Belastingheffing over kapitaalinkomen werkt in theorie verstorend op de spaarbeslissing van een individu. De mate waarin kan evenwel niet zodanig worden vastgesteld dat gesteld kan worden dat kapitaalinkomen niet moet worden belast. Voornamelijk vanwege de grensoverschrijdende complicaties verdient een inkomstenbelasting de voorkeur boven een bestedingsbelasting. Van de verschillende soorten inkomstenbelasting verdient een vermogensaanwasbelasting uiteindelijk de voorkeur. Deze voldoet aan het draagkrachtbeginsel en verschillende soorten kapitaalinkomen worden neutraal behandeld. Bij een bepaald aantal vermogensbestanddelen bestaan echter praktische uitvoeringsproblemen. Om die reden dient voor die vermogensbestanddelen aan belastingplichtigen de mogelijkheid te worden gegeven gebruik te maken van een vermogenswinstbelastingoptie. Als men daarvan gebruik maakt, hebben belastingplichtigen daarvan voordeel. Dit voordeel dient geneutraliseerd te worden door he! t liquiditeitsvoordeel weg te nemen middels een compensatiemechanisme. De gelijkheid in fiscale behandeling van individuen en inkomsten uit verschillende vermogensbestanddelen blijft dan gehandhaafd. kapitaalinkomen moet worden belast naar een laag tarief van bijvoorbeeld 25% of 30%.

Additional Metadata
Keywords bestedingsbelasting, kapitaalinkomen, spaargedrag, vermogensaanwasbelasting, vermogenswinstbelasting
Promotor P. Kavelaars (Peter) , R.A. de Mooij (Ruud)
Publisher Erasmus University Rotterdam
ISBN 978-90-13-06239-7
Persistent URL hdl.handle.net/1765/14651
Citation
Dool, R.P. (2009, January 29). Belastingheffing over kapitaalinkomen bij natuurlijke personen: Een onderzoek naar de mogelijkheden tot het invoeren van een vermogensaanwasbelasting. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/14651