Carpaletunnelsyndroom (CTS) is de meest voorkomende perifere neuropathie. Een karakteristieke bevinding bij CTS is verhoogde intra-carpaletunnel druk en daaropvolgende dysfunctie van de nervus medianus distaal van het polsgewricht. Typische symptomen bij presentatie zijn tintelingen en verlies van gevoel in met name de duim, wijs-, en middelvinger, maar ziekteprogressie kan ook leiden tot irreversibele zenuwschade en krachtverlies. Op basis van de ernst van de neuropathie wordt bepaald welke behandeling het beste is, maar de exacte pathofysiologie is complex en tot op heden is onduidelijkheid welke factoren een voorspellende waarde hebben over hoe het ziektebeeld na interventie zal verlopen. In dit proefschrift hebben we onderzocht wat de rollen zijn van het bindweefsel bij idiopathische CTS, hoe echografie kan helpen in het voorspellen van klinische uitkomst, en hoe we huidige behandelingen kunnen verbeteren.

S.E.R. Hovius (Steven) , R.W. Selles (Ruud)
Erasmus University Rotterdam
978-94-6380-897-2
hdl.handle.net/1765/128743

Festen-Schrier, V.J.M.M. (2020, August 28). Looking into carpal tunnel syndrome: prediction and improvement of clinical outcome. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/128743