De werkgevers verzetten zich fel tegen het voornemen de uitvoering van de Ongevallenwet op te dragen aan een publiek orgaan, de Rijksverzekeringsbank. De regering besloot daarop dat ook particuliere verzekeraars de verplichte ongevallenverzekering mochten aanbieden. Daarop richtten de werkgevers de Risico-Bank op, die zou uitgroeien tot de grootste verzekeraar onder de Ongevallenwet. De beoordeling of er sprake was van een bedrijfsongeval in en de toekenning van de schadeloosstelling (uitkering en medische zorg) bleef echter voorbehouden aan de Rijksverzekeringsbank. De Risico-Bank slaagde niet in haar streven de claimbeoordeling ook aan particuliere verzekeraars toe te vertrouwen. De Fabrieksartsenwet van 1928 delegeerde de claimbeoordeling alleen aan erkende bedrijfsgeneeskundige diensten, niet aan verzekeraars. De Risico-Bank kon alleen proberen het beleid van de Rijksverzekeringsbank te beïnvloeden en daarnaast het debat over de uitvoeringsstructuur van andere sociale verzekeringen in de door de ondernemers gewenste richting te sturen.

Additional Metadata
Keywords Fabrieksartsenwet, Nederland, Ongevallenverzekering, Ongevallenwet, Rijksverzekeringsbank, Risico-Bank, Sociale verzekering, uitvoeringsstructuur
Persistent URL hdl.handle.net/1765/10665
Citation
van der Valk, L.A.. (2007). Werkgevers, Centrale Werkgevers Risico-Bank en de uitvoering van de Ongevallenwet (1900-1940). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/10665