Verjaring, verval en rechtsverwerking zijn rechtsfiguren die niet alleen van belang zijn in het algemene vermogensrecht (goederen- en verbintenissenrecht), maar ook in het personen- en familierecht, het relatievermogensrecht en het erfrecht. Dit blijkt bijvoorbeeld uit art. 3:321 BW, waarin de wetgever een opsomming van gronden voor verlenging van de verjaring geeft. [...] Deze verlengingsgronden komen hierna kort aan de orde, maar ik besteed vooral aandacht aan enkele specifieke toepassingen van verjaring, verval en rechtsverwerking in het relatievermogens- en erfrecht, die voor de praktijk van groot belang zijn.

Wat het relatievermogensrecht betreft stel ik deze toepassingen aan de orde in het kader van de kosten van de huishouding, de leer van de economische deelgerechtigdheid, de hieraan gekoppelde reprises en récompenses, de aansprakelijkheid na ontbinding van de gemeenschap voor bepaalde gemeenschapsschulden, alsmede het verrekenbeding. Wat het erfrecht betreft doe ik dat in het kader van de wilsrechten, de andere wettelijke rechten en de legitieme portie.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/127936
Citation
Nuytinck, A.J.M. (2020). Verjaring, verval en rechtsverwerking in het personen- en familierecht, het relatievermogensrecht en het erfrecht. In Verjaring [Editie 2020] onder redactie van S.E. Bartels, D.F.H. Stein, V. Tweehuysen. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/127936