Verjaring blijft een leerstuk met voor de praktijk grote betekenis. Na verloop van de verjaringstermijn kan de gerechtigde zijn recht niet langer tegen de wil van zijn wederpartij te gelde maken. Een zaak kan niet langer worden gerevindiceerd, de koopprijs of een vordering tot schadevergoeding kan niet langer worden geïnd en een overeenkomst kan niet langer worden vernietigd. Voor de gerechtigde is het dus van belang om de verjaring tijdig te stuiten. De stuiting door de gerechtigde blijkt in de praktijk lang niet altijd eenvoudig. Deze vorm van stuiting vormt het onderwerp van deze bijdrage. In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen de stuiting in (2) en stuiting buiten rechte (3), beide stuitingsvormen worden besproken. Zoals zal blijken blijft voor de stuiting in rechte het leerstuk van de stuiting van de verjaring in het kader van onderhandelingen een problematisch leerstuk. Hopelijk grijpt de wetgever de Mediationrichtlijn aan om het recht op dit punt aan te passen. Aan een stuitingshandeling in rechte blijkt de Hoge Raad de eis te stellen dat de stuitingshandeling is gericht op het geldend maken van het vorderingsrecht. Met deze eisen heeft de Hoge Raad stuiting in rechte moeilijker gemaakt dan in de ons omringende landen.

burgerlijk recht, civil law, daad van rechtsvervolging, onderhandelingen, private law, stuiting, verjaring, voorlopig deskundigenbericht, voorlopig getuigenverhoor, voorlopige bewijslevering
hdl.handle.net/1765/20991
Private Law

Tuil, M.L. (2010). Stuiting van de verjaring in en buiten rechte. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/20991