In deze bijdrage wordt de praktijk van het adoles-centenstrafrecht sinds de wetswijziging van 1 april 2014 bezien, met specifieke aandacht voor de toepas-singsgronden en de wijze waarop daar invulling aan wordt gegeven. Geconcludeerd wordt dat de praktijk op twee aspecten – de ernst van het gepleegde delict en de justitiële voorgeschiedenis – afwijkt van het-geen de wetgever met voornoemde wetswijziging heeft beoogd. Bovendien valt uit de (onderzochte) rechtspraak niet consequent op te maken welke overwegingen ten grondslag liggen aan de rechter-lijke beslissing om wel of niet het adolescentenstraf-recht toe te passen.