Met de zogenoemde proportionaliteitstoets, zoals deze in de laatste volzin van art. 7:940 lid 3 BW is opgenomen, heeft de wetgever een toetsingskader willen bieden om de verzekeringnemer te beschermen tegen een polisconforme, maar niettemin onredelijke opzegging van de overeenkomst (door de verzekeraar). Aan de orde is daarmee de vraag of gebondenheid van de verzekeraar aan de overeenkomst gevergd kan worden. Auteur concludeert dat – wat zij noemt – de zuivere proportionaliteitstoets ook zuiver wordt toegepast, maar voelt een duidelijke grens waar opzet tot misleiding vastgesteld is.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/124993
Journal Trema. Tijdschrift voor de Rechterlijke Macht
Citation
van Tiggele-van der Velde, N. (2018). De proportionaliteitstoets ex art. 7:940 lid 3 BW. Trema. Tijdschrift voor de Rechterlijke Macht, 2018(4), 1–8. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/124993