<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Out, J.J.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/59639/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>De electieve inleiding van de baring : een prospectief obstetrisch en psychologisch onderzoek (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37496/</link>
      <pubDate>1983-06-29T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In een terugblik op de beide onderzoeken wordt kort ingegaan op enkele
opvallende verschillen in gevonden effecten tussen het obstetrische en het
psychologische onderzoek. Vervolgens wordt op basis van de beide onderzoeken
een antwoord gegeven op de vraag in hoeverre electief inleiden van de baring
wenselijk is of niet. Besloten wordt met enige aanbevelingen omtrent de toepassing
van de electieve inleiding in de obstetrische praktijk.
Zowel in het obstetrische als in het psychologische onderzoek komt het voor, dat
in het ene onderzoek een significant verschil in effect is gevonden tussen vrouwen
die hun baring eJectief hebben laten inleiden en vrouwen met een spontaan
begonnen baring, terwijl dit verschil niet is gevonden in het andere onderzoek. In
het psychologische onderzoek wordt na een spontaan begonnen bevalling vaker
borstvoeding gegeven dan na een electieve inleiding, in het obstetrische onderzoek
niet. In het obstetrische onderzoek vinden bij de electief ingeleide groep meer
kunstverlossingen plaats, in het psychologische onderzoek is geen verschil
gevonden. Deze verschillen tussen de beide onderzoeken berusten vermoedelijk op
verschillen in de samenstelling van de onderzochte groepen, waarover in de
gezamenlijke inleiding bij dit proefschrift is gesproken. Bij de bespreking van de
borstvoeding in het psychologische onderzoek is de aannemelijkheid van deze
verklaring al gebleken. In het psychologische onderzoek zijn immers meer strikte
criteria gehanteerd bij de toepassing van het begrip "electief' dan in het
obstetrische onderzoek.
Dat zulke verschillen optreden in twee onderzoeken met grotendeels dezelfde
onderzochte personen toont aan, dat betrekkelijk geringe verschuivingen in de
criteria voor selectie van onderzoekspersonen belangrijke gevolgen kunnen hebben
en dat grote zorgvuldigheid is geboden bij de beschrijving van deze criteria.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>