In de onderhavige zaak komt de Hoge Raad zonder veel omhaal tot het oordeel dat de sinds 1 januari 2012 geldende 25-jaars toetsingsperiode in de kortingsregeling van de 30%-regeling niet in strijd is met het Unierecht, het EVRM en het IVBPR. De Hoge Raad oordeelt de kortingsregeling – als onderdeel van de 30%-regeling – met het vrij verkeer verenigbaar, met als argument dat hetzelfde geldt voor de 30%-regeling als zodanig. De verenigbaarheid van de kortingsregeling met het Unierecht zou daarmee ‘buiten redelijke twijfel’ staan. De Hoge Raad baseert zich hiertoe op zijn eindbeslissing in de zaak Sopora. In Sopora oordeelde HvJ EU dat een forfaitaire regeling zoals de 30%-regeling kan leiden tot een verboden indirecte discriminatie of belemmering, maar alleen indien de toepassing van deze regeling ‘systematisch aanleiding geeft tot een duidelijke overcompensatie van de werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten’. In zijn eindbeslissing overwoog de Hoge Raad dat een dergelijke overcompensatie niet aan de orde is en oordeelde dat de 30%-regeling om die reden verenigbaar is met het vrij verkeer van werknemers. In de onderhavige zaak oordeelt de Hoge Raad dat daarmee ook de kortingsregeling en de daarin opgenomen beperkingen – als zijnde een onderdeel van de 30%-regeling – verenigbaar is met het Unierecht, ditmaal het algemene discriminatieverbod in art. 18 VWEU.

hdl.handle.net/1765/107509
Fiscaal Weekblad Fed
Tax Law

de Wilde, M.F, & Wisman, C. (2016). 2016, , Verkorten toepassingstermijn 30%-regeling vanwege eerder verblijf in Nederland niet strijdig met Europese en internationale nondiscriminatiebepalingen. Verkorten toepassingstermijn 30%-regeling vanwege eerder verblijf in Nederland niet strijdig met Europese en internationale nondiscriminatiebepalingen, 128. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/107509