Na de scheiding van zijn echtgenote woont belanghebbende in 2014 en 2015 in de woning die zij gezamenlijk in eigendomhadden. In de aangifte IB/PVV2014 en 2015 heeft belanghebbende de gehele door hembetaalde hypotheekrente afgetrokken, maar de helft van het eigenwoningforfait opgegeven. De inspecteur heeft dit gecorrigeerd. In navolging van de rechtbank oordeelt het hof dat, nu belanghebbende voor de onverdeelde helft eigenaar was, de woning in die jaren voor de helft als eigen woning van belanghebbende is aan te merken. Belanghebbende en zijn ex-partner hebben ieder voor de helft een eigenwoningschuld. Als gevolg daarvan kan belanghebbende dan ook slechts de helft van de door hembetaalde hypotheekrente als aftrekbare kosten in aftrek brengen. Dit zou alleen anders zijn in het geval belanghebbende en zijn ex-partner daartoe een alimentatieverplichting zouden zijn overeengekomen. Dat is niet het geval. (Hoger beroep gegrond.)

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/122230
Journal Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Citation
Arends, A.J.M. (2019). 2019, 2857, (Na echtscheiding is slechts de helft van de hypotheekrente aftrekbaar). Na echtscheiding is slechts de helft van de hypotheekrente aftrekbaar, 47, 13–15. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/122230