Justitie is de laatste decennia het onderwerp geweest van een aantal hervormingen die rechtbanken en andere juridische instanties effectiever, efficiënter en transparanter moeten maken (De Santis, & Emery, 2017). Voorbeelden zijn het invoeren van sturingstools, doorgedreven informatisering en de creatie van een meer economisch-georiënteerde management en leiderschapscultuur (Dupont et al., 2014). Aan de oorsprong van deze nieuwe manier van denken en managen ligt het New Public Management (NPM), een algemene beleidsagenda die veronderstelt dat de kwaliteit van publieke dienstverlening sterk kan worden verbeterd wanneer prestaties meetbaar worden gemaakt en toelaten om publieke verantwoording af te leggen. Mede daarom legt NPM een sterke nadruk op resultaatgerichtheid, klantgerichtheid, bedrijfsmatig werken, concurrentie en competitie. Het overkoepelende doel van dit alles om publieke instellingen meer resultaatgericht en efficiënter te laten opereren (Pollit & Bouckaert, 2017).
Hoewel zulke hervormingen een aantal voordelen kunnen hebben, worden er ook kritische kanttekeningen bijgeplaatst (Van Thiel & Leeuw, 2002; Wynen & Verhoest, 2015). In het bijzonder stelt men zich soms de vraag welke invloed deze hervormingen hebben op de mensen die tewerkgesteld zijn binnen deze publieke instellingen (Noblett & Rodwell, 2009). Het is in deze context dat onze aandacht uitgaat naar magistraten zelf: hoe ervaren zij het huidige justitiebeleid? Wat met het verloop van procedures en de daarmee gepaarde administratieve lasten? Heeft dit invloed op het welzijn en de tevredenheid van magistraten? Op hoe magistraten hun functie vervullen? Zijn er tevens belangrijke verschillen tussen magistraten bij waar te nemen? Deze en andere vragen komen uitgebreid aan bod in dit rapport.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/111498
Citation
Decramer, A, Audenaert, M, George, B.R.J, De Groote, B, Bauwens, R, & Vandeghinste, N. (2018). Magistraten over de werking van Justitie, hun welzijn en hun prestaties: Resultaten van een verkennende studie. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/111498