De database is alomtegenwoordig en heeft als recente technologie in hoge mate bepaald hoe onze ervaring van de wereld in de afgelopen decennia veranderd is. Dit heeft verschillende denkers (o.a. Jos de Mul en Lev Manovitch) ertoe gebracht de database te gebruiken als model voor de wereld, een database-ontologie te introduceren. Dat de database overal aanwezig is, lijdt geen twijfel. Vrijwel elk mens heeft er direct of indirect mee te maken. Vanzelfsprekend is het internet bevolkt met databases die alle inhoud herbergen, die onze zoektermen, onze clicks, de tijd dat we pagina’s bekijken of hoe snel we er weer weggaan, welke sites we wanneer bekijken, werkelijk alles wat er op internet gebeurt kunnen opslaan (en dat grotendeels ook doen). Maar ook als we onze browser verlaten, achtervolgen de databases ons. Ons belgedrag staat net zo goed in een database, wanneer we inchecken in het openbaar vervoer wordt er ergens een database bijgewerkt. We stappen in de auto en deze registreert wanneer we op pad gaan en waar de reis naartoe gaat (en communiceert dit tegenwoordig ook aan de autofabrikant). Ook als we de moderne apparatuur achter ons laten en in een antieke auto de weg op gaan, registeren de vele registratiecamera’s welk kenteken zich waar bevindt. En zelfs wanneer we alle technologie van ons afwerpen, komen we niet van de database af. We blijven belastingbetalende burgers. En wat te denken van niet-gecontacteerde volkeren in de Amazone, die voordat ze ooit iets hebben gezien dat op een elektrisch circuit lijkt, al nauwkeurig opgenomen zijn in een database?