<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Dieleman, B.</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/60070/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Fiscale versus vennootschappelijke waardering van pensioenverplichtingen (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/37944/</link>
      <pubDate>2012-11-22T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Pensioenverplichtingen worden ten behoeve van
de commerciële winstbepaling anders behandeld
dan onder de fiscale winstbepaling. In dit
proefschrift is kort gezegd nagegaan of er ten
aanzien van pensioenverplichtingen voldoende
valide redenen zijn om voor beide winstbepalingsstelsels
eigen regels te hanteren of dat kan
worden volstaan met een gezamenlijk winstbepalingssysteem.
Voorts is nagegaan of, indien
verschillende waarderingsstelsels wenselijk
of noodzakelijk zijn, de verschillen zo beperkt
mogelijk kunnen zijn.
De opzet van het proefschrift is als volgt. In
hoofdstuk twee zijn de relevante bepalingen van
de Pensioenwet, de Wft en enkele andere civiele
wetten besproken, omdat deze bepalingen de
basis voor de concrete pensioenverplichting
vormen. In hoofdstuk drie is geanalyseerd in
hoeverre de omvang van de pensioenverplichting,
welke ten grondslag ligt aan het passiveren
van pensioenverplichtingen in de commerciële
balans en in de fiscale balans, wordt
beperkt door de Wet LB 1964. In hoofdstuk vier
is het in de ‘commerciële’ jaarrekening verwerken
van pensioenverplichtingen geanalyseerd,
waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen
IFRS en RJ. In hoofdstuk vijf is vervolgens het in
de fiscale balans en winst- en verliesrekening
verwerken van pensioenverplichtingen besproken.
In de twee laatstgenoemde hoofdstukken
is onder andere uitvoerig ingegaan op de te
gebruiken disconteringsvoet, het al dan niet in
acht nemen van verwachte loon- en prijsstijgingen,
gevolgen van herstelplannen van pensioenfondsen
en waardeoverdracht. In hoofdstuk
zes is de stelling van dit onderzoek getoetst
met behulp van een aantal toetsingscriteria en
worden concrete voorstellen gedaan tot het wijzigen
van bepaalde wet- en regelgeving.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>