In deze bijdrage wordt als het ware ingezoomd op de verhouding tussen financiële toezichtwetgeving en een van de hoekstenen van het vermogensrecht: artikel 3:40 BW. In dat artikel biedt de wetgever namelijk een algemeen kader voor de beoordeling van nietigheid (c.q. vernietigbaarheid) van rechtshandelingen wegens strijd met een wetsbepaling. Het artikel gaat terug op een lange, typisch civielrechtelijke traditie om een van beide partijen of zelfs beide partijen de mogelijkheid te bieden zich te onttrekken aan ‘contracten met een luchtje’.3 Omdat de toezichtwetgeving bepaalde contracten indringend reguleert en er dus al snel ‘luchtjes’ te ontdekken zijn, rijst de vraag of contracten gesloten in strijd met die toezichtwetgeving ook werkelijk nietig zijn en of ze nietig zouden moeten zijn.

Additional Metadata
Keywords Wet financieel toezicht, Wet financiële dienstverlening, Wet op het consumentenkrediet, art. 3:40 BW, bijzondere toezichtswetgeving, bijzondere toezichtwetgeving, financiële dienstverlening, financiële toezichtwetgeving, nietigheid rechtshandeling, strijd met wetsbepaling, toezichtwetgeving, vergunningen, vergunningvereisten
Persistent URL hdl.handle.net/1765/8244
Citation
van Boom, W.H.. (2006). Financiële toezichtwetgeving en nietige overeenkomsten. Vermogensrechtelijke Annotaties. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/8244