De oratie van prof. mr. dr. G.J. Veerman, uitgesproken op 25 juni 2004 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in het recht, in het bijzonder de wetgeving en wetgevingskwaliteit, verdient een reactie in Regelmaat.

‘Verdient’, want zijn betoog vormt een mooie aanzet voor het doordenken van de knelpunten die samenhangen met het definiëren van wetgevingskwaliteit. Vele kwesties uit de belevingswereld van de wettenmakers roert hij aan en plaatst hij in een logisch verband.