De bestuurder van een beursvennootschap die ervoor verantwoordelijk is dat de vennootschap niet (adequaat) voldoet aan haar wettelijke informatieverplichtingen en/of het informatiemanipulatieverbod1 overtreedt, kan hiervoor (persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld. Bij deze informatieverzuimen kan met name worden gedacht aan het publiceren van een misleidend prospectus in het kader van een beursgang en/of emissie, het publiceren van misleidende financiële verslaggeving, het niet (tijdig) publiceren van voorwetenschap en/of het verspreiden van misleidende ad hoc berichten. Het creëren van een misleidende voorstelling van zaken ten aanzien van de (financiële toestand van de) vennootschap leidt tot onzuivere koersvorming. Beleggers kunnen hierdoor schade lijden. Deze schade wordt (definitief) geleden op het moment dat de misleiding bekend wordt en de koersinflatie (dientengevolge) uit de koers loopt. Als beleggers de bestuurder2 voor deze schade aansprakelijk stellen teneinde de schade op hem te verhalen, zal in de eerste plaats moeten worden vastgesteld dat de bestuurder een rechtens relevante normschending heeft begaan (lees: toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld). [...]

hdl.handle.net/1765/100625
Erasmus School of Law

Pijls, A.C.W. (2017). Het toerekeningsverband van art. 6:98 BW bij bestuurdersaansprakelijkheid wegens misleiding van het beleggende publiek. In De vele gezichten van Maarten Kroeze's "bange bestuurders" (pp. 447–462). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/100625