In zijn proefschrift Darwin in domineesland geeft Bart Leeuwenburgh een overzicht van het debat dat in Nederland ontstond over de evolutietheorie, na de publicatie van Charles Darwins On the Origin of Species in 1859. Hierbij trekt een bonte stoet voorbij van bedaarde wetenschappers, genuanceerde dominees, geirriteerde pastoors en strijdbare vrijdenkers die het over een kwestie roerend eens waren: dat ze het niet met elkaar eens waren. Met de publicatie van Charles Darwins On the Origin of Species (1859) kwam in de negentiende eeuw een discussie op gang die vandaag nog steeds voortduurt. Met zijn nieuwe evolutietheorie veroorzaakte Darwin niet alleen een wetenschappelijke aardverschuiving, maar zaaide hij ook ernstige twijfel over de houdbaarheid van het dominante christelijke wereldbeeld. Het principe van natuurlijke selectie was volgens deze ‘kapelaan van de duivel’ de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan en vergaan van de natuurlijke soorten. Dit nieuwe inzicht riep allerlei beangstigende vragen op. Waren de planten en de dieren nog wel te beschouwen als ‘schepselen Gods’? Was de mens slechts een ‘zoogdier onder de zoogdieren’? En nog erger: had de mens in zijn nieuwe hoedanigheid van ‘verre achterneef van de apen’ dan nog wel een onsterfelijke ziel? Hoe men in het Nederlandse ‘domineesland’ in die eerste jaren op Darwins theorie reageerde, was tot op heden nog niet bekend. In het proefschrift Darwin in domineesland komen die stemmen uit het verleden tot leven.

Additional Metadata
Keywords Darwin, Netherlands, evolutietheorie, evolution theory, phylosophy
Promotor L. van Bunge (Wiep) , L.T.G. Theunissen
Publisher Erasmus University Rotterdam
Sponsor J.E. Jurriaanse Stichting, Kitty van Vloten Stichting
ISBN 978-946004-018-4
Persistent URL hdl.handle.net/1765/14433
Citation
Leeuwenburgh, B.. (2009, January 15). Darwin in domineesland: een reconstructie van de wijze waarop geleerde Nederlanders Darwins evolutietheorie filosofisch beoordeelden, 1859-1877. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/14433