<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Hage, J.C.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/35711/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Over het ontstaan van het zure milieu in de vagina (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/25958/</link>
      <pubDate>1978-06-21T00:00:00Z</pubDate>
      <description>De bekleding van de vagina bestaat uit p!aveiselepitheel, dat opgebouwd
is uit een basale, intermediaire en superficiële laag; de laatste
bevat het meeste glycogeen (Rakoff e.a. 1944, Matter 1955,
Gregoire e.a. 1971 ).
De fluor vaginalis bevat glycogeen door exfoliatie van de oppervlakkig
cellen.
Döderlein (1892), die met een lakmoespapiertje vaststelde dat het
vaginale milieu zuur reageert, legde verband tussen het voorkomen in
de vagina van Jactobacillen en melkzuur. Hij veronderstelde, dat het
melkzuur door de lactobacil!en wordt gevormd uit het glycogeen van
de afgeschilferde epitheelcellen. Zijn theorie leek ondersteund door
de klinische waarneming dat juist of vooral bij rijkelijke aanwezigheid
van lacto bacillen de fluor vaginalis zuur reageert.
Als nuttige funktie van het zure karakter van het vaginale milieu
werd gezien het voorkomen van opstijgende infekties. Deze theorie
vond zo algemeen ingang dat deze zich tot heden als een vast gegeven
in de vaginale fysiologie heeft gehandhaafd.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>