Op 12 juli 2016 heeft de Raad de Anti-ontgaansrichtlijn aangenomen.[2] Zoals in het inleidende artikel van deze special al werd opgemerkt, wordt met deze richtlijn niet louter overgegaan tot EU-brede implementatie van verschillende van de BEPS-uitkomsten. De richtlijn gaat tevens over EU-coördinatie van onderdelen van de vennootschapsbelastingsystemen van de lidstaten die geen deel uitmaakten van het BEPS-project. Een van die onderdelen is het exitheffingraamwerk in art. 5 van de richtlijn. Het andere onderdeel van de richtlijn dat geen deel uitmaakte van het BEPS-project is de algemene antimisbruikmaatregel. Voor wat betreft de exitheffing in de richtlijn wordt van de lidstaten verlangd dat zij deze per 1 januari 2020 in hun nationale wetgeving hebben omgezet. In deze bijdrage beschouw ik het exitheffingraamwerk in de richtlijn wat nader. In de paragrafen hieronder wordt ingegaan op de werking en toepassing van deze maatregel in algemene zin en de mogelijke implicaties voor ondernemingen die zich bewegen binnen de interne markt zonder binnengrenzen. Verder wordt bezien welke invloed deze maatregel heeft op de Nederlandse vennootschapsbelasting.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/107793
Journal Fiscaal Weekblad Fed
Citation
de Wilde, M.F. (2016). De exitheffing in de Anti-ontgaansrichtlijn en zijn invloed op het Nederlandse belastingsysteem. Fiscaal Weekblad Fed, 2016(109). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/107793