<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Bunt, H.G. van de</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/aut/8730/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Gewone beroepen en georganiseerde criminaliteit (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23720/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>There is a large – and still growing – body of criminological literature on the relationship between crime and work. However, the exact nature of that relationship often remains diffuse. In this article we explored the relationships between organized crime and work. Based on analysis of the forty most recent cases of the Organized Crime Monitor we distinguished between two types of relations connecting organized crime and work. First, crimes can be based in the occupation of the offender when the occupation provides concrete opportunities to offend or facilitates the crimes of others. Secondly, the occupation of the offender can also be used as a shield concealing the illegal behavior or identity of the offender.</description>
    </item> <item>
      <title>A case study on the misuse of hawala banking (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/15262/</link>
      <pubDate>2008-08-22T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Purpose - Since 9/11, hawala banking (financial service providers who carry out financial transactions whereby cash, cheques or other valuable goods are accepted at one location and a corresponding sum in cash or other remuneration is paid at another location) has attracted a great deal of attention. Much has been written on the subject, but so far little empirical research has been conducted into the misuse of hawala banking for criminal purposes. This paper aims to fill this gap. Design/methodology/approach - The paper contains an analysis of 12 police files on the use of hawala banks by perpetrators of crime. The data gathered from these cases are compared to what has been reported on hawala banking in the existing literature. Findings - The literature emphasises the importance of trust between client and banker, as well as between hawala bankers themselves. Trust is supposedly based on strong social ties (ethnic and family ties). The 12 cases studied (almost all of which concerned the misuse of hawala banking by drug dealers) put the significance of trust into perspective: the importance of ethnicity and personal trust should not be exaggerated. When the stakes are high, a common social background and shared ethnicity between bankers, as well as between bankers and their clients, seems to be less important than is often assumed. Originality/value - The paper goes beyond the traditional focus on trust and strong social ties.</description>
    </item> <item>
      <title>Overheidstoezicht op buitenlande rechtspersonen (Internal Report)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22001/</link>
      <pubDate>2008-06-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>In de komende jaren zal het toezicht op rechtspersonen worden gewijzigd. Over de aard en omvang van het gebruik van buitenlandse rechtspersonen, die eveneens met het nieuwe toezicht te maken gaan krijgen, is echter maar weinig bekend. De laatste jaren zijn er echter verschillende signalen geweest dat constructies met buitenlandse rechtspersonen regelmatig gebruikt worden voor het plegen van fraude en het witwassen van inkomsten uit strafbare feiten. Dat was de reden voor het verzoek van de Minister van Justitie om onderzoek uit te voeren naar de aard en omvang van misbruik van buitenlandse rechtspersonen. Dat verkennende onderzoek werd in de loop van 2006 uitgevoerd door onderzoekers van de sectie Criminologie en de sectie Handels- en Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit in Rotterdam in samenwerking met het Instituut voor Ondernemingsrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.

Het onderhavige rapport geeft, in het verlengde van dat onderzoek, allereerst een overzicht van de ontwikkelingen in het toezicht op buitenlandse rechtspersonen. Vervolgens is de misbruikgevoeligheid van enkele veel voorkomende buitenlandse rechtspersonen in kaart gebracht aan de hand van hun juridische kenmerken en enkele praktijkvoorbeelden waarin dat risico zich gerealiseerd heeft.</description>
    </item> <item>
      <title>Toezicht en compliance. (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12746/</link>
      <pubDate>2008-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Two contradictory developments characterize modern corporate regulation. On the one hand, the demand for public supervision and control is ever increasing. New supervisory authorities are founded and existing agencies are assigned more power. On the other hand, corporations should be trusted for their abilities to regulate themselves and monitor their compliance status through internal programs. To what extent can external control prevent corporate crime? How does public regulation interact with internal norms? And can external and internal enforcement reinforce each other? These questions are adressed in this introductory article to a special issue of this journal on Supervision and Compliance of corporate actors in the Netherlands and Belgium.</description>
    </item> <item>
      <title>Hoe stevig is de piramide van Braithwaite? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/12744/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Responsive regulation is de belangrijkste theorie in het debat over regulering en handhaving van organisatiecriminaliteit. Met name de handhavingspiramide van John Braithwaite wordt door veel Nederlandse toezichthouders omarmd. Dit artikel onderzoekt de grondslagen van die handhavingspiramide. We laten zien dat de centrale uitgangspunten van de piramide, namelijk de gedachte van zware straffen als ultimum remedium, en het concept responsiviteit, in tegenspraak lijken te zijn met de praktijk van handhaving. Hoewel de handhavingspiramide aanspreekt vanwege het hoge common sensegehalte,  is de toepasbaarheid in de praktijk heel wat minder vanzelfsprekend als op het eerste gezicht lijkt.</description>
    </item> <item>
      <title>Organizational crime in the Netherlands (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/14239/</link>
      <pubDate>2007-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>Academic discussions in the Netherlands about the nature and ambiguity of white-collar and corporate crime have dragged on for years. Empirical research started relatively late. Studies that address explanations mostly focus on the criminology of the market or the corporation. Although major incidents of organizational crime stir punitiveness, most corporate law-breaking is dealt with by a strategy of regulatory enforcement based on promoting compliance and stimulating self-regulation. A typical Dutch manifestation of organizational crime is the high level of entanglement of business and public administration.</description>
    </item> <item>
      <title>XTC over de grens. Een studie naar XTC-koeriers en kleine smokkelaars (Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/651/</link>
      <pubDate>2003-07-14T00:00:00Z</pubDate>
      <description>&lt;p&gt;Diverse respondenten benadrukten dat de beste voorlichting de voorlichting is
die de potenti?le smokkelaars en koeriers de feiten voorhoudt. Namelijk dat je
teveel op het spel zet. Houdt potenti?le koeriers en smokkelaars daarom voor dat
ze tegen een betrekkelijk lage beloning heel veel op het spel zetten, is het motto.
Met een dergelijke ?rationele? benadering kan ook zakelijke informatie worden
gegeven over de strafduur en de leefomstandigheden in de gevangenis (de kostenposten
bij de rationele afweging).
&lt;p&gt;
Een tweede strategie richt zich meer op de emotionele, normatieve kant
van de smokkel. Er zou meer duidelijkheid gegeven kunnen worden over de
schadelijkheid van XTC en over de negatieve impact die de arrestatie en de
detentie op het leven en de sociale relaties van de gedetineerden hebben. Door
veel koeriers werd XTC een drug genoemd die dicht tegen de softdrugs aanzit.
Gezien de tolerante houding in Nederland inzake softdrugs kan deze associatie
verkeerd uitwerken. De respondenten verklaren dat zij zelf nooit in hero?ne zouden
willen handelen. Zij zien XTC als een veel onschuldiger drug. Daarom zou
het verstandig zijn in de campagne op zijn minst duidelijk te maken dat over
XTC in het buitenland anders wordt gedacht en dat bij de berechting weinig
onderscheid tussen XTC en hero?ne wordt gemaakt. Overigens moet ook weer
niet te veel van deze aanpak verwacht worden. Een van onze bevindingen is
immers dat de respondenten meer spijt hebben van het feit dat zij gepakt zijn
dan dat zij berouw tonen over het feit dat zij een gevaarlijke drug hebben gesmokkeld.
&lt;p&gt;
Een derde strategie die wij suggereren is dat gerichte acties op specifieke
doelgroepen worden gehouden. Amerikaanse XTC-koeriers vormen een geheel
andere groep dan de Duitse (kleine) smokkelaars. Zowel wat betreft de plek
waarop voorlichtingsmateriaal zou moeten worden aangebracht, als voor de toon
is differentiatie aangewezen. Zij hechten er ook belang aan dat de boodschap op
een persoonlijke manier wordt overgebracht. Gezien de bereidwilligheid van
onze respondenten om na te denken over voorlichtingscampagnes is het niet
alleen wenselijk maar ook wel mogelijk om bij deze voorlichting ook gedetineerden
in te schakelen.</description>
    </item>
  </channel>
</rss>