Het verzamelen van kunst kan afhankelijk van de fiscale identiteit van de verzamelaar meer of minder ingewikkelde gevolgen hebben. Dit artikel besteedt aandacht aan ter beschikking gestelde kunst. Op het moment dat het tbs-regime van toepassing is, kan de kunstverzameling plotseling aanleiding geven tot ingewikkelde fiscale vraagstukken. De vragen tonen veel overeenkomsten met de problematiek van kunst op de ondernemingsbalans: afschrijving, waardering en sfeerovergang. Ook komt de vraag op, of de toepasselijkheid van het tbs-regime niet tevens met zich brengt dat een at arm’s length vergoeding moet worden vastgesteld. In dit artikel bespreken de auteurs deze vraagstukken. Bovendien stellen ze de vraag aan de orde of het gegeven de doelstellingen van de tbs en het algemene cultuurbeleid opportuun is om privékunst in de tbs-regeling te betrekken.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/107565
Journal Weekblad voor Fiscaal Recht
Citation
Hemels, S.J.C, & Nijkamp, H.K. (2016). Kunst en art. 3.92 Wet IB 2001: een ongelukkig samenspel. Weekblad voor Fiscaal Recht, 145(7129), 122–132. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/107565