Bovenstaand vonnis heeft veel aandacht in de pers gekregen. Het is opvallend omdat de rechter oordeelt dat het plegen van ontuchtige handelingen met een kind van een gezin uit hetzelfde flatgebouw geen tekortkoming in de huurovereenkomst oplevert, maar dat de weigering om te verhuizen naar een andere woning van verhuurder onder ontvangst van een redelijke verhuiskostenvergoeding, daarentegen wel als niet goed huurderschap kwalificeert. De eerste conclusie geeft blijk van een beperkte opvatting van het begrip overlast en de tweede conclusie is opmerkelijk, omdat het de overeenkomst aanvult met nog niet eerder aangenomen huurdersverplichtingen. Reden om nader stil te staan bij de huurdersverplichtingen ex art. 7:213 BW binnen het kader van de gegeven casus. Ook voor wat betreft de overige overwegingen wordt het vonnis nader onder de loep genomen.

burgerlijk recht, civil law, private law
hdl.handle.net/1765/16187
W R: tijdschrift voor huurrecht
Private Law

Duijnstee-van Imhoff, Z.H. (2009). Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857. W R: tijdschrift voor huurrecht, (109), 388–390. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/16187