Dit artikel opent met een beknopte weergave van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de hoogte van de bestuurlijke boete wegens een schending van de inlichtingenplicht in de Participatiewet sinds de aanscherping van het sanctiebeleid door de invoering van de Fraudewet op 1 januari 2013. Aansluitend worden de effecten en consequenties van deze uitspraken onderzocht vanuit het gezichtspunt van de wetgever, het bestuursorgaan, de rechter en de bijstandsgerechtigde burger. Daarbij wordt ingegaan op de vraag of de wetgever zijn doelstelling dat fraude niet mag lonen, heeft bereikt.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/107475
Journal De Gemeentestem: tweewekelijks tijdschrift aan de belangen der gemeenten in Nederland gewijd
Citation
de Wit, J.C, & Nummerdor-Buijs, H. (2016). De bestuurlijke boete in de Participatiewet na de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep bezien vanuit het perspectief van de wetgever, het bestuursorgaan, de rechte en de burger. De Gemeentestem: tweewekelijks tijdschrift aan de belangen der gemeenten in Nederland gewijd, 2016(101). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/107475