.
In dit themanummer wordt vanuit verschillende perspectieven
aandacht besteed aan deze ontwikkelingen.
Voordat wij de bijdragen aan het themanummer bij u
introduceren, geven wij eerst een kort overzicht van de
belangrijkste achtergronden die tot het oprichten van de
Consumentenautoriteit hebben geleid en voor welke
uitdagingen de autoriteit zal komen te staan.</description>
    </item> <item>
      <title>Een uiting van maatschappelijke betrokkenheid (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8256/</link>
      <pubDate>2005-11-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Asbest houdt juristen al lange tijd bezig, en dat zal dit jaar niet anders zijn. Ook 2005 levert in
meer dan één opzicht een droef hoogtepunt op. Zo is 2005 het jaar waarin de Europese Unie
een algeheel verbod uitvaardigde tegen het op de markt brengen van crocidoliet, amosiet,
anthofyliet, actinoliet, tremoliet en chrysotiel. Maar 2005 is ook het jaar van het eerste
lustrum van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) en de Regeling Tegemoetkoming
Asbestslachtoffers (TAS). In deze bijdrage staan IAS en TAS centraal.</description>
    </item> <item>
      <title>Some Remarks on the Decline of Rylands v Fletcher and the Disparity of European Strict Liability Regimes (House of Lords 19 November 2003, [2004] 1 All ER 589 [Transco plc (formerly BG plc and BG Transco plc) v Stockport Metropolitan Borough Council]) (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8254/</link>
      <pubDate>2005-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In the summer of 1992, a leak developed in an underground water pipe belonging to the
Stockport Borough Council. As a result, a considerable part of the embankment suddenly
gave way and slid downwards, leaving a 27 meter long section of a gas main exposed and
unsupported. Gas company Transco (formerly: British Gas), that was responsible for
maintaining the gas pipeline, quickly reinstalled the support of the gas pipeline and repaired
the embankment in order to mitigate the instant and serious risk of explosion. Transco sued
the Council for the repair cost.
As the cause of the water pipe rupture was never determined, the claim could not be based on
negligence on the part of the Council. However, Transco claimed that the Council was liable
without proof of negligence under the rule in Rylands v Fletcher.</description>
    </item> <item>
      <title>Een gewaarschuwd mens (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8245/</link>
      <pubDate>2005-09-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In zijn recente Amsterdamse oratie getiteld Rechter en publieksopvattingen: Feit, fictie of ervaring? Over de beoordeling door de rechter van commerciële communicatie vraagt J.J.C. Kabel aandacht voor een kwestie die in brede zin door het gehele verbintenissenrecht speelt. De oratie – te verkrijgen via www.ivir.nl – gaat over vragen als: Wanneer is de gelijkenis tussen twee producten zodanig dat een consument verward raakt? Wanneer is een reclame misleidend? Wanneer laat een consument zich in de luren leggen door de commerciële communicatie en wanneer is hij op zijn hoede? Deze vragen heb ik met opzet nogal feitelijk geformuleerd, want in theorie zijn op dergelijke vragen kwantitatief toetsbare antwoorden mogelijk.</description>
    </item> <item>
      <title>HR 17-12-2004, C03/211HR:
(Onder)aannemer uit onrechtmatige daad aansprakelijk voor mesothelioom van werknemer opdrachtgever (hoofdaannemer) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/8268/</link>
      <pubDate>2005-03-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Bij de werknemer in deze zaak, die in 1921 geboren werd en die ruim veertig jaar bij
scheepswerf NDSM (de Nederlandsche Dok- en Scheepsbouwmaatschappij) werkzaam was
geweest als ketelmaker, wordt in 1996 de diagnose mesothelioom gesteld. De werkgever
aansprakelijk stellen was niet mogelijk, aangezien de werf al in 1984 als onderdeel van het
Verolme-concern ten onder was gegaan.</description>
    </item> <item>
      <title>Van Nederlands naar 'Europees' onrechtmatige daadsrecht (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7448/</link>
      <pubDate>2004-10-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze bijdrage gaat het om de vraag hoeveel invloed het Europese, in de zin van:
van de Europese Unie (EU) afkomstige, recht op het Nederlandse buitencontractuele
aansprakelijkheidsrecht heeft. Die invloed is niet zo heel groot, zoals wij aan de hand
van een korte schets van de huidige stand van zaken zullen laten zien (§2). Dat betekent
tevens dat onze (Nederlandse) omgang met het (nog steeds Nederlandse) aansprakelijkheidsrecht
niet fundamenteel gewijzigd is door de toenemende stroom van
regelgeving vanuit Europa.
Er gebeurt wel van alles op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht, maar die gebeurtenissen
spelen eerder op wat wij maar ‘particulier terrein’ noemen. Er zijn sinds
de jaren ’90 namelijk een aantal groepen van wetenschappers die zich voorgenomen
hebben het voortouw te nemen bij de harmonisatie van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht.
Juist omdat de EU tot op heden veel ruimte overlaat voor particulier
initiatief, zullen wij die particuliere ontwikkelingen, met name de ontwerpen
voor zogenaamde ‘Principles’, beschrijven (§3).
Vervolgens wordt de vraag besproken of het eigenlijk zinvol is om te streven naar een
geharmoniseerd aansprakelijkheidsrecht binnen de EU en of we beter af zijn met dit
soort ‘Principles’ (§4). Ons antwoord luidt dat zulks slechts in beperkte mate het geval
is. We concluderen in die paragraaf verder nog dat de rol van de EU waarschijnlijk
gering zal blijven omdat de eenmaking op het gebied van het onrechtmatige
daadsrecht tegen een aantal concrete hindernissen oploopt en de politieke noodzaak
tot harmonisatie van algemene basisregels ontbreekt.</description>
    </item> <item>
      <title>Pure Economic Loss - A Comparative Perspective (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/13446/</link>
      <pubDate>2004-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>This paper provides the reader with a comparative analysis of tort compensation for pure economic loss in the major European jurisdictions. The author concludes that none of the European jurisdictions have come up with convincing reasons for either fully including or excluding certain losses from tort law protection. Perhaps that is because the legal systems have relied upon simple solutions for a complex problem. For instance, the so-called exclusionary rule is a simple rule and therefore not a proper solution. However, an unconditional abolition of the exclusionary rule would also be too simple a solution. First, we should acknowledge that there is no single pure economic loss category, and that the exclusionary rule therefore has no exclusive foundation. Second, categorising seems to be the proper way to proceed. That working mode will enable us to single out the cases in which the floodgate fear is justified. Third, the introduction of several safety valves in any legal system would enable courts to relieve excessive pressure on the tort system. A general reductionary power for the courts might be helpful in overcoming the floodgate fear, as would, e.g., the use of causation and the victim's duty to mitigate damages.</description>
    </item> <item>
      <title>Productaansprakelijkheid en productveiligheid (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/16673/</link>
      <pubDate>2004-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Doel van deze kroniek is het jaarlijks weergeven van de voornaamste ontwikkelingen op het vlak van aansprakelijkheidsrecht en (publiekrechtelijke) veiligheidsregulering met betrekking tot producten.
Daarbij hanteren we het brede begrip ‘product’ zoals dat sinds 1999 in artikel 2 van de Richtlijn productaansprakelijkheid is gedefinieerd: roerende zaken (elektriciteit incluis), ook nadat zij een bestanddeel van een andere roerende of onroerende zaak zijn gaan vormen.  Anders dan onder de 1985-versie van deze richtlijn, zijn inmiddels dus ook onbewerkte landbouwgrondstoffen
en producten van de jacht als ‘product’ in de zin van de richtlijn te verstaan. Aangezien het hier om een breed begrip ‘product’ gaat, kan overigens soms sprake zijn van enige
overlap met andere kronieken. Steeds zal de relevantie van de materie voor consumenten centraal worden gesteld. Bedacht dient overigens te worden dat dit overzicht niet uitputtend, maar slechts indicatief is voor de ontwikkelingen die zich op nationaal en Europees niveau afspelen.</description>
    </item> <item>
      <title>Productaansprakelijkheid en productveiligheid (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7451/</link>
      <pubDate>2004-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Doel van deze kroniek is het jaarlijks weergeven van de voornaamste ontwikkelingen
op het vlak van aansprakelijkheidsrecht en (publiekrechtelijke) veiligheidsregulering
met betrekking tot producten. Daarbij hanteren we het brede begrip ‘product’
zoals dat sinds 1999 in artikel 2 van de richtlijn productaansprakelijkheid is
gedefinieerd: roerende zaken (elektriciteit incluis), ook nadat zij een bestanddeel
van een andere roerende of onroerende zaak zijn gaan vormen. Anders dan onder
de 1985-versie van deze richtlijn, zijn inmiddels dus ook onbewerkte landbouwgrondstoffen
en producten van de jacht als “product” in de zin van de richtlijn te
verstaan.
Aangezien het hier om een breed begrip ‘product’ gaat, kan overigens soms sprake
zijn van enige overlap met andere kronieken. Steeds zal de relevantie van de materie
voor consumenten centraal worden gesteld. Bedacht dient overigens te worden
dat dit overzicht niet uitputtend, maar slechts indicatief is voor de ontwikkelingen
die zich op nationaal en Europees niveau afspelen.</description>
    </item> <item>
      <title>Art. 7:910 in het wetsvoorstel massaschade: contractuele werking ten nadele van een derde? (Research Paper)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7649/</link>
      <pubDate>2004-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De wetgever dient het thans voorgestelde art. 7:910 lid 1 BW te heroverwegen. In elk geval moet de positie van alle regresgerechtigden duidelijker worden gemaakt, niet alleen die van hoofdelijke debiteuren. En wat die hoofdelijke debiteuren betreft moet het artikel ofwel worden aangevuld met de hiervoor geformuleerde regel, ofwel dient er een geheel andere motivering voor te worden gegeven. In dat laatste geval zou de wetgever binding aan een contract waarbij men niet partij is als instrument hanteren om aansprakelijke personen tot een  coöperatieve houding te prikkelen. Dat zou een nieuw tijdperk in het privaatrechtelijk beleid inluiden.</description>
    </item> <item>
      <title>Verjaring van mesothelioomclaims doorbroken (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7382/</link>
      <pubDate>2003-03-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op 28 april j.l. wees de Hoge Raad twee belangrijke arresten inzake verjaarde mesothelioomclaims. De Hoge Raad heeft thans de mogelijkheid erkend om met een beroep op art.
6:2 BW de absolute verjaringstermijn te doorbreken in die gevallen waarin dertig jaar te kort is om de schade te doen ontstaan. Bij deze uitzonderlijke doorbraakmogelijkheid, en
de uitwerking die de Hoge Raad er aan heeft gegeven, zijn echter de nodige vraagtekens te plaatsen.</description>
    </item> <item>
      <title>Restitutie en schadevergoeding na aanbodcollusie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7447/</link>
      <pubDate>2003-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In deze bijdrage wordt een kort overzicht gegeven van de juridische complicaties die kunnen
spelen bij het terugvorderen van teveel betaalde aanneemsommen na gebleken aanbodcollusie.
De conclusie kan kort zijn: alles hangt af van het concrete dossier zoals dat
aan de rechter wordt voorgelegd. Daarom is hetgeen hierna volgt, noodzakelijkerwijs algemeen
en weinig concreet.</description>
    </item> <item>
      <title>Wie profiteert van het voorrecht op de vordering uit de WA-polis? Opties voor de wetgever (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7153/</link>
      <pubDate>2001-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Op grond van art. 3:287 BW heeft de benadeelde een voorrecht op de vordering die de aansprakelijke heeft op zijn WA-verzekeraar. Er lijken echter ook andere personen te zijn die een beroep op dit voorrecht kunnen doen. Is dat wel terecht?</description>
    </item> <item>
      <title>Troostgeld voor naasten? Een ruimere blik is noodzakelijk. (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7383/</link>
      <pubDate>2001-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In de literatuur wordt al enige tijd aangedrongen op een wettelijke regeling van smartengeld
voor nabestaanden.1 Naar aanleiding van kamervragen over deze kwestie heeft de Minister
van Justitie zich nader beraden. Op 20 juni j.l. maakte hij in een brief aan de Tweede Kamer
zijn standpunt bekend, waarover hij met het parlement van gedachten wil wisselen. De minister
verklaart dat hij overweegt een wetsvoorstel in te dienen dat aan familieleden van een
overledene of ernstig gekwetste een eigen recht geeft op vergoeding van immateriële schade
jegens degene die aansprakelijk is voor de dood of het ernstige letsel van hun naaste.2 Het
wetsvoorstel zou, zo stelt de minister zich voor, aan een vaste kring van personen recht geven
op een vast bedrag (gedacht wordt aan 10.000 Euro), bij wijze van erkenning van het feit dat
ook aan de naasten van de overledene of gekwetste schade is toegebracht. Met de brief wil de
minister met de kamer de discussie aangaan over de contouren van een eventuele regeling. In
deze bijdrage volgt een weergave en kort commentaar, waarbij gepleit zal worden voor een
ruimere blik op de materie.</description>
    </item> <item>
      <title>Rechtspraak: 14 juli 2000, RvdW 2000, 177 C (Geertsema / De Niet en Haagsche Tramwegmaatschappij) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7151/</link>
      <pubDate>2000-06-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie van HR 14 juli 2000, RvdW 2000, 177 C (Geertsema / De Niet en Haagsche Tramwegmaatschappij). Verkeersaansprakelijkheid: verkeersfout tram; eigen schuld; uitbreiding 50% regel tot tramverkeer.</description>
    </item> <item>
      <title>HR 24 december 1999, RvdW 2000, 12 (Nugteren/Meskes); Mede-aansprakelijkheid, samenlopende schadeoorzaken, hoofdelijkheid (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7150/</link>
      <pubDate>2000-05-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie bij HR 24 december 1999, RvdW 2000, 12
(Nugteren / Meskes).</description>
    </item> <item>
      <title>Rechtspraak: HR 17 december 1999, NJ 2000, 88 nt. ARB (Gemeente Castricum / Fatels); Overheidsaansprakelijkheid: aansprakelijkheid voor schade toegebracht bij besluitprocedure; verhaal van kosten juridische bijstand (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7152/</link>
      <pubDate>2000-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie van HR 17 december 1999, NJ  2000, 88 nt. ARB (Gemeente Castricum / Fatels).</description>
    </item> <item>
      <title>Rechtspraak: HR 26 november 1999, RvdW 1999, 184 C (Provincie Noord-Brabant / Janse BV) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7449/</link>
      <pubDate>2000-02-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie bij HR 26 november 1999, RvdW 1999, 184 C (Provincie Noord-Brabant/Janse BV).</description>
    </item> <item>
      <title>Rechtspraak: HR 19 november 1999, RvdW 1999, 180 C (De Haas e.a. /  Waterschap De Dommel); overheidsaansprakelijkheid: reikwijdte zorgplicht waterschap; beleidsvrijheid (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7154/</link>
      <pubDate>2000-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie van HR 19 november 1999, RvdW 1999, 180 C (De Haas e.a. / Waterschap De Dommel).</description>
    </item> <item>
      <title>HR 7 januari 2000, NJ 2000, 212 (Nationale Nederlanden vs. Woudsend II) (Annotation)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7381/</link>
      <pubDate>2000-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Annotatie bij HR 7 januari 2000, NJ 2000, 212 (Nationale Nederlanden vs. Woudsend II).</description>
    </item> <item>
      <title>Hoofdelijke productaansprakelijkheid, regres en insolventie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7450/</link>
      <pubDate>2000-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Hoofdelijkheid biedt bescherming tegen de gevolgen van insolventie. Raakt de ene debiteur insolvent,
dan nodigt de crediteur “gewoon” een andere debiteur uit om tot betaling over te gaan. Het
klinkt simpel, maar daarmee is niet gezegd dat tussen hoofdelijkheid en insolventie een ongecompliceerde
verhouding zou bestaan. Want wat is de positie van de crediteur wanneer meer dan één
debiteur failleert? Wat is de positie van de debiteur die heeft betaald, als deze zijn regresvordering
in het faillissement van de draagplichtige mededebiteur wil indienen? Onder welke voorwaarden is
de regresvordering voor verificatie vatbaar? Hoe verhoudt de (voorwaardelijke) regresvordering
zich tot de hoofdvordering van de crediteur?
En zo zijn er meer lastige vragen. In deze bijdrage zal, naar aanleiding van een typische
productaansprakelijkheidscasus, antwoord worden gezocht op een aantal van deze vragen.</description>
    </item> <item>
      <title>Verdeling van een ontoereikende WA-polis (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7647/</link>
      <pubDate>2000-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Aansprakelijkheidsverzekeringen bieden geen ongelimiteerde dekking. Een gemiddelde
AVP biedt tegenwoordig een dekkingslimiet van 1 of 2,5 miljoen gulden
per gebeurtenis; een AVB 1 tot 5 miljoen gulden; een gemiddelde WAM-polis
5 miljoen gulden. Dat zijn hoge bedragen en in de meeste gevallen volstaan
ze om alle benadeelden van de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis schadeloos
te stellen. Maar soms niet. In bepaalde gevallen kan een ongeval waarbij
één slachtoffer valt, de verzekeringspenningen reeds geheel opsouperen. Een
AVP-dekking van 1 miljoen gulden volstaat niet altijd bij een ongeval waarbij
een benadeelde met topinkomen arbeidsongeschikt raakt. Treft de gebeurtenis
meer dan één benadeelde, dan komen de grenzen van de verzekerde som zeker
spoedig in zicht. Bij grootschalige catastrofen is dat vrijwel altijd het geval.
Een voorbeeld hiervan is de Bovenkarspelse legionella-besmetting die
zich in het voorjaar van 1999 voordeed. Gesteld dat voor die gebeurtenis aansprakelijkheid
van de bubbelbad-verkoper bestaat, en gesteld dat deze een AVB-verzekering
heeft, dan lijdt geen twijfel dat deze WA-dekking onvoldoende is om
de vele getroffenen volledig schadeloos te stellen. Ons verzekeringsrecht kent
geen regeling voor het probleem van de ontoereikende WA-dekking. Het
heeft er dus veel van weg dat degene die het eerste komt, het eerste maalt.</description>
    </item> <item>
      <title>Gedrag van toen, normen van nu? (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/7648/</link>
      <pubDate>2000-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Gedragingen van toen worden getoetst aan de normen
van toen; het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar de vanzelfsprekendheid
van dit uitgangspunt botst soms op de werkbaarheid,
en heel soms zelfs ook op de redelijkheid ervan. Want in veel
gevallen zal het niet gemakkelijk zijn om gedragingen van twintig
tot dertig jaar geleden thans op juiste waarde schatten. Dat
geldt zeker wanneer geschreven normen destijds ontbraken.
Weet u met nauwkeurigheid en objectiviteit het maatschappelijk
leven van zeg vijfentwintig jaar geleden te schetsen? Leggen we
nu werkelijk maatstaven van toen aan? En zo ja, is dat dan per
definitie redelijk?
Dit zijn moeilijke vragen, waar wij geenszins pasklare
antwoorden op hebben. We trachten in deze bijdrage daarom
niet antwoorden te formuleren, maar we volstaan met een voorlopige
analyse van de materie. Met dat in het achterhoofd
bestuderen we daarom nader de werkbaarheid (§ 2) en de redelijkheid
(§ 3) van het uitgangspunt dat aansprakelijkheid voor
gedragingen uit het verleden moet worden beoordeeld volgens
de normen zoals die destijds golden. We besluiten (§ 4) met een
inventarisatie van de mogelijke denkrichtingen voor de toekomst.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>