De obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) is een veelvoorkomende en invaliderende stoornis. Cognitieve gedragstherapie (CGT) in de vorm van exposure met responspreventie (ERP) is de psychologische behandeling van eerste voorkeur. Ondanks de aangetoonde werkzaamheid van ERP is verbetering van de effectiviteit gewenst, gezien het relatief bescheiden percentage patiënten dat na een ERP-behandeling daadwerkelijk hersteld is van zijn klachten (rond de 60%). Verbetering van het behandeleffect van CGT voor OCS kan mogelijk bereikt worden door de therapeutische interventies te baseren op een stoornisspecifiek theoretisch model. Een recent ontwikkeld theoretisch model voor OCS is het metacognitieve model. Het stelt dat niet de dwangklachten zelf het belangrijkste probleem zijn, maar de opvattingen die de patiënt heeft over zijn dwanggedachten en -handelingen, de 'metacognities' genoemd (Wells, 1997, 2009). De op dit model gebaseerde metacognitieve therapie (MCT) richt zich dan ook niet op de dwangklachten zelf, maar op de opvattingen die de patiënt heeft over zijn dwangklachten. In dit artikel wordt het metacognitieve model besproken en wordt de daarop gebaseerde MCT geïllustreerd aan de hand van een gevalsbeschrijving. Tot nu toe hebben kleinere onderzoeken uitgewezen dat MCT mogelijk een effectieve behandelmethode voor OCS kan zijn.

Additional Metadata
Keywords obsessive-compulsive disorder, metacognitive therapy, case study
Persistent URL hdl.handle.net/1765/123208
Journal Gedragstherapie
Citation
Melchior, K, & van der Heiden, C. (2019). Metacognitieve therapie voor de obsessieve-compulsieve stoornis. Gedragstherapie, 52 (2019)(4), 274–295. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/123208