Auteur gaat in op de verlaging van de vaste-inrichtingsdrempel voor commissionairs, hulpwerkzaamheden en bouw- en constructiewerkzaamheden via het multilaterale Anti-BEPS-Verdrag. De staatssecretaris is voornemens dit verdrag zo breed mogelijk in de Nederlandse belastingverdragen te implementeren, met inbegrip van de vaste-inrichtingsbepalingen. De auteur roept in dit verband op tot enige terughoudendheid, met name wat betreft de MLI-bepalingen voor commissionairs en hulpwerkzaamheden. Deze lijken nauwelijks effect te zullen gaan sorteren in termen van effectieve grondslagverschuiving richting marktjurisdicties. Grondslagtoedeling aan de marktjurisdictie verlangt een fundamentele herziening van de wijze waarop ondernemingswinsten over landen wordt verdeeld. Zolang daar geen knopen worden doorgehakt, lijkt het weinig zinvol om de aanknopingspunten voor de vaststelling van heffingsjurisdictie te wijzigen. Implementatie van deze MLI-bepalingen zou landen er niettemin toe kunnen verleiden een groter deel van de ‘belastingtaart’ voor zich op te eisen dan hen onder toepassing van de huidige internationale winsttoerekeningsregels wellicht toekomt. Mocht het daartoe komen, dan lijkt de kans niet ondenkbeeldig dat dit zou kunnen leiden tot dubbele belasting, rechtsonzekerheid en problemen van administratieve aard.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/106713
Journal Maandblad Belastingbeschouwingen
Citation
de Wilde, M.F. (2017). De verlaging van de vaste-inrichtingsdrempel via het Anti-BEPS-Verdrag; veel gescheer en weinig wol?. Maandblad Belastingbeschouwingen, 2017(5), 157–167. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/106713