Sinds 1999 is het voor verzorgingshuizen mogelijk om een aanmerking te verkrijgen als psychiatrisch ziekenhuis in de zin van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Verzorgingshuizen die zo'n aanmerking hebben mogen psychogeriatrische patiënten op grond van de Wet bopz opnemen, dus patiënten die onvrijwillig worden opgenomen door middel van een zogeheten art. 60 indicatie via het CIZ (voorheen RIO), een rechterlijke machtiging of een inbewaringstelling. In 2001 is uit een onderzoek dat door het instituut voor Beleid en Management Gezondheidszorg in opdracht van Arcares (thans Actiz) werd verricht, gebleken dat verzorgingshuizen totnogtoe nog maar weinig van die mogelijkheid gebruik maken. De belangrijkste oorzaak is dat verzorgingshuizen dan een aparte afsluitbare afdeling moeten creëren. Veel verzorgingshuizen vinden dit niet wenselijk, onder andere omdat dit niet strookt met de eigen zorgvisie, het bouwkundig vaak onmogelijk is of omdat het simpelweg te duur is. Zie hiervoor toepassing van de Wet bopz in verzorgingshuizen I, L.A.P. Arends 2001. Dit onderzoek is een vervolgproject . In dit project is bekeken in hoeverre het mogelijk is om toepassing van de Wet bopz niet te beperken tot één afdeling, maar uit te breiden naar het hele verzorgingshuis. Om de mogelijkheden in kaart te brengen zijn ruim 70 interviews gehouden in verzorgingshuizen door het hele land. Bekeken is hoe met vrijheidsbeperkingen werd omgegaan op die afdelingen waar de Wet bopz niet geldt. Dit werd vergeleken met de afdelingen waar de Wet bopz wel van toepassing is en ook wordt toegepast. Uit het onderzoek blijkt dat de verschillen niet zo groot zijn en dat toepassing van de Wet bopz door het hele verzorgingshuis mogelijk is, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan.

Additional Metadata
Keywords bopz, pg, verzorgingshuizen, vrijheidsbeperking, wgbo
Publisher Erasmus University Rotterdam
ISBN 978-907742-805-4
Persistent URL hdl.handle.net/1765/7883