Elke onderwijssector heeft zijn eigen kenmerken en, in samenhang daarmee, unieke wettelijke bepalingen. Dat laatste komt voort uit het gegeven dat de betrekking tussen bijvoorbeeld leerling, ouders en basisschool nu eenmaal een andere is dan die tussen student en universiteit. Gebaseerd op de intrinsieke verschillen tussen onderwijssectoren kennen we in ons onderwijsbestel kortom specifieke sectorwetten, voor elke onderwijssector één.

Met deze sectorwetten beoogt de wetgever over de onderwijssectoren heen vergelijkbare zaken te regelen. De wetten bevatten regels voor het openbaar onderwijs en bekostigingsvoorwaarden voor het bijzonder onderwijs. De voorschriften richten zich primair tot de bevoegde gezagsorganen van de scholen en gaan over onder meer de inhoudelijke programmering van het onderwijs, de hoofdlijnen van de bekostiging en de bestuurlijke inrichting. Ook de relatie tussen school, ouders en leerling of die tussen onderwijsinstelling en student wordt in de betreffende wetten – dus door het formuleren van regels en bekostigingsvoorwaarden voor de bevoegde gezagsorganen - van de nodige kaders voorzien. Doorgaans houdt de wetgever bij het reguleren van dergelijke thema’s voor alle onderwijssectoren eenzelfde systematiek aan; maar soms zijn er ook verschillen. Die zijn dan vaak terug te voeren op de eigenheid van een onderwijssector, maar soms ontstaan deze verschillen ook doordat de wetgever op een gegeven moment voor één sector een net iets andere zienswijze kiest.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/116683
Citation
Huisman, P.W.A, & van Schoonhoven, R. (2018). Een nadere duiding van de schriftelijke onderwijsovereenkomst en de rechtspositie van de mbo-student. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/116683