<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Alberda, A.Th</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/46154/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Infertiliteit en corpus-luteuminsufficiëntie (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/30698/</link>
      <pubDate>1981-05-15T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Na een infertiliteitsonderzoek is aan het grootste deel
van de onderzochte echtparen geen uitsluitsel te geven of er
in de toekomst wel of geen zwangerschap zal optreden. Alleen
in geval van bijvoorbeeld azoOspermie of afgesloten tubae,is
de fertiliteitsprognose nauwkeurig te stellen.In de meerderheid
van de gevallen worden geen of slechts geringe afwijkingen
gevonden, waardoor het moeilijk is de kansen op een
zwangerschap te schatten. Dit is zowel voor het echtpaar als
voor de behandelend arts een onbevredigende situatie.Bovendien
leidt deze situatie nogal eens tot het instellen van
een therapie bij de vrouw zonder voldoende indicatie. Als
een patience tijdens of na een dergelijke therapie zwanger
wordt,vergeet men dikwijls dat de zwangerschap ondanks en
niet dankzij de therapie kan zijn ontstaan. Wetenschappelijke
evaluatie van een therapie vereist een controlegroep.
In verreweg de meeste p~blicaties over het effect van een
fertiliteitsbevorderende therapie wordt niet aan deze eis
voldaan.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>