<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no" ?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Fiscal Autonomy and its Boundaries</title>
    <link>http://repub.eur.nl/res/col/9795/</link>
    <description>List of Publications</description>
    <language>en</language>
    <image>
      <url>http://repub.eur.nl/static-eur/img/logo.png</url>
      <title>RePub, Erasmus University Rotterdam</title>
      <link>http://repub.eur.nl</link>
    </image>
    <item>
      <title>Article 17(3) for Artistes and Sportsmen: Much More than an Exception (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32135/</link>
      <pubDate>2012-04-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Most states in the world apply Article 17 (introduced in 1963) of the OECD Model Convention for the taxation of non-resident artistes and sportsmen granting the right to levy withholding tax on the performance fee to the state of performance. In 1977 the OECD introduced Article 17(2) ensuring also the taxation of payments to others than the artistes and sportsmen, for example, so-called ‘artiste-companies’ or any third party
involved. To avoid double taxation states either apply the tax credit or the tax-exemption method. Inadequacies were discovered and, therefore, the Commentary on Article 17 advised in 1977 to exclude cultural exchanges and subsidized artistes and sportsmen from Article 17. The majority of all states soon started to use this exception as Article 17(3) in their bilateral tax treaties thereby granting the taxing right to the state of residence.
The question of unequal treatment between a subsidized and a commercial theatre group arises. It might lead to the conclusion that an Article 17(3) clause in a bilateral tax treaty between EC Member States does not correspond with the freedom and non-discrimination principles of the EU.
      </description>
      <author>Molenaar, D.</author> <author>Grams, H.</author>
    </item> <item>
      <title>Over de ‘objectvrijstelling’ en de klok van de interne markt (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32146/</link>
      <pubDate>2012-04-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Inleiding: Per 1 januari 2012 geldt voor binnenlands vennootschapsbelastingplichtigen de „objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten‟.3 Deze methode ter voorkoming van internationaal juridische dubbele belasting vervangt de belastingvrijstellingsmethode voor actieve winst uit buitenlandse onderneming in de vennootschapsbelastingsfeer. Dit om te komen tot een meer gelijke fiscale behandeling van binnenlands vennootschapsbelastingplichtigen, die op directe wijze („vaste inrichting‟) of op indirecte wijze („deelneming‟) in het buitenland ondernemingsactiviteiten verrichten.4 Eén van de geïntroduceerde effecten is dat het fiscaal in aanmerking nemen van lopende reële verliezen uit een buitenlandse onderneming, gedreven met behulp van een in het buitenland gelegen vaste inrichting, niet langer is toegestaan. Impliciet rechtvaardigt de wetgever zijn systeemwijziging met de constatering dat de voorheen onder de belastingvrijstelling mogelijke tijdelijke fiscale verliesimport een „timingvoordeel‟ betreft. Deze woordkeuze verraadt een normatieve overweging. We schrappen een „voordeel‟ en komen zo tot een heffingssystematiek, op dit punt, zonder anomalieën. De wetgever suggereert een verbetering. Maar is daar wel sprake van? Heeft de wetgever niet eigenlijk gewoon een nadeel gecreëerd? En daarmee de klok van de interne markt teruggedraaid?
...
      </description>
      <author>Wilde, M.F. de</author> <author>Wisman, C.</author>
    </item> <item>
      <title>ANBI anno 2012: jurisprudentie (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/38223/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Samenvatting: De afgelopen maanden is veel jurisprudentie over algemeen nut beogende instellingen verschenen. In dit artikel bespreek ik de door de Hoge Raad ontwikkelde dubbele algemeen nut toets, de stichtingen die pas bij overlijden actief worden en jurisprudentie over periodieke giften. In een volgend artikel komt de nieuwe uitvoeringsregeling aan de orde.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Anbi-wetgeving in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32142/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Op 6 april 2011 publiceerde de Europese Commissie (hierna: EC) een persbericht waarin de EC aankondigde Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) te brengen, omdat de Nederlandse fiscale behandeling van schenkingen aan algemeen nut beogende instellingen (hierna: anbi’s) discriminerend zou zijn en in strijd met de EU-regels betreffende het vrije verkeer van kapitaal.2 Dit bericht wekte bij mij enige verbazing. Uiteraard wist ik dat de EC op 18 maart 2010 Nederland formeel had verzocht om de anbi-regeling aan te passen. Het leek mij echter een uitleg van de Nederlandse regeling de EC gerust zou moeten stellen. Dat was dus kennelijk niet het geval. De vraag is nu of de EC een punt heeft en de huidige Nederlandse regeling inderdaad in strijd is de vrijheid van kapitaalverkeer. In deze opinie zoek ik een antwoord op deze vraag. Daartoe zal ik eerst de bezwaren van de EC bespreken en deze analyseren in het licht van de jurisprudentie van het HvJ over anbi’s en de Nederlandse anbi-regeling. Daarbij is mede van belang de wijze waarop de Belastingdienst uitvoering geeft aan deze wetgeving en een wijziging naar aanleiding van de Geefwet.3 Deze verzwakken mogelijk de Nederlandse procespositie.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Anbi na de Geefwet (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32144/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        De Geefwet (Stb 2011, 641) heeft ervoor gezorgd dat de wereld er in 2012 voor algemeen nut beogende instellingen (hierna: anbi’s) weer anders uitziet. Het grote aantal wijzigingen dwingt mij om in dit artikel een keuze te maken. Ik verwijs voor de wijzigingen inzake de herroepelijke schenking, het nieuwe beleid voor commerciële activiteiten van anbi’s en de aftrek voor kenbaar fondsenwervende activiteiten naar FBN 2011/59 en 60.2 In dit artikel richt ik mij op de sinds 2012 geldende anbi-definitie, de multiplier voor culturele instellingen, de aanwijzingsprocedure voor culturele instellingen en de naar het lijkt uitgebreide aanwendingsmogelijkheden voor de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>De Europese Stichting en de Nederlandse ANBI (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/32445/</link>
      <pubDate>2012-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Op 8 februari 2012 is het voorstel voor een Verordening inzake de Europese Stichting (FE) gepubliceerd. Dit voorstel bevat een fiscaal hoofdstuk. De lidstaten moeten de FE, haar donoren en haar begunstigden gelijk behandelen als binnenlandse goede doelen. Geanalyseerd wordt hoe het FE voorstel zich verhoudt tot de Nederlandse ANBI regelgeving. De auteur betwijfelt of de Verordening in de voorgestelde vorm zal worden aangenomen, omdat deze onvoldoende waarborgen biedt tegen misbruik van belastingfaciliteiten.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>De Toren van Babel. Grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever en de invloed daarvan op (fiscale) wetenschapsbeoefening (Inaugural Lecture)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23045/</link>
      <pubDate>2011-04-15T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Externe factoren beperken de belastingwetgever bij het invoeren van allerlei belastingen. De vliegtaks en de BTW-verhoging voor de podiumkunsten zijn zo maar wat belastingen waar de burgers duidelijk hun grenzen aangaven bij de wetgever. Door interdisciplinair onderzoek naar belastingwetgeving kan dit fenomeen beter worden geanalyseerd. Dit stelt prof.dr. Sigrid Hemels in haar oratie 'De Toren van Babel. Grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever en de invloed daarvan op (fiscale) wetenschapsbeoefening', die zij uitspreekt op vrijdag 15 april 2011. Zij aanvaardt hiermee het ambt van hoogleraar Belastingrecht in de Erasmus School of Law aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De externe factoren die de belastingwetgever begrenzen kunnen verschillende vormen aannemen. Zo zijn er de gedragsreacties van de calculerende burger: wij dwongen de afschaffing van de vliegbelasting af door massaal vanuit Duitsland en België te vliegen. Maar er zijn ook juridische grenzen aan de autonomie van de belastingwetgever, zoals de Grondwet en internationale verdragen. Zo riepen in het verleden belastingen op kranten grote weerstand op bij de bevolking, omdat dergelijke taxes on knowledge de vrijheid van meningsuiting aantasten. Een maatschappelijke grens werd afgelopen winter bereikt toen de belastingwetgever met onmiddellijke ingang de BTW op podiumkunsten wilde verhogen.  

Een belastingwetgever die geen rekening houdt met deze psychologische, maatschappelijke en juridische factoren, heeft een probleem. Deze veelzijdigheid laat zien dat belastingen ook voor wetenschappers uit andere disciplines een interessant studieobject zijn. Hemels pleit in haar oratie dan ook voor meer interdisciplinair onderzoek naar belastingwetgevingen. Zowel de belastingwetenschap als de belastingwetgever hebben hier volgens haar baat bij.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Belastingheffing van dividend en de interne markt: Een studie naar de aanvaardbaarheid van de Nederlandse belastingheffing van grensoverschrijdende dividendinkomsten van natuurlijke personen in Europees perspectief (Doctoral Thesis)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/22037/</link>
      <pubDate>2011-01-07T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        In dit onderzoek wordt ingegaan op de Nederlandse belastingheffing van dividend dat in grensoverschrijdende verhoudingen door een vennootschap aan natuurlijke personen is uitgekeerd. Ik zal daarbij met name ingaan op de heffing van inkomstenbelasting, de heffing van dividendbelasting, de toepassing van belastingverdragen en de regelingen ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland voor de bronbelasting die reeds in het buitenland van het uitgekeerde dividend geheven is.
      </description>
      <author>Nijkeuter, E.</author>
    </item> <item>
      <title>What if Gulbenkian had been Persche: taxing charitable giving in Europe (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23173/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Many EU Member States only grant tax incentives to resident charities. This limits the choice of donors and restricts the free movement of capital. The paper discusses this problem and the action taken by the European Commission, the ECJ (the Stauffer and Persche cases) and private organisations. The case law of the European Court of Justice again set an important boundary to the fiscal autonomy of the EU Member States.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Giftenaftrek in de vuurlinie? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23369/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        De afgelopen anderhalf jaar hebben de Nederlandse geeffaciliteiten zeer in de belangstelling gestaan. In de fiscale en goede doelen wereld gingen geruchten rond dat de giftenaftrek zou worden afgeschaft. De politiek lijkt zich hier inmiddels tegen te hebben uitgesproken. Deze opinie onderzoekt de oorzaak van de geruchten en geeft een analyse van de politieke stand van zaken met betrekking tot de giftenaftrek.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Beperkt belang versus particulier belang: een tweetrapstoets voor anbi’s (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23371/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Dit artikel analyseert hoe de wetgever en de jurisprudentie het begrip algemeen nut hebben ingevuld door het af te zetten tegen het 'particulier belang'. De auteur leidt uit de jurisprudentie een tweetrapstoets af op grond waarvan het onderscheid tussen beperkt belang en particulier belang moet worden gemaakt. Uit recente jurisprudentie, onder meer over woningstichtingen blijkt dat de Belastingdienst en sommige lagere rechters deze dubbele toets niet consequent toepassen. Zij concluderen uit het feit dat de activiteiten van een instelling ten goede komen aan bepaalde personen dat sprake is van een particulier belang. Dit is volgens de auteur niet in overeenstemming met de vaste jurisprudentie. Bovendien stelt zij aan de hand van deze toets de vraag of een vakbond en sportvereniging nog wel als particulier belang moeten worden aangemerkt. Deze publicatie maakt onderdeel uit van het programma fiscale autonomie en haar grenzen. De maatschappelijke opvattingen geven mede vorm aan het kader waarbinnen de belastingwetgever en belastingrechter de faciliteiten voor algemeen nut vormgeven en toepassen. De invulling van beperkt belang die de belastingdienst voorstaat, stemt niet overeen met de maatschappelijke opvattingen over dit begrip. Deze maatschappelijke opvattingen beperken de fiscale autonomie om dit begrip in te vullen.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Belastingen en de vrijheid van meningsuiting (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23372/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Artikel 7, lid 1 van de Grondwet bepaalt dat niemand vooraf verlof nodig heeft om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Op grond van het derde lid geldt dit eveneens voor het openbaren van gedachten en gevoelens op andere wijze dan via drukpers of radio- en televisie (waarvoor het tweede lid de vrijheid waarborgt). Tussen de vrijheid van meningsuiting en het belastingrecht bestaat al lang een, niet altijd even harmonieuze, relatie. In de loop van de geschiedenis zijn overheden er, al dan niet terecht, talloze malen van beschuldigd door het gebruik van belastingen de pers op indirecte wijze te muilkorven. Belastingen tasten de vrijheid van meningsuiting weliswaar niet aan, maar ze kunnen het kostbaar maken om van deze vrijheid gebruik te maken. Dit is ook wel ‘economische’ persvrijheid genoemd ter onderscheiding van de in Nederland sinds 1848 in de Grondwet opgenomen ‘juridische’ persvrijheid. In deze bijdrage wordt hier nader op ingegaan, zowel vanuit een historische invalshoek (belastingen op kranten) als uit het heden (belastingen op sms).
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Mens Sana (In Book)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/23819/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Voor werkgevers is het belangrijk dat hun werknemers gezond blijven. Gezonde werknemers zijn productiever en verzuimen minder vaak. Werkgevers proberen op verschillende wijzen aan de gezondheid van hun werknemers bij te dragen, bijvoorbeeld door het aanbieden van een griepprik en sportfaciliteiten. Ook de overheid heeft belang bij gezonde werknemers. De belastingwetgever heeft daarom sinds 1 januari 1997 bedrijfsfitness onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van loonbelasting. In dat kader komt de vraag op waarom de wetgever zich beperkt tot het stimuleren van de fysieke gezondheid van werknemers. In dit artikel wordt daarom een loonbelastingvrijstelling voor cultuurvouchers onderzocht. Dit kan het psychische welbevinden van werknemers bevorderen, leiden tot een hogere cultuurparticipatie en het verwerven van eigen middelen door de cultuursector ondersteunen.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Effectiveness of EU VAT Treatment of Charities: are the objects of the VAT exemptions in the public interest being achieved and if not, how can this be improved within the restrictions imposed by EU legislation? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/26786/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Charities as such are not mentioned in the VAT Directive. However, the Directive contains “exemptions for certain activities in the public interest” and most of those activities are deemed charitable in many Member States, such as activities in the framework of medical care, welfare and social security work, education, religion, sports, and culture. In this article, the author gives an overview of the legal history of the EU VAT exemptions and discusses the position of charities whose activities may be within or outside the scope of VAT. In view of the ineffectiveness and inefficiency of these VAT exemptions, the author discusses alternative approaches, and points to developments that may affect the VAT position of charities in the future.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Zonsondergang en horizon. Verantwoording van belastinguitgaven in Nederland, nu en straks. (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/26787/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        In 2003 schreef Bavinck de column "Hoe rekent het Ministerie van Financiën". Hij uitte hierin kritiek op het ontbreken van een onderbouwing van de berekening van budgettaire effecten van voorgenomen maatregelen. Deze column is nog altijd actueel. De financiële onderbouwing van wetsvoorstellen is nog steeds niet controleerbaar voor parlementariërs en andere geïnteresseerde burgers. Dit staat in contrast tot de ex-post verantwoording die in Nederland wordt afgelegd, met name als het gaat over belastinguitgaven. Op dit punt is de afgelopen jaren veel gebeurd, zij het dat hier in de fiscale vakliteratuur weinig aandacht aan is besteed. In de Fiscale Agenda is nog een aanvullend instrument voor de controle op belastinguitgaven voorgesteld: de horizonbepaling, in het Engels aangeduid als sunsetclause. Het afscheid van Bernard Bavinck is voor de redactie ook een moment van terugkijken en zonsondergang, voor Bernard opent het nieuwe horizonnen. Mijn bijdrage gaat daarom over de wijze waarop Nederland op dit moment verantwoording aflegt over belastinguitgaven en de (mogelijke) wijzigingen daarin, waarbij ik tevens aandacht zal besteden aan Bavincks vraag om onderbouwing van de berekeningen.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>Actualiteiten gemeentelijke belastingen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31203/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        In dit artikel worden een paar recente ontwikkelingen binnen de gemeentelijke belastingen besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. Bekostiging gemeentelijke taken onder druk; 2. Verhaal van kosten van voorzieningen in de openbare ruimte; 3. Actualiteiten WOZ; en 4. Lokale belastingen BES-eilanden
      </description>
      <author>Monsma, A.P.</author>
    </item> <item>
      <title>Trends in lokale belastingen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31206/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        
      </description>
      <author>Monsma, A.P.</author>
    </item> <item>
      <title>Ontwikkelingen op het gebied van lokale belastingen (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31223/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        
      </description>
      <author>Monsma, A.P.</author>
    </item> <item>
      <title>Ex-post evaluation of tax legislation in the Netherlands
 (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31229/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Introduction
Since the end of the 20th century, ex-post evaluation of tax legislation has consistently
been part of the agenda of the Dutch government. In 2005, the 2001 Income tax Act was
evaluated. In addition, several tax expenditures are evaluated each year. Tax
expenditures can be a controversial aspect of tax legislation. In general, tax
expenditures have the drawback that, compared with direct subsidies, there is less
information and less democratic control on these expenditures than on direct subsidies
which are accounted for in the annual budget. In the past 20 years, the Netherlands has
taken several measures to improve the accountability of tax expenditures. One of the
measures in the 2001 Budget was the introduction of a framework consisting of several
questions which have to be answered before a tax expenditure can be introduced. This
framework has been amended several times. The current framework consists of the
following questions: (1) Is the problem clear?; (2) Is the object stated clearly and
unambiguously?; (3) Can it be proven why financial intervention is necessary?; (4) Can it
be proven why a subsidy is preferred over a levy?; (5) Can it be proven why a tax
incentive is preferred over a direct subsidy?; and (6) Is the evaluation of the provision
sufficiently safeguarded? An evaluation of a proposed tax expenditure, therefore, has to
be guaranteed before the tax expenditure is introduced. Below, the Dutch techniques for
ex-post evaluation are discussed briefly. These include accounting for tax expenditures
and similar provisions in a tax expenditure report and a tax expenditure overview,
evaluation reports and, possibly, sunset legislation.
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item> <item>
      <title>De Geefwet : gouden kans of lege huls? (Article)</title>
      <link>http://repub.eur.nl/res/pub/31234/</link>
      <pubDate>2011-01-01T00:00:00Z</pubDate>
      <description>
        
        Afgelopen september heeft het kabinet de Geefwet ingediend. Deze wet zou een bijdrage moeten leveren aan de kabinetsdoelstelling van een terugtredende overheid, meer particulier initiatief en cultureel ondernemerschap. De vraag is echter of de Geefwet deze hoge verwachtingen waar kan maken. In hoeverre is de cultuursector gediend met deze wet en waarom moest hij er eigenlijk komen? Dat zijn de vragen die in dit artikel aan de orde komen. 
      </description>
      <author>Hemels, S.J.C.</author>
    </item>
  </channel>
</rss>