Deze zaak over de (on)verenigbaarheid van het Britse zegelrecht met de Richtlijn kapitaalsbelasting komt misschien iets voor als een achterhoedegevecht. De bedoeling van de Richtlijn kapitaalsbelasting is het kapitaalrecht – een indirecte belasting op het bijeenbrengen van kapitaal – binnen de EU geleidelijk aan af te schaffen gelet op de internemarktverstorende kenmerken van dit type heffing. De EU-lidstaten zijn volgens deze richtlijn niet toegestaan kapitaalrecht te heffen, in welke vorm dan ook, behalve als zij dit al deden op 1 januari 2006. Thans wordt nog slechts in een handvol lidstaten kapitaalrecht geheven (Cyprus, Griekenland, Luxemburg, Polen, Spanje). In Nederland is de kapitaalbelasting per 1 januari 2006 afgeschaft. Waarom dan toch deze noot? Het aardige van deze zaak is dat het HvJ in meer algemene zin iets zegt over de verhouding tussen EU-richtlijnen en het primaire EU-recht en ook iets over de vraag of een keuze-element in een nationale regeling nog wat aan de zaak verandert in termen van zijn (on)verenigbaarheid met het Unierecht. Zo heeft dit arrest ook relevantie buiten het kapitaalrecht.

hdl.handle.net/1765/106727
NLFiscaal
Tax Law

de Wilde, M.F. (2017). NLF 2017, C-573/16, (Zegelrechtheffing in het kader van beursgang Air Berlin strijdig met EU-recht). Zegelrechtheffing in het kader van beursgang Air Berlin strijdig met EU-recht, 2679, 1–10. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/106727