Inleiding
Ons effectenrecht heeft (mede) onder invloed van de EU de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Vele Europese regels hebben hun plaats gevonden door inpassing in (voornamelijk) publiekrechtelijke wet- en regelgeving. De Europese wetgever laat echter ook ons privaatrecht niet ongemoeid. Met name het consumentenrecht – een terrein waar niet iedere ondernemingsrechtjurist direct warm voor loopt - is als gevolg van (de implementatie van) Europese richtlijnen noemenswaardig uitgebreid. Naar aanleiding van de (kader)richtlijn oneerlijke handelspraktijken (hierna: 'richtlijn OHP') zal binnenkort wederom een nieuwe regeling in het BW het licht zien: de Wet oneerlijke handelspraktijken (hierna: `Wet OHP'). Deze regeling wordt geïmplementeerd als een species van het leerstuk onrechtmatige daad en zij verbiedt oneerlijke handelspraktijken (praktijken vóór, gedurende en na een transactie) van handelaren jegens consumenten. De Wet OHP wordt opgenomen vóór de huidige regeling betreffende misleidende en vergelijkende reclame (afdeling 6.3.4) en ondergebracht in een nieuwe afdeling 3a in Titel 3 van Boek 6 BW. Aangezien na inwerkingtreding van de Wet OHP voor misleidende reclame ten opzichte van consumenten een aparte regeling zal gaan gelden, wordt de reikwijdte van afdeling 6.3.4 beperkt tot handelspraktijken tussen bedrijven onderling. Waar de consument die door een bepaalde publieke mededeling (beweerdelijk) is misleid op dit moment nog een beroep doet op art. 6:194-195 BW, zal hij straks de nieuwe regeling van afdeling 6.3.3a benutten.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/102165
Journal Ondernemingsrecht
Citation
Pijls, A.C.W. (2008). Misleiding van het beleggende publiek, een oneerlijke handelspraktijk!. Ondernemingsrecht, 2008(9), 342–349. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/102165