Als het aan de Commissie Insolventierecht ligt, gaat de huidige Faillissementswet grondig op de schop. Beoogd wordt de uit 1893 daterende “oude dame” te vervangen door een nieuwe wet, de Insolventiewet. Het Voorontwerp Insolventiewet is volgens de Commissie voor een niet onbelangrijk deel de codificatie van het huidige insolventierecht. Het kan worden aangemerkt als een grondige renovatie en modernisering van de Faillissementswet, met een aantal aanvullingen.1 Ook het procesrecht krijgt zijn deel. Dit is in het licht van de geschiedenis van de huidige Faillissementswet opvallend te noemen. Weliswaar heeft de Faillissementswet sedert haar invoering in 1896 talloze wijzigingen ondergaan, doch deze hadden veelal betrekking op bepalingen van materieelrechtelijke aard.2 Het faillissementsprocesrecht bleef buiten schot. Dat was ook het geval bij de ingrijpende wetgevingsoperatie tot herziening van het burgerlijk procesrecht voor burgerlijke zaken in 20023, de nadere aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met het nieuwe procesrecht4 en de voorstellen van de Commissie Fundamentele Herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht. Het Voorontwerp Insolventierecht (hierna: het “Voorontwerp” of ook “Vo”) bevat verschillende procesrechtelijke vernieuwingen, zoals onder meer de invoering van één geïntegreerde insolventieprocedure, de introductie van nieuwe regels op het gebied van de relatieve competentie en afslanking van de rechtsmiddelen.5 Mijn verwachting is dat die vernieuwingen wel overeind zullen blijven, indien het Voorontwerp (ooit) de eindstreep gaat halen. In deze bijdrage wil ik op ieder van deze vernieuwingen nader ingaan, na eerst een aantal opmerkingen te hebben gemaakt over de verhouding tussen het commune burgerlijk procesrecht en het insolventieprocesrecht.

burgerlijk recht, civil law, private law
hdl.handle.net/1765/15097
Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR)
Private Law

Mierlo, A.I.M, van. (2009). Vernieuwd insolventieprocesrecht. Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), (6760), 502–506. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/15097