In deze bijzondere zaak oordeelt het HvJ dat de Duitse exitheffing strijdig is met de vestigingsvrijheid uit de OVP, daar de belasting niet kan worden uitgesteld tot het moment van daadwerkelijke realisatie. In eerdere zaken oordeelde het HvJ echter dat de mogelijkheid tot gespreide betaling bij een exitheffing proportioneel was. Het HvJ lijkt in deze zaak derhalve een principiële beslissing te hebben genomen over de vraag hoe lidstaten hun exitheffingen moeten inrichten. De vraag rijst of deze "nieuwe" benadering eveneens kan worden doorgetrokken naar de exitheffing in de vpb-sfeer. Mocht dit het geval zijn dan zou zelfs de implementatie van ATAD1, die per 1 januari 2019 in werking is getreden, mogelijk strijdig kunnen zijn met de fundamentele vrijheden van het VWEU.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/116659
Journal NLFiscaal
Citation
van Poppel, J. (2019). NLF 2019, NLF 2019/0665, (Emigratie Duitsland naar Zwitserland: ongeoorloofde heffing over latente meerwaarde). Emigratie Duitsland naar Zwitserland: ongeoorloofde heffing over latente meerwaarde, 12, 34–36. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/116659