De stichting Spirit liet zich door ruim 1400 teleurgestelde Sprintplan-beleggers de vorderingen tegen Spaarbeleg cederen die in elk van de beleggingscontracten zouden zijn ontstaan door onder andere de vernietiging wegens dwaling en schadeplichtigheid door tekortschieten in de zorgplicht. De stichting wordt als cessionaris in beide feitelijke instanties in het ongelijk gesteld. Er is geen sprake van misleiding in de zin van art. 6:194 BW. Wat betreft het beroep op dwaling is kort gezegd onvoldoende concreet gesteld ten aanzien van de concrete beleg gers wat de feiten en omstandigheden zijn die tot een geslaagd beroep kunnen leiden. Het hof oordeelt bovendien dat Spaarbeleg weliswaar haar zorgplicht heeft geschonden (waarschuwen voor risico restschuld en ‘‘ken uw cliënt’’) maar nu de stichting onvoldoende concreet schade en causaal verband in elk van de vorderingen heeft gesteld, wordt de eis tot vergoeding van schade ook afgewezen.

burgerlijk recht, civil law, private law
hdl.handle.net/1765/14860
Jurisprudentie Aansprakelijkheid
Private Law

van Boom, W.H. (2009). Annotatie onder Gerechtshof Amsterdam16 september 2008, nr. 104.003.148, LJN BF0810; Aandelenlease. Massaschade-afwikkeling. Jurisprudentie Aansprakelijkheid, 10(158), 1278–1295. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/14860