Technically, 3D printing refers to a way of production that enables people to fabricate a physical object under the instruction of a digital format (the CAD file). The wide application of 3D printing has transformed the conventional model of production in two fundamental ways. On the one side, the process of digital modeling becomes more critical for the performance and quality of the final product. On the other side, activities related to production are no longer privileged to mass producers, which means that the threshold of engaging in relevant activities becomes lower and ordinary people thereby can be greatly involved. The disruptions caused by 3D printing create considerable value for the production sector. As the cost of shifting from one kind of product to another is no longer prohibitive, producers are able to capture the value in the niche market and the customized demand of consumers can be satisfied. Therefore, a party, either being non-professional or professional or being an individual or an entity, can engage in production without the constraint of scale economies. To date, a variety of sectors, ranging from simple gadgets for household use to complex components for mechanic use, are witnessing an increasing adoption of 3D printing. At the same time, various new business models are established to facilitate the match between customized supplies and demands.7On the one hand, some firms are established to offer a one-stop solution for customers (hereinafter the ‘one-stop model’). Since it still focuses on providing the final physical product to consumers, this business model does not deviate much from the traditional way of manufacturing, although the preference and customized demand of consumer may play a role in the process. On the other hand, other business models of 3D printing are completely different from the traditional way of production. A customer can make use of designing and printing process separately, meaning that he can firstly find a CAD file from one source and then have it printed from another source (hereinafter the ‘separation model’). This separation model distinguishes 3D printing largely from traditional manufacturing, since the original supply chain has been greatly transformed. Despite the added value, 3D printing exposes risk to the society, which generates the concern of allocation of the risk. If the digital designer and the physical fabricator in the separation model would be able to exchange information just as smoothly as different departments within a manufacturer under traditional mass production, allocation of risk would not be a problem. The parties could then decide between themselves who should bear the risk and via contracts channel liability to that party. However, in reality digital designers and fabricators in the separation model are strangers to each other and because economies of scale are no longer an obstacle to engage in production activities, many combinations of designers and fabricators are possible. Exchanging information between these parties, which may also be individual people instead of firms, is therefore very costly so that allocation of risk is problematic. In this sense, a key question to be asked is who is liable for harm caused by 3D printing according to the incumbent legal regime, and normatively, to whom the risk and liability should be allocated. This article focuses on the role of product liability law in the context of 3D printing. In Section 2 we give an overview of the risk-allocation in the scenario of traditional manufacturing and provide a Law and Economics perspective on product liability in this context. In Section 3, we shift to the context of 3D printing and analyze the extent to which relevant actors are subject to product liability there. In Section 4 we will conduct a Law and Economics analysis to discuss the extent to which the arguments in favor of strict product liability are applicable in the context of 3D printing. In Section 5 we conclude. NEDERLANDSE ABSTRACT: In deze bijdrage, die in het Engels is geschreven omdat een van de auteurs niet Nederlandstalig is, bespreken wij vanuit rechtseconomische optiek de vraag of de argumenten die bij traditionele massaproductie pleiten voor de regeling van risicoaansprakelijkheid voor defecte producten van art. 6:185 e.v. BW nog wel opgaan bij 3D printen. Het gaat hierbij om argumenten betreffende informatieasymmetrie, activiteitenniveau, risicoaversie, schadespreiding en systeemkosten. Bij de juridische regeling voor productaansprakelijkheid voor 3D-geprinte producten spelen in Nederland (maar ook daarbuiten) enkele bijzondere problemen. Zo is het de vraag of de partij die een defect CAD-bestand heeft gemaakt, wel via de regeling voor productaansprakelijkheid is aan te spreken, omdat het bestand wellicht niet kwalificeert als ‘product’ in de zin van art. 6:187 BW. Vanuit rechtseconomische optiek kan dit juist precies de partij zijn die aansprakelijk zou moeten worden gesteld, omdat het de ‘meest geschikte actor’ is vanwege zijn invloed op de veiligheid van het uiteindelijke product. Ook is het bij 3D printen de vraag of er sprake is van een ‘product’ of van een ‘dienst’, zeker nu het uiteindelijke product vaak aan de wensen van de individuele consument is aangepast. Wij maken onderscheid tussen twee modellen voor 3D printen. Het ‘one stop model’, waar één actor zowel het digitale CAD-bestand maakt als ook het printen voor zijn rekening neemt, verschilt zo weinig van traditionele massaproductie dat de huidige regeling van productaansprakelijkheid daarvoor nog steeds geschikt is. In het ‘separation model’ daarentegen is het gehele productieproces zo gefragmenteerd, dat dit niet langer zo is. Soms is de ontwerper van het CAD-bestand de meest geschikte actor die via aansprakelijkheid geprikkeld moet worden tot ander gedrag (een beter CAD-bestand ontwerpen) of die de schade het beste kan spreiden (via een hogere prijs voor zijn CAD-bestanden). In een ander geval is de meest geschikte actor degene die de uiteindelijke print maakt, of de leverancier van de grondstoffen, of de fabrikant van de printer, of juist de consument zelf. De huidige regeling van productenaansprakelijkheid is onzes inziens dus niet geschikt voor gebruik in het separation model. Het valt buiten het bestek van onze bijdrage om mogelijke oplossingen voor dit probleem in detail uit te werken, maar wij menen wel dat vooral het contractenrecht een belangrijke rol kan spelen bij het verdelen van de risico’s tussen de verschillende actoren in de keten. Bij die verdeling moet vooral worden gekeken naar wie de beste informatie heeft over de risico’s, wie het beste de maatregelen kan treffen om de risico’s te verkleinen en wie het beste in staat is om de schade te dragen en te spreiden. Bij traditionele massaproductie wijzen al die factoren in de richting van de producent zodat de regeling van productaansprakelijkheid daar goed werkt, maar bij het separation model is meer (contractueel) maatwerk vereist, want ‘one size does not fit all’.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/127708
Journal Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade
Citation
Li, S, & Visscher, L.T. (2020). Product liability in the context of 3D printing – A Law and Economics Approach. Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade, 2020(3). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/127708