‘Het bedrog loont zijn meester’, zo luidt het spreekwoord. Oftewel, een leugen keert zich uiteindelijk tegen de leugenaar. Het idee hierbij is dat opzettelijk misleidend gedrag moreel zo verwerpelijk is, dat een bedrieger daar niet mee weg mag komen. Een dergelijke gedachte speelt soms ook in het burgerlijk recht een rol. Bij diverse leerstukken klinkt door dat opzettelijk onoorbaar gedrag niet mag worden beloond. [...]

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/112424
Journal Ars Aequi: juridisch studentenblad
Citation
Schelhaas, H.N. (2018). List en bedrog bij de verjaringstermijn en de klachtplicht uit art. 7:23 BW. Ars Aequi: juridisch studentenblad, 2018(6), 482–489. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/112424