<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Bloemsma, C.A.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/35733/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Echoscopische meting van de foetale schedel- en rompgrootte (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/25975/</link>
      <pubDate>1978-11-29T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Een opvallend kenmerk van de ontwikkeling van bevruchte eicel tot voldragen
foetus is de enorme toeneming van het aantal cellen, een proces dat
wordt aangeduid als foetale groei.
In de verloskunde wordt in het algemeen het resultaat van foetale groei
afgemeten aan het geboortegewicht in relatie tot een bepaalde zwangerschapsduur.
Het is gebruikelijk geworden om in de verdeling van de geboortegewichten
grenzen aan te brengen. Met betrekking tot deze grenzen wordt
een geboortegewicht dan hoog, normaal of laag genoemd en kan worden
aangenomen dat een sterke, een normale of een geringe foetale groei heeft
plaatsgevonden.
Het geboortegewicht wordt beïnvloed door de genetische aanleg. Dit blijkt
onder meer uit de waarneming dat jongens bij de geboorte gemiddeld
zwaarder zijn dan meisjes bij een overeenkomstige zwangerschapsduur
(Kloosterman, 1970).
Tussen verschillende etnische groepen blijken grote verschillen in de gemiddelde
geboortegewichten te bestaan (Adams, 1968; Meredith, 1970). Een
extreem voorbeeld van de mate waarin het geboortegewicht bij de mens varieert
is de Lumi-stam, Nieuw Guinea, met een gemiddeld à terme geboortegewicht
van slechts 2400 gram (Wark, 1969); dit is in vergelijking tot het
gemiddelde à terme geboortegewicht in Nederland (3400 gram) ruim beneden
de 2.3e percentiel gelegen.
Het geboortegewicht wordt ook in negatieve zin beïnvloed door congenitale
afwijkingen, infecties en door een niet op de foetale behoeften afgestemde
placentafunctie. Daarentegen hebben ziekten als diabetes mellitus
van de moeder en rhesusisoïmmunisatie niet zelden een te hoog geboortegewicht
tot gevolg.
In het algemeen zal de oorzaak pas retrospectief kunnen worden vastgesteld
en ook een abnormaal geboortegewicht, als gevolg van een te geringe of een
te sterke foetale groei, is een retrospectief gegeven. Belangrijker lijkt
het om reeds prospectief de groei van de foetus te kunnen volgen en vastleggen,
zodat bij afwijkende groei diagnostische en zo mogelijk therapeutische
maatregelen kunnen worden genomen.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>