Noot bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445. Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom van zijn woonhuis buiten de boedel gehouden door gebruik te maken van een eigendomsconstructie met twee stichtingen. De gefailleerde behield wel de (feitelijke) zeggenschap over en het genot van het huis en hij zou na vervreemding over de opbrengst kunnen beschikken. Deze constructie had uitsluitend tot doel het woonhuis te onttrekken aan (toekomstig) verhaal van crediteuren. Het misbruiken van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen of tussen deze rechtspersonen en degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over deze rechtspersonen moet in de regel worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding rust niet alleen op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf.

Aansprakelijkheid, Benadeling van de boedel, Burgerlijk recht, Misbruik van rechtspersoonlijkheid, Onrechtmatige daad, Privaatrecht
hdl.handle.net/1765/15908
Private Law

Mussche, M. (2009). Annotatie Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2009/78. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/15908