De kern van het handelsrecht is slechts in mindere mate het nobele nastreven van rechtvaardigheid, zoals gebruikelijk in het overige privaatrecht. In het handelsrecht draait het plat gezegd veeleer om de centen. Om deze reden wordt in het handelsrecht dan ook vooral de rechtszekerheid geprezen. Het idee hier achter is dat als partijen vooraf op de hoogte zijn van de aan een transactie klevende gevaren zij deze – waar mogelijk – kunnen afdekken. Ze kunnen zich dan passend verzekeren en zo de kosten voorspelbaar en beheersbaar houden. Op deze wijze stimuleert de rechtszekerheid de handel, waar pure rechtvaardigheid met haar onderdanen redelijkheid en billijkheid wellicht teveel onvoorspelbaarheid teweeg zou brengen. In het Nederlandse vervoerrecht is dat al niet anders. Ook in dit onderdeel van het handelsrecht spelen economische afwegingen, voorspelbaarheid en rechtszekerheid een belangrijke rol. Het vervoerrecht in Nederland is, net als zijn internationale tegenhanger, voornamelijk gericht op het regelen en inperken van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Het artikel brengt de beschermingsbepalingen die Boek 8 BW voor dit doeleinde hanteert in kaart, analyseert hun ratio en methodiek en evalueert hun ontwikkeling tegen de achtergrond van hun internationale evenknieen waar mogelijk

8:1102 BW, Boek 8 BW, CMR, aansprakelijkheid, bewijslast, bewuste roekeloosheid, cognossement, dwingend recht, expeditie, gecombineerd vervoer, goederenvervoer, kosten onderweg, limitering, niet gelokaliseerde schade, ontbinding, opzegging, opzet, overmacht, paardensprong, parallelsprong, rechtsontwikkeling, resultaatsverbintenis, verjaring, vervoer, vervrachting, zaaksgevolg
Boom Uitgevers, Den Haag
hdl.handle.net/1765/21628
[forthcoming]
Erasmus School of Law

Hoeks, M.A.I.H. (2011). Opgelegde bescherming in het Nederlandse vervoerrecht. Boom Uitgevers, Den Haag. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/21628